Het hernieuwde conflict rond Nagorno-Karabach: 'We kunnen niet toelaten dat Azeirische soldaten op onze kinderen schieten'

19/08/14 om 15:05 - Bijgewerkt om 15:07

Het conflict rond Nagorno-Karabach, een enclave in Azerbeidzjan bevolkt door Armeniërs, is recent weer opgelaaid met negentien doden bij de grens. 'We kunnen niet aanvaarden dat Azeirische soldaten op onze kinderen schieten', zegt de Armeense vicepresident Eduard Sharmazanov in een gesprek met Knack.

Het hernieuwde conflict rond Nagorno-Karabach: 'We kunnen niet toelaten dat Azeirische soldaten op onze kinderen schieten'

De Russische president Vladimir Poetin en zijn tegenhanger van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev. © Reuters

Aan de grens tussen Armenië en Azerbeidzjan zijn opnieuw doden gevallen. Aanleiding is het conflict rond Nagorno-Karabach: een enclave in Azerbeidzjan, bevolkt door Armeniërs. In een rechtstreekse confrontatie tussen soldaten van Azerbeidzjan en Armeense milities lieten 19 mensen het leven: 13 Azeiris en 6 Armeniërs. De geruisloze oorlog lijkt weer helemaal terug en is de voorbije dagen gespreksonderwerp nummer één in zowel Yerevan als in Bakoe.

De escalatie van geweld zette meteen diplomatieke knipperlichten in beweging.

De Russische president Vladimir Poetin riep beide partijen op tot redelijkheid en nodigde de presidenten van beide landen (Serzj Sarkisian van Armenië en zijn collega Ilham Aliyev) uit voor overleg in Sotsji aan de Zwarte Zee. Een gesprek dat echter geen tastbaar resultaat opleverde. Ook de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben beide kemphanen opgeroepen tot dialoog. De Azeirische president kreeg dit de voorbije dagen in Rome ook nog persoonlijk te horen tijdens een staatsbezoek.

In de Armeense hoofdstad Yerevan wordt de situatie uur na uur van nabij opgevolgd. 'Aan een nieuwe oorlog hebben we geen boodschap,' zegt de Armeense vicepresident Eduard Sharmazanov in een exclusief gesprek met Knack.

Hoe schat u de situatie op het terrein in?

Eduard Sharmazanov: Het moge duidelijk zijn dat Azerbeidzjan het staakt-het-vuren eenzijdig heeft geschonden. Dit stelt ons land, maar ook de internationale gemeenschap, voor een enorme uitdaging. De inzet is niet min: veiligheid. Tony Blair heeft jaren terug al gezegd dat veiligheid in deze regio het allerbelangrijkste is. Want zonder veiligheid en stabiliteit, kan er ook geen sprake zijn van democratische hervormingen in deze landen. Wie de veiligheid in gevaar brengt en de mensenrechten schendt, verdient geen democratie. We stellen vast dat anderen dat blijkbaar niet zo belangrijk vinden.

Dit conflict sluimert al twee decennia, zonder resultaat. Welke oplossingen ziet u nog? Is deze situatie niet uitzichtloos?

Sharmazanov: Wat ons betreft is er maar één weg en dat is de weg van de onderhandelingen onder de paraplu van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De OVSE streeft al twintig jaar naar gesprekken en blijft altijd op dezelfde nagel kloppen. Terecht volgens ons.

Delen

Een sterk Armenië dat zijn stem laat horen: dat zal bij de herdenking van 100 jaar genocide door Turkije ook voor de internationale gemeenschap duidelijk worden

Wat kan Rusland doen? Speelt Moskou een constructieve rol?

Sharmazanov: Binnen de Minsk Group (overlegorgaan binnen de OVSE) is Rusland steevast vertegenwoordigd. Ook de Russen tonen grote bezorgdheid en vinden de inbreuk op het staakt-het-vuren onaanvaardbaar. In wezen zijn alle geraadpleegde partijen het erover eens dat Azerbeidzjan verantwoordelijk is voor de heropflakkering van geweld. Wij kunnen toch niet aanvaarden dat Azeirische soldaten op de kinderen schieten in onze scholen. Of sluipschutters aan de grens onze burgers in het vizier nemen en de bevolking in Nagorno-Karabach probeert te terroriseren. Gelijktijdig dringen alle partijen, niet alleen Moskou, eens te meer aan op onderhandelingen om tot vrede te komen.

Voelt u zich toch niet geïsoleerd?

Sharmazanov: Neen, absoluut niet. We hebben grenzen met Georgië (in het noorden) en met Iran (in het zuiden) en met deze sterke buren hebben we niet de minste problemen. Ook de VS steunt ons. Anders dan Martin Luther King, dromen we niet. We zijn realistisch. Maar we komen ook op voor een sterk Armenië dat zijn stem laat horen. Dat zullen we volgend jaar - bij de herdenking van 100 jaar genocide door Turkije - ook aan de internationale gemeenschap duidelijk maken.

Nagorno-Karabach, de hoge zwarte tuin

Over de enclave Nagorno-Karabach woedt al honderd jaar een conflict, niet in het minst aangewakkerd door de divide et impera-politiek van de vroegere Sovjetunie. De aanleiding ligt voor de hand: de enclave heet letterlijk 'hoge zwarte tuin' en is rijk aan grondstoffen als olie en gas.

Nadat de Sovjetunie uiteenviel, eiste Armenië gewapenderhand haar territoriale en historische claim op in Nagorno-Karabach. Het hoogtepunt van de oorlog situeerde zich tussen 1992 en 1994. In die periode lieten 30.000 militairen het leven en sloegen 1 miljoen mensen op de vlucht. Mits de zegen en effectieve hulp van Moskou kon Armenië in 1994 - en na ondertekening van een wapenstilstand - het laken naar zich toe trekken. Nagorno-Karabach, geografisch gezien een deel van Azerbeidzjan maar bevolkt door Armeniërs, werd letterlijk losgeweekt en onder bestuur van Yerevan geplaatst.

Sinds 1994 is het er echter nooit meer rustig geweest. De grensovergangen tussen Armenië en zijn buurland zijn potdicht, aanslagen op militairen maar ook op onschuldige burgers - vooral aan de grens - blijven zich vermenigvuldigen en het discours van Bakoe richting Yerevan is veeleer ontluisterend.

Azerbeidzjan is olierijk en dus schatrijk. Het gebruikt zijn petrodollars graag voor bewapening. Het armere Armenië rekent vooral op de stilzwijgende steun uit Moskou en de expliciete bijdragen van de rijke Armeense diaspora in het Midden-Oosten, Europa of de VS. De OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) bemiddelt via de zogenaamde Minsk Group al twee decennia lang, maar zonder tastbaar resultaat. Nagorno-Karabach is vandaag een van de meest gemilitariseerde regio's ter wereld. Of net het omgekeerde van wat de Minsk Group wil. In 2006 probeerde ook Karel De Gucht, toen in zijn functie van buitenlandminister, met alle middelen naar vrede te streven, maar zonder resultaat.

Karel Cambien

Onze partners