Jan Nolf
Jan Nolf
Erevrederechter en justitiewatcher
Opinie

13/08/12 om 14:28 - Bijgewerkt om 14:28

We zijn allemaal schuldeisers van Michelle Martin

Via de staat vertragen we allemaal de vergoeding van de slachtoffers: willen we daar iets aan doen?

We zijn allemaal schuldeisers van Michelle Martin

© Belga

Schadevergoeding voor kleine contractbreuken of grote oorlogsschade, en alle ellende daartussen: het blijven slechts centen. Voor een echte 'Wiedergutmachung' zijn generaties nodig. Vandaag 16 jaar geleden werd Marc Dutroux aangehouden. Binnen enkele dagen zou zijn ex-echtgenote Michelle Martin voor een open gevangenispoort kunnen staan. Justitie vergeeft niet, en mag niet vergeten. Het financiële luik moet een zinvolle plaats krijgen: via het recht dat er is, en een recht dat er snel kan komen.

Misdadigers kijken tegen twee schuldeisers aan: de overheid en de slachtoffers. Ook in die wettelijke volgorde passeren ze aan de kassa. Geldboeten en proceskosten (ook expertises) komen eerst aan de beurt bij de verdeling van inbeslagnames.

Misschien moeten we daar het eerste en het snelst aan sleutelen als we slachtofferhulp ernstig willen nemen. Waarborgfondsen bestaan voor slachtoffers van onopgehelderde verkeersmisdrijven en terrorisme. Voor de slachtoffers van zelfs verjaarde pedofilie werd een arbitrage (een soort privé-rechtbank) georganiseerd. Voor de slachtoffers van berechte misdaden zoals van Dutroux-Martin is dat allemaal overbodig, want de daders zijn bekend en de schadevergoedingen staan tot op de euro vast. Indien de Staat afstand zou doen van zijn 'voorrecht' bij uitbetaling, zal dat onmiddellijk effect hebben.

Die minuscule wetswijziging zou ook het signaal geven dat we eindelijk allemaal, zowel kiezers al politici, willen investeren in een efficiënte justitie. Mea culpa immers ook voor ons, want we verkozen slechts politici die nu in de kranten meehuilen en geen staatslieden die het tijdig voorzagen.

Ook voor de verhouding dader - slachtoffer zou dat een meerwaarde betekenen: in belangrijke processen weet immers iedere veroordeelde dat hij de nu prioritaire publieke schuldenberg nooit de baas kan met de gevangenisaalmoes van 160¤/maand: afstand doen van erfenissen is voor hen net als bij gefailleerden of de massa mensen met schuldoverlast eerder de regel. Advocaten adviseren het stilletjes en onvermogendmaking wordt niet vervolgd tenzij verontwaardiging een krantenkop haalt.

In het geval Martin aanvaardde de onderzoeksrechter de 'verwerping van nalatenschap', en ondertussen is dat uiteraard verjaard.

Ook die verwerping is ten andere een 'recht', maar zoals bij alle rechten moet misbruik bestraft worden. Art. 788 van het Burgerlijk Wetboek laat toe aan de burgerlijke partijen om de aanvaarding van een nalatenschap zelf aan te vragen, in plaats van Michelle Martin dus. Maar dat hebben zij nagelaten. Jammerlijke vergissing van al jaren terug: wat baten wetswijzigingen als bestaande rechten niet gebruikt worden?

Voor de slachtoffers maakt het nu ook geen financieel verschil. Als zij echter met het verdwijnen van het staatsvoorrecht éérst kunnen betaald worden, zal de dader moeten beseffen dat de eerste euro ook concreet financieel herstel betekent, in plaats van in ons aller anonieme staatsput te verdwijnen.

Daarop kan die veroordeelde later ook terdege op afgerekend worden in de termen van art. 28 §1, 4° van de Dutroux-wet van 17 mei 2006: waarbij de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt getoetst aan de "houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers".

Vooreerst iets over die vage formulering. Die moest de moeilijke boodschap verbergen dat een dader de vergoeding van slachtoffers tijdens de gevangenistijd in de praktijk onmogelijk kan ophoesten. Een veroordeelde dader verplichten de volledige schadevergoeding te betalen alvorens vervroegd te kunnen vrijkomen heeft twee consequenties. Ten eerste holt die de Wet Lejeune uit, die is immers gebaseerd op de idee dat een gevangene gemotiveerd wordt om zich aan bepaalde voorwaarden te houden. Daaruit volgt de tweede consequentie. Ontneem hen dat, en je krijgt wat de criminologie vreest: een onverbeterlijk verbitterde misdadiger. Die is niet alleen gevaarlijker als hij of zij vrijkomt, maar ook al in de gevangenis. De gevaarlijkste gevangene is immers die die nooit meer vrij kan komen. Vraag terloops eens aan de cipiers, de eerste ervaringsdeskundigen op het terrein, of ze voor zo'n Texas-systeem te vinden zijn. Jawel, de cipiers die vandaag opnieuw staken.

Indien de Staat de slachtoffers zou laten voorgaan, heeft volwaardig werk van de veroordeelde tijdens en na de tijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling ook zin. Nu werkt dat voorrecht een overlevings-job "voor kost en inwoon" in de hand. Bij vrijlating geldt ook de wettelijke bescherming van een wedde tot 1037 ¤ (art. 1409 Ger.W.) zoals voor iedereen als menswaardig minimum: ook armoede drijft tot misdaad. Dat is geen regel van de welvaarstaat, maar is er een voor een veilige staat.

Ook het sociaal vangnet waarop (voorwaardelijk of definitief) vrijgelaten veroordeelden recht hebben, is daardoor ingegeven: de eerste maanden na de gevangenispoort zijn immers bepalend.

Tot slot: in de late schattenjacht bij Michelle Martin worden ondertussen twee elementaire consequenties vergeten.

Primo, dat trieste beslagleggingen "uit principe" van vader Lambrecks, zoals op een koffiezet en een loopkruk, de schuld van Martin met honderden euro doen aangroeien. Tenzij ze er tegen procedeert (art. 1408 Ger.W.), wat ze wel zal laten, omwille van de nieuwe volkswoede die ze er zich mee op de hals zal halen.

Ten tweede, dat haar kinderen en schoonkinderen aan moeder Martin "levensonderhoud" verschuldigd zijn (art. 205 & 206 B.W.): zo kan de aan Martin uitgekeerde eventuele OCMW hulp van hen teruggevorderd worden, en hun voorbarige erfenis lijkt daar wel een indicatie voor.

Martin dient in de eerste plaats zelf haar verantwoordelijkheid op te nemen, maar moet daar ook de kans voor krijgen. De enige prioriteit nu lijkt echter haar achter slot en grendel te houden. Niet voor de veiligheid van onze samenleving, maar als een ouderwetse lijfstraf. En daar wordt niemand beter van.

Onze partners