Luc Baltussen
Opinie

25/10/11 om 15:47 - Bijgewerkt om 15:47

Waar blijft het privatiseringsdebat?

De Belgische staat kan zijn schuldgraad het snelst verlagen door een aantal van zijn eigendommen te verkopen.

De nu nog Leuvense professor Paul De Grauwe -- vanaf februari moeten we Londen bellen om te weten wat hij ervan denkt -- heeft eerder dit jaar haarscherp aangetoond hoe kwetsbaar landen binnen een monetaire unie zijn voor wat de financiële markten denken over hun kredietwaardigheid. Een land als België is het dan ook aan zichzelf verplicht zowel zijn veel te grote banken als zijn overheidsschuld (momenteel 96 procent van het bbp) te behandelen als evenzovele zwaarden van Damocles: hoe sneller ze onder controle gebracht worden, hoe beter.

De tien miljard euro die de aanstaande regeringspartijen uit de begroting moeten snijden, kunnen daartoe een bijdrage leveren: een minder groot overheidstekort (en op termijn hopelijk weer een overschot) brengen de schuldgraad van het land naar beneden. Tenminste, als de besparingen de economische groei niet belasten. Want economische groei is zelf ook een manier om de schuldgraad te verbeteren. De schuldratio is immers een breuk: je verbetert die door de teller (de schuld) te verkleinen óf de noemer (het bbp) te vergroten.

Een derde en veel snellere manier is: eigendom verkopen. Het thema 'privatisering' is de laatste tijd minder aan de orde in ons nationale politieke discours. Dat is jammer, want in de huidige omstandigheden zou het verstandig zijn alle mogelijke denksporen tegelijkertijd te bewandelen. En het is zeker niet zo dat de Belgische staat alleen nog onaantastbare eigendommen heeft.

In het verleden zijn dwaze dingen gebeurd, zoals de verkoop van overheidsgebouwen die vervolgens tegen financieel minder aantrekkelijke voorwaarden teruggehuurd moesten worden. En ook vandaag zijn nog domme keuzes mogelijk. Een bedrijf als Belgacom verkopen en de opbrengst gebruiken om schuld terug te betalen, zou op het eerste gezicht weinig steek houden als de uitgespaarde rente lager ligt dan wat Belgacom op dit ogenblik opbrengt aan dividend. Hoewel we niet moeten onderschatten hoe belangrijk zelfs de perceptie van een lagere schuld op de financiële markten kan zijn.

Anders ligt het voor bedrijven die stilaan een blok aan het been worden: omdat ze de verliezen blijven opstapelen en steeds opnieuw een beroep doen op de belastingbetaler om de verliezen aan te zuiveren; omdat ze blijven steunen op verouderde statuten en er daardoor niet in slagen de dienstverlening aan te bieden waarvoor ze in feite zijn opgericht.

Uiteindelijk moet ook de principevraag opnieuw gesteld worden: waarom zou de overheid moeten doen wat ook de privésector kan doen? In het verleden was de oprichting van publieke bedrijven in tal van sectoren (transport, telecom, media, gezondheid) de enige optie. Ook vandaag mag niet klakkeloos gesteld worden dat de privésector alles kan overnemen. Maar er is wel veel meer knowhow over hoe je als overheid ook via de juiste regelgeving ruimte kunt maken voor bedrijven die op een competitieve manier maatschappelijke noden willen invullen.

Als het voeren van dat debat ooit zinvol was, dan is het wel nu.

Luc Baltussen

Onze partners