Marleen Finoulst
Marleen Finoulst
Hoofdredacteur Bodytalk en arts
Opinie

14/08/12 om 14:25 - Bijgewerkt om 14:25

Prostaatkankertest niet langer terugbetaald

In het kader van een recente besparingsronde wordt de fameuze PSA-test, voor de vroegtijdige opsporing van prostaatkanker, niet langer terugbetaald.

Prostaatkankertest niet langer terugbetaald

© Thinkstock

Onder druk van de regering hebben artsen en ziekenfondsen in het begin van de zomer een besparingsakkoord bereikt waarin de terugbetaling van een aantal vrijwel nutteloze onderzoeken beperkt of geschrapt wordt. In dat kader wordt de PSA-test sinds 1 augustus niet langer terugbetaald. Behalve aan mannen met een familiaal verhoogd risico op prostaatkanker en voor de opvolging van een prostaatkankerbehandeling. Daarmee volgt ons land het voorbeeld van de Verenigde Staten, waar een federale adviescommissie eind vorig jaar al besliste om de vroegtijdige opsporing van prostaatkanker stop te zetten.

Te weinig specifiek
De PSA-test, PSA staat voor prostaatspecifiek antigeen, heeft de voorbije decennia voor nogal wat kommer en kwel gezorgd. De opsporingstest werd sinds het midden van de jaren 1990 zeer frequent uitgevoerd bij mannen vanaf 50 jaar. Voor het bepalen van het PSA-gehalte volstaat een eenvoudige bloedafname. Bij ons zijn er geen cijfers bekend, maar in de VS ondergingen 33 miljoen van de 44 miljoen mannen van 50 jaar en ouder een PSA-test, soms zonder het te weten, als onderdeel van een algemeen bloedonderzoek.

Daardoor werden heel wat mannen zonder enige klacht plots geconfronteerd met de diagnose prostaatkanker. De test is echter weinig specifiek: als de concentratie te hoog is, is er iets mis in de prostaat. Dat kan een ontsteking zijn, een goedaardige vergroting of een tumor. In de meeste gevallen wordt doorverwezen voor verder, veelal invasief onderzoek.

Wie zoekt die vindt Wie zoekt naar prostaatkanker, zal die zeer vaak vinden. Uit autopsiestudies blijkt dat een derde van de mannen tussen 40 en 60 jaar verdachte cellen in de prostaat heeft. Bij driekwart van de 85-plussers vindt men prostaatkanker. Artsen weten dat in de overgrote meerderheid van de gevallen prostaatkanker zo traag groeit dat de eigenaar er nooit echt door gehinderd wordt. Toch gaan heel veel mannen onder het mes voor een radicale prostatectomie (wegsnijden van de prostaat).

Meer dan de helft van deze ingrepen zou overbodig zijn, omdat de kanker toch voor geen last zou zorgen. Alleen is niet altijd duidelijk wie er wel baat bij heeft en wie niet. Bijkomend probleem is dat 70 procent van de behandelde mannen na afloop impotent is en 10 procent zijn plas niet meer kan ophouden. Omdat velen niet kunnen of willen leven met het idee van een mogelijke tijdbom in de onderbuik, laten ze zich voor alle zekerheid toch behandelen. Een kleine minderheid van de prostaatkankers is immers wel gevaarlijk en zaait vroeg of laat uit.

In de VS ondergingen tussen 1986 en 2005 1 miljoen mannen chirurgie, radiotherapie of beide, terwijl zij zich zonder PSA-test nooit hadden laten behandelen. Minstens 5.000 onder hen overleden als gevolge van chirurgische complicaties, en 200.000 tot 300.000 van de overlevenden kampen met ernstige impotentie, incontinentie of beide.

Behandeling als belasting Alsof dat nog niet erg genoeg is, blijkt uit Amerikaans en Europees onderzoek dat de behandeling van prostaatkanker nauwelijks een effect heeft op de overleving, zelfs in geval van agressievere tumoren. De Europese studie had betrekking op 182.000 mannen uit 7 landen die ofwel een PSA-test ondergingen ofwel niet. Uit de resultaten blijkt dat pas vanaf het negende jaar een lichte verbetering van de overleving optreedt in de geteste groep. In het Amerikaanse onderzoek, met betrekking tot 76.693 mannen, vond men na 10 jaar follow-up zelfs geen enkel verschil. Globaal zorgt de PSA-test dus voor zeer weinig toegevoegde levensjaren, maar berokkent ze veel leed en hoge kosten door de bijkomende behandelingen. Het is goed dat we de test nu kwijt zijn.

Nieuwe opsporingstest
Ondertussen vordert het wetenschappelijk onderzoek naar een nieuwe, specifieke opsporingstest. Deze week, op 11 augustus, publiceerde een Amerikaanse onderzoeksgroep de resultaten van onderzoek met een beloftevolle nieuwe screeningstest voor prostaatkanker in het medisch vakblad Journal of Urology. De nieuwe test combineert de toediening van een geneesmiddel (5-alfa-reductaseremmer) met PSA-bepalingen. Op die manier hebben de onderzoekers agressieve kankers aan het licht gebracht, zelfs bij mensen met negatieve biopsies.

Het zou mooi zijn mochten prostaatoperaties in de toekomst kunnen beperkt worden tot de minderheidsgroep met een snel groeiende prostaatkanker.

Marleen Finoulst, Bodytalk

Onze partners