'We beseffen niet meer dat overwerken een moderne uitvinding is'

11/12/13 om 15:23 - Bijgewerkt om 15:23

'Je moet de propaganda en brainwashing van managers dat je elke minuut van de dag aan werken moet besteden niet geloven.' Knack sprak met dichter-filosoof Michael Foley.

'We beseffen niet meer dat overwerken een moderne uitvinding is'

Dichter-filosoof Michael Foley © Dimitri Van Zeebroeck

Knack sprak met dichter-filosoof Michael Foley, wiens vorige boek door Tom Barman de hemel werd ingeprezen. 'Ik háát het als mensen mijn boeken zelfhulpboeken noemen. Als ze iemand moeten helpen, dan enkel mij.'

Begrijpt u waarom uw boeken zo veel mensen aanspreken? Het uitgangspunt is somber: de moderne mens is het verleerd om gelukkig te zijn, stelt u, met zijn grenzeloze consumptiedwang, zijn neurotische focus op status en bezit en zijn ziekelijke onvermogen om poëzie in het alledaagse te zien. Bent u een cultuurpessimist?

Michael Foley: Oh, maar ik zie ook mooie dingen. Ik heb me geconcentreerd op die aspecten van het moderne leven die het moeilijk maken om vervulling te vinden. Ik zeg ook duidelijk dat als je begrijpt dat we in absurde tijden leven, je van die absurditeit kunt genieten. Het is dus niet uitsluitend negatief.

In Lang leve het gewone argumenteert u dat we het alledaagse moeten omarmen. Wat bedoelt u daarmee?

Foley: Je moet in essentie je perceptie van de wereld veranderen. De meeste mensen zien niets, ze slapen de hele tijd. Als ze alleen maar beter zouden waarnemen, zouden ze het leven dieper appreciëren. We hebben ervaringen nodig om het gevoel te hebben dat we echt geleefd hebben. Er zijn twee routes om die ervaringen op te doen. Je kunt de wat-route volgen: gaan reizen, het avontuur opzoeken, je in seksuele escapades storten of in drugs. Of je kunt de hoe-route nemen. Die houdt in dat je uitgaat van iets wat op het eerste gezicht vrij gelimiteerd lijkt, maar waar je probeert meer uit te halen.

In Absurde overvloed schrijft u dat het makkelijker is om zonder liefde te leven dan zonder gewoontes.

Foley: Marcel Proust heeft iets in die aard gezegd. Het is onmogelijk om zonder gewoontes te leven. Zodra we iets doen, voelen we de aanvechting om er een gewoonte van te maken. Dat is niet oké, want er is niets ergers om de perceptie in slaap te wiegen. Dingen die te vertrouwd zijn, zie je niet meer. Gewoontes zijn fataal, behalve op het werk. Daar zijn ze wel nuttig. Als het werk een gewoonte wordt, kun je ondertussen aan dingen denken die je echt interesseren.

U vindt werken iets negatiefs?

Foley: Niet helemaal. Je moet een evenwicht vinden. Ik raad mensen zeker niet aan om lui te zijn en er de kantjes af te lopen - ik hoop in elk geval dat ik zelf niet lui ben geweest. Maar je moet de propaganda en brainwashing van managers dat je elke minuut van de dag aan werken moet besteden niet geloven. De lange uren die we vandaag op kantoor doorbrengen, zijn echt iets van de laatste tijd. In de middeleeuwen werkten mensen maar een paar maanden per jaar. Zelfs in de negentiende eeuw klopten mensen niet zoveel uren als nu. We beseffen niet meer dat overwerken een moderne uitvinding is. (ID)

Het volledige interview met Michael Foley, over werk, liefde, de betovering van het alledaagse en de absurditeit van het bestaan leest u deze week in Knack.

Lees meer over:

Onze partners