Het belang van presidentieel haar

16/06/16 om 08:48 - Bijgewerkt om 08:52

De unieke haardos van Donald Trump is een favoriet gespreksonderwerp in de VS. Maar Trump is niet de enige van wie de begroeiing op de hersenpan aandachtig gevolgd wordt. Wat hebben de Amerikanen toch met het haar van hun politici?

Het belang van presidentieel haar

De constructie op het hoofd van Donald Trump. © Reuters

Terwijl wij, Belgen, er nog niet eens aan zouden denken om tijdens een verkiezingscampagne het (gebrek aan) kapsel van Charles Michel te bestuderen of commentaar te leveren op de weelderige lokken van Elio di Rupo, zijn Amerikanen wel altijd heel erg geïnteresseerd geweest in politiek haar. Kijk maar naar het gedoe rond de onnavolgbare coiffure van Republikeins presidentskandidaat Donald Trump, die ondertussen een heel eigen leven is gaan leiden. Ook huidig president Barack Obama was ooit het middelpunt van een haardiscussie toen bleek dat hij tijdens zijn presidentsschap in een sneltempo grijs was geworden. En recent betaalden verzamelaars 6.000 dollar voor een staal van de manen van Thomas Jefferson en 25.000 voor een lok van Abraham Lincoln.

Maar er is meer. In juli opent in de aanloop naar de Democratische Conventie in de Academy of Natural Sciences van de Drexel University in Philadelphia een tentoonstelling over het haar van de presidenten George Washington, Thomas Jefferson, John Adams, John Quincy Adams en Andrew Jackson. Die vijf presidenten maken slechts een klein stukje uit van de collectie van de Academy. In de archieven zitten ook nog haarstalen van de eerste 12 presidenten.

Niet zo ongewoon

De haarlokken werden verzameld in de jaren 1800 door advocaat Peter Arrell Browne, die ze wilde analyseren voor wetenschappelijke studies, weet National Geographic. Het kostte hem niet erg veel moeite om het presidentiële haar te bemachtigen. Browne schreef gewoon een brief naar zittende en gepensioneerde presidenten en de families van overleden presidenten. Het verzoek om een stukje haar was in die tijd immers helemaal niet zo ongewoon als nu. Daarvoor moeten we de context van die periode begrijpen. In de 18e en de 19e eeuw stelde het geven van je haar aan iemand niet veel voor. Vooral presidentieel haar was enorm gegeerd als souvenir.

De eerste Amerikaanse president George Washington deelde zoveel eigen haar uit dat je je kan afvragen hoe hij zoveel keratine kon produceren om aan de grote vraag te voldoen. Veel van die stukjes haar bestaan nu nog altijd. De meeste zijn bewaard in het museum over Washington in Mount Vermont in Virginia. En toen Abraham Lincoln werd doodgeschoten, bewaarden chirurgen stukjes haar, waaronder enkele lokken rond de schotwonde als manier om hem te herinneren.

Wellicht zal de praktijk van haarsouvenirs niet snel terugkeren, ook niet als 'haarfenomneen' Trump president wordt. Toch hoopt de Academy of Natural Sciences van de Drexel University dat de voormalige presidenten Jimmy Carter, Bill Clinton en huidig president Obama hun lokken zullen doneren wanneer ze deze zomer naar Philadelphia afreizen voor de Democratische Conventie. (TE)

Onze partners