Jongerenhulplijn Awel ziet contacten via telefoon en chat stijgen

02/03/18 om 07:16 - Bijgewerkt om 08:39

Bron: Belga

Jongeren liggen nog steeds het vaakst wakker van hun relatie met hun ouders. Andere topthema's zijn verliefdheid en vriendschap.

Jongerenhulplijn Awel ziet contacten via telefoon en chat stijgen

© iStock

Awel, de gratis hulplijn voor kinderen en jongeren, heeft in 2017 het aantal contacten via telefoon en chat zien stijgen. Dat is goed nieuws, want het betekent dat meer oproepen werden beantwoord. Awel verwacht dat de positieve kentering zich dit jaar doorzet. De vzw heeft extra financiële steun gekregen, en daardoor konden nieuwe vrijwilligers aangeworven en opgeleid worden.

De jongerenhulplijn voerde vorig jaar een technische verbetering uit aan de telefoonlijn. Die werd op 1 oktober uitgerust met een wachtrij. Jongeren die niet meteen iemand aan de lijn krijgen, hoeven niet meer terug te bellen, maar kunnen hun beurt afwachten. De vrijwilligers krijgen daardoor sneller een nieuwe jongere aan de lijn en kunnen sneller een nieuw gesprek opstarten.

Bij de chat zijn er meer uren permanentie, en kunnen jongeren er nu ook op zaterdag terecht van 18 tot 22 uur. Een en ander resulteerde in een stijging van het aantal telefooncontacten van 9.272 naar 9.450. De chatcontacten groeiden in vergelijking met 2016 van 6.464 naar 6.838.

Het totale aantal contacten met kinderen en jongeren klokte in 2017 af op 31.379, een daling met 6 procent tegenover de 33.253 contacten het jaar voordien.

Awel ziet een mogelijke verklaring in de terroristische aanslagen in Brussel en Zaventem van 22 maart 2016. In de nasleep werd er druk gemaild naar de jongerenhulplijn, en net de e-mails, die zo goed als altijd beantwoord worden, daalden met 18 procent van 12.891 naar 10.562.

Gewenning

Door de aanslagen in eigen land van 2016 steeg het aantal oproepen via telefoon en chat ook sterk. 'De aanslagen die in 2017 plaatsvonden in Europa, leidden niet meer tot een groot aantal telefonische oproepen. Dat kan duiden op aanpassing, gewenning of ook op het feit dat de directe omgeving van jongeren en ook jongeren zelf beter weten hoe ze hiermee kunnen omgaan', stelt Awel.

Maar de vroegere kinder- en jongerentelefoon gaat dus volop voor een stijging van het aantal beantwoorde oproepen. Ze wijst erop dat het aantal dialogen in 2017 ook steeg doordat er minder scheld- en giecheloproepen werden geteld in het laatste kwartaal. 'De ingevoerde wachtrij werkt ontmoedigend voor deze oproepers die geen serieuze bedoelingen hebben', luidt het. 'Ook werd het systeem van gesprekken anoniem registreren vereenvoudigd, waardoor vrijwilligers meer tijd hadden om met een jongere in gesprek te zijn.'

Awel luidde in mei vorig jaar de alarmbel: slechts 1 op de 8 chat- en telefoonoproepen van kinderen en jongeren kon een antwoord krijgen. De vraag om financiële steun viel niet in dovemansoren. Vanuit de Vlaamse overheid ging de jongerenhulplijn er voor de huidige beleidsnota (2018-2021) met 30 procent op vooruit tegenover de vorige beleidsnota (2013-2017). 'Jaarlijks ontvangen we vanaf nu 462.000 euro', zegt coördinator Sibille Declercq.

En er waren nog schenkingen: vanuit de Warmste Week mocht Awel zo'n 30.000 euro ontvangen, vanuit de Rodeneuzencampagne kreeg de vzw verschillende projectsubsidies. Door de financiële duw in de rug kon vorig jaar een recordaantal van 171 nieuwe vrijwilligers geworven worden. Zij begonnen in november 2017 met hun basisopleiding. Voor 2018 telt Awel nu 358 actieve vrijwilligers. Vorig jaar waren er 250 actieve vrijwilligers, maar van die mensen stroomden er iets meer dan 60 uit. De nieuwe lichting moet de jongerenhulplijn in staat stellen het aantal beantwoorde oproepen nog crescendo te zien gaan.

Jongeren liggen nog steeds het vaakst wakker van hun relatie met hun ouders. Iets meer dan 1 op de vijf gesprekken gaat hierover. Andere topthema's zijn verliefdheid en vriendschap. Meisjes hebben het vaker dan jongens over 'niet goed in je vel zitten/somberheid', 'angst en spanning' en 'depressie en zelfmoordgedachten'. Jongens halen dan weer vaker 'pesten/cyberpesten' aan. Awel blijft overigens meer gesprekken voeren met meisjes (60 pct) dan met jongens (18 pct). Meisjes hebben een voorkeur voor e-mail. Jongens grijpen dan weer gemakkelijker naar de telefoon.

Onze partners