Grensoverschrijdend gedrag: 'Maak lichamelijkheid in de sport bespreekbaar'

05/09/17 om 19:14 - Bijgewerkt om 20:12

Bron: Belga

'Er is zeer veel onwetenheid over grensoverschrijdend gedrag in de sport. Clubs weten niet altijd goed hoe te handelen', vindt Vlaams kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. Tegelijkertijd blijven heel veel direct betrokkenen heel onmondig.

Grensoverschrijdend gedrag: 'Maak lichamelijkheid in de sport bespreekbaar'

© AFP

De positie van kinderen en jongeren in sportclubs moet sterker om hen weerbaarder te maken tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daartoe moeten ook clubs zich actief inzetten. Het aantal clubs dat vorming volgt, ligt nog erg laag, zo hoorde Vlaams kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen.

Heel wat sporters hebben ooit al te maken gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Na een voorlichtingscampagne in mei doken intussen nog meer dan twintig nieuwe getuigenissen op. Op een studiedag in Antwerpen werden een aantal ervaringen gedeeld. Vlaams kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen hoorde de verhalen en pleit voor een nog sterkere positie van kinderen en jongeren in sportclubs. 'Op een aantal plaatsen is er al een aanspreekpunt integriteit, maar alle sportclubs zouden doordrongen moeten zijn van het besef dat dat nodig is. Als jongeren weten dat er zeker iemand is die luistert, dan kan het helpen om te spreken', meent hij.

Hij wijst ook op onmondigheid en zelfs ontwijkend gedrag binnen clubs: 'Er moet binnen clubs een cultuur zijn die seksualiteit en lichamelijkheid in de sport bespreekbaar maakt. Je merkt uit de getuigenissen dat als er iets naar boven komt veel clubs zich nog terugtrekken, dat men het in een soort doofpot stopt, om bijvoorbeeld de goede naam niet in het gedrang te brengen. Tegelijkertijd blijven heel veel direct betrokkenen heel onmondig. Zo worden slachtoffers extra in de marge geduwd.'

Niet-handelen kan de situatie verergeren, klinkt het nog: 'Eenzelfde dader maakt soms meerdere slachtoffers. Daarom moet je snel optreden, om te vermijden dat zich dat verderzet. Uit de getuigenissen blijkt ook heel wat frustratie wanneer de clubwerking er niets aan doet', aldus de kinderrechtencommissaris.

Tegelijkertijd pleit hij voor steun voor de clubs. 'Er is zeer veel onwetenheid. Clubs weten niet altijd goed hoe te handelen. Ik sprak met verschillende bonden, met meerdere clubs. De besturen vragen informatie en begeleiding, met bijvoorbeeld een stappenplan ten aanzien van de dader en het slachtoffer.'

Maar de clubs moeten volgens Vanobbergen ook zelf moeite doen. 'Er worden heel wat vormingen aangeboden, bijvoorbeeld over het vlaggensysteem (dat de ernst van gedragingen indeelt met gekleurde vlagsymbolen, red.), maar ik hoor vandaag dat het percentage clubs dat er actief gebruik van maakt nog altijd heel laag ligt.'

'Het is dus een wisselwerking. Goede ondersteuning van bovenuit is nodig, maar men moet het bestaande aanbod ook willen en durven gebruiken', concludeert hij.

Onze partners