Mark Van de Voorde
Mark Van de Voorde
Mark Van de Voorde is onafhankelijk publicist en gewezen raadgever van Herman Van Rompuy, Yves Leterme en Steven Vanackere.
Opinie

20/11/12 om 07:00 - Bijgewerkt om 07:00

GAS-boetes: juridische miskleun en absurde verzinsels

GAS-boetes zijn de amechtige reacties van een overheid die niet meer gelooft in haar eigen samenleving maar nog enkel in de centen. Ze zorgen voor maatschappelijke ontwrichting.

GAS-boetes: juridische miskleun en absurde verzinsels

© StampMedia

De GAS-boetes hebben al veel tegengas gekregen. Ze zijn een juridische miskleun, asociale maatregelen en absurde verzinsels. Dat zijn zowat de drie terechte opwerpingen die we de jongste tijd mochten horen. Mijn bezwaar gaat nog dieper: GAS-boetes zijn de amechtige reacties van een overheid die niet meer gelooft in haar eigen samenleving maar nog enkel in de centen.

Toen ik kind was - lang geleden weliswaar - gingen wij, belhamels, wel eens bij de buren belletje trekken. Geen buurman, hoe verbolgen ook, die het in zijn hoofd haalde om de politie erbij te halen. Een draai om onze oren, die verkocht hij ons, als hij ons bijtijds bij de kraag kon vatten. Onverantwoord natuurlijk, want je mept niet.

Vandaag wachten gemeenten niet eens tot iemand de politie belt, ambtenaren liggen bij manier van spreken op de loer om een bellentrekker bij de lurven te vatten en te beboeten. Zo is het althans in Mechelen en Dendermonde. Hij vat jongere niet bij de kraag voor een pak rammel - uiteraard niet - maar om de spaarpot van de belhamel te graaien.

Nieuwe tijden, nieuwe zeden. Weliswaar nu even onpedagogisch als toen. Wij werden tot goed gedrag gemaand door de dreiging van een gloeiende wang. Jongeren van nu moeten blijkbaar tot fatsoen worden gebracht door de dreiging van een lege portemonnee. Twee verschillen: de lijfstraf van toen kwam van een burger, de boete van nu van de overheid.

We hebben bij nader inzien te maken van een commercialisering van de zeden. Goed is wat je geen cent kost, slecht wat je gaat betalen. Kortom, wie zich gedeisd houdt, riskeert niets. Even verder geredeneerd wil dat zeggen: doe ook niet (ook niet het goede) wat je iets kan kosten.

De overheid geeft hiermee als boodschap: de deugdzaamheid van de deugd zit hem in de kostprijs van de ondeugd. Deugdzaamheid op zich heeft dus geen waarde. Ik begin me stilaan af te vragen wat erger is, de slaande handen van vroeger of de graaiende handen van nu.

Het leert ons iets over de geest van onze tijd: alles is te koop, alles heeft zijn prijs. Niets heeft nog een intrinsieke waarde, alleen een financiële. Het lijkt wel of onze overheden niets hebben geleerd van de financiële crisis. Die was, dacht ik, het gevolg van dergelijke redenering: goed is wat geld opbrengt, slecht wat geld kost.

Er is de jongste tijd gewezen op de willekeur van de gemeentelijke GAS-boetes. Geen twee gemeenten hebben hetzelfde reglement ter zake. Het lijkt wel of we terugkeren naar de Middeleeuwen, toen elke stad zijn eigen meetlat had. Een el was overal een andere maat. Vandaag is de meetlat van de GAS-boetes overal verschillend. Dit is lachen met de gemeentelijke autonomie.

De Gemeentelijke Administratieve Sancties, een oorspronkelijk paars product (uit de tijd dat de hele samenleving heringericht moest worden), zijn een kleurrijke verzameling geworden. In de ene gemeente krijgt een broodje eten op een publieke trap een boete, elders is te uitbundig wuiven naar een familielid strafbaar, in nog een andere gemeente te slungelig slenteren in een park al het kenmerk van een ordeverstoorder...

GAS-boetes zijn bovendien niet alleen absurd in hun verscheidenheid en een miskleun in juridische zin (de scheiding der machten is geschonden, als de ambtenaar die de inbreuk vaststelt dezelfde is die de inbreuk bestraft), zij zijn bovenal asociaal. Meer zelfs, ze zorgen voor maatschappelijke ontwrichting.

Mensen worden bang gemaakt om zich spontaan te gedragen op straat. de publieke ruimte is per definitie de ruimte van het publiek. GAS-boetes laten het tegendeel verstaan. Ze zeggen aan de burger: de publieke ruimte is niet van u (samen), maar van ons, de overheid. De overheid begint zich te gedragen als een privépersoon die naar eigen goeddunken mag bepalen hoe anderen - hier alle burgers - zich in zijn huis te gedragen hebben. De burger wordt gewantrouwd in zijn eigen huis-van-de-sameleving.

Toen ik indertijd belletje trok, werd ik moreel terechtgewezen door de straat (in de betekenis van de gemeenschap van de buurtschap). De spontane maatschappelijke orde reageerde. Een gemeente die GAS-boetes uitdeelt, zegt: de publieke moraal van de straat deugt niet of is niet te betrouwen. "There is no such thing as society", zei Margareth Thatcher eertijds. Gemeenten met GAS-boetes zeggen: er is geen samenleving 'meer'. Alvast geen samenleving die nog in staat is waarden en normen uit eigen beweging naar voren te schuiven.

In zekere zin zijn de GAS-boetes een toegeving aan de vermeende atomisering van de samenleving in separate individuen. Het is misschien niet eens een toeval dat we aan de ene kant een amalgaam van GAS-boetes krijgen en aan de andere een toename van procedures tegen de schoolresultaten.

Aan de ene kant wordt toegegeven aan de vox populi (van een minderheid) die roept om pedagogisch onverantwoorde straffen voor "kinderen van anderen", aan de andere kant aanvaarden sommige ouders (ook een minderheid) geen pedagogisch verantwoorde slechte punten voor "hun eigen kinderen".

Een overheid die daaraan toegeeft, gelooft niet meer in de eigen beschaving en verloochent de zelfregulerende kracht van een samenleving.

Mark Van de Voorde is onafhankelijk publicist.

Onze partners