11/12/12 om 09:02 - Bijgewerkt om 09:02

De uitgesproken en onuitgesproken onzekerheid van Luc Coene

Gouverneur Luc Coene wees op de slopende rol van de aanhoudende euro-onzekerheid. Over de binnenlandse onzekerheid die net zo slopend werkt, sprak hij nauwelijks.

De uitgesproken en onuitgesproken onzekerheid van Luc Coene

© Belga

Wat er al even zat aan te komen, kreeg bevestiging uit de mond van Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank van België en als dusdanig ook lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB). Na een krimp met 0,2% dit jaar zal de Belgische economie ook volgend jaar verder lichtjes achteruitgaan, nl. met 0,1%. Bescheiden negatieve cijfers maar hoe dan ook zou dit de eerste keer in de naoorlogse periode zijn dat de Belgische economie twee jaar na elkaar in negatief territorium terechtkomt.

Luc Coene stelde dat de aanhoudende onzekerheid die het financieel-economische gebeuren nu al enkele jaren kenmerkt stilaan een zware tol begint te eisen. Zeer terecht wees de gouverneur er op dat men er niet mag van uitgaan dat het economisch systeem (consumenten, producenten, investeerders) gewend raken aan die onzekerheid, integendeel zelfs.

Aanhoudende onzekerheid gaat stilaan maar zeker zelfs cumulatief werken. Onzekerheid vertoont de neiging om destructiever te werken naarmate ze langer aanhoudt en zich dieper nestelt in het sociaal-economische en financiële systeem. Naarmate de onzekerheid aanhoudt, stellen ondernemingen investeringen uit en houden consumenten de knip op hun beurs.

Gouverneur Coene wees naar de eurocrisis als grote bron van onzekerheid. Hij liet duidelijk blijken behoorlijk misnoegd te zijn over het uitblijven van ernstige politieke beslissingen rond de aanpak van de eurocrisis. Hij zei zelfs bijna letterlijk dat we best geen te hoge verwachtingen mogen koesteren omtrent de politieke beslissingen die in de komende dagen en weken in principe zouden moeten vallen rond de diverse aspecten van de eurocrisis.

Hij noemde de individuele items niet bij naam maar Spanje, Griekenland, de bankenunie en de budgettaire discipline staan duidelijk bovenaan de euro-probleemlijst. In Italië doet vooral Silvio Berlusconi opnieuw erg zijn best om ook zijn land terug prominent op die probleemlijst te plaatsen en ook Portugal kan omwille van de bijtende recessie alle momenten terug brandend actueel worden.

Luc Coene liet er niet de minste twijfel over bestaan dat de onzekerheid rond het verdere verloop van de eurocrisis zwaar weegt op de sociaal-economische gang van zaken binnen de monetaire unie en dus ook op de Belgische economie. De gouverneur maakte om enigszins begrijpelijke intern Belgische redenen veel minder het verband tussen de slopende onzekerheid en de Belgische toestanden rond publieke financiën en gehavende internationale concurrentiepositie. Nochtans is die band duidelijk aan de orde. Vorige week zaten de drie Vlaamse vice-premiers nog te blinken in De Kruitfabriek met de bereikte begrotingsresultaten. Vandaag moet de minister van Begroting al toegeven dat een nieuwe en niet geringe inspanning (minstens 2 miljard euro) er al voor begin volgend jaar zit aan te komen.

De burger, de bedrijfsleider, de belegger en de investeerder gaan niet enkel gebukt onder euro-onzekerheid maar ook onder specifiek Belgische onzekerheid. Uit de concrete daden van Di Rupo I blijkt dat er rond de zwaar gehavende internationale concurrentiepositie van de Belgische ondernemingen helemaal geen politieke sense of urgency bestaat. Het jobverlies gaat onverminderd door en drukt erg op het vertrouwen van consumenten en van daaruit ook op dat van ondernemers en investeerders. Daarnaast dringen zich, zoveel is nu al duidelijk, nieuwe maatregelen op om de begrotingssituatie onder controle te houden. Gegeven de bereikte schuldgraad (ruim 100% van het BBP) kunnen we zelfs bij recessie de begrotingsevolutie niet zomaar op haar beloop laten. Een stijging van de rentevoeten zou ons immers snel duur te staan komen. Er loopt nauwelijks nog een Belg rond voor wie die systematiek niet duidelijk is en dus houdt iedereen de knip op de beurs waardoor de terugval in de economische activiteit nog meer uitgesproken wordt.

De argumentatie dat men bij de begrotingsopmaak geen weet had van de slechtere vooruitzichten is ongeloofwaardig. Vorig jaar in de zomer gooide de regering zich ook al blindelings in de armen van de achterhaalde optimistische prognoses inzake de economische groei ondanks massa's aanwijzingen dat het met de economie snel bergaf ging. Nu deed men dat weer -- de regering schreef 0,7% groei voor volgend jaar in - terwijl alles in de omgeving (inclusief reeds voorliggende prognoses van het IMF) reeds wees op veel lagere groeicijfers. Naast de aanhoudende onzekerheid over waar het nu met de eurozone heen gaat, blijft er ook de onzekerheid hoe de verdere aanpak van de onvermijdelijke sanering van onze publieke financiën vorm gaat krijgen. Minstens even veel onzekerheid heerst er rond de vraag of er ernstige maatregelen komen om het concurrentievermogen van de ondernemingen toch minstens gedeeltelijk te herstellen.

Johan Van Overtveldt

Onze partners