Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

02/10/14 om 16:00 - Bijgewerkt om 16:00

Zalmmedia

'Hoe zou je een radio- en televisiebedrijf starten?' vraagt prof media- en communicatierecht Leo Neels zich af. 'Mijn vrienden zeggen me: niet doen! Maar mijn punt is nu: àls iemand op dat idee zou komen, hoe zou hij dat dan doen?'

Zalmmedia

© Belga

Hoe zou je een radio- en televisiebedrijf starten? Mijn vrienden zeggen me: niet doen! Maar mijn punt is nu: àls iemand op dat idee zou komen, hoe zou hij dat dan doen?

Hij wil een zo groot mogelijk aantal kijkers en luisteraars bereiken, ja, zo hoort het. Dat moet lukken met een diversiteit aan programma's. Niet zo maar programma's: hoogkwalitatieve programma's! Daarmee kan je de belangstelling van kijkers en luisteraars wekken en ook aan hun belangstelling voldoen. Ja, zo hoort het.

Dat kwalitatief hoogstaand aanbod gaat over alles: informatie, cultuur, educatie en ontspanning, dat spreekt. Prioritair zal hij inzetten op informatie- en cultuurprogramma's, en daarnaast zal men ook sport, eigentijdse educatie, eigen drama en ontspanning verzorgen. Dat alles moet gekenmerkt zijn door een hoge kwaliteit, naar inhoud, vorm en taalgebruik.

Kwaliteit, professionaliteit, creativiteit en originaliteit, zonder nieuwe talenten en vernieuwende expressievormen te vergeten! We zullen het aanbod richten op bepaalde bevolkings- en leeftijdsgroepen, in het bijzonder toch de kinderen en de jeugd.

Ja, we zijn ambitieus: we zullen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de Vlaamse cultuur, haar identiteit en diversiteit. Ja, zijn programma's zullen een democratische verdraagzame samenleving bevorderen: onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming, daar gaan we voor. Of nog: een leidinggevende rol zullen we nemen op het gebied van informatie en cultuur.

Het radio- en televisiebedrijf moet betrokkenheid realiseren van een zo groot mogelijk aantal Vlamingen, en zijn geloofwaardigheid veiligstellen. Het moet dus een voldoende aantal programma's richten op het boeien van een breed en algemeen publiek. Daarnaast komen ook andere programma's, die tegemoetkomen aan specifieke belangstellingssferen van kijkers en luisteraars. Want we moeten ruime doelgroepen beogen, en die ook echt bereiken.

Ja, het nieuw bedrijf moet de technologie op de voet volgen om zijn programma's ook via nieuwe mediatoepassingen aan zijn kijkers en luisteraars aan te bieden; tenminste, als dat nodig en wenselijk is.

Elke investeerder die een mediabedrijf zou willen starten, zal ongeveer aan al deze elementen denken. Elk daarvan zal hem door het hoofd flitsen, wellicht in minder wollige taal. Maar elke investeerder zou dan gaan wieden, kiezen, focussen: waarden en prioriteiten die zijn bedrijf zullen onderscheiden van de andere.

Zulk amalgaan is geen bedrijfsdoelstelling, het is, zoals de Fransen dat zo mooi zeggen, tout et n'importe quoi. Daar kan je geen duurzaam bedrijf op bouwen. Maar het is de wettelijke omschrijving van de zgn. openbare omroepopdracht van de VRT. Men kan daar voor of tegen zijn, maar de niet-duurzaamheid zit in de niet-keuzen van de wetgever. Alle focus ontbreekt en, eerlijk gezegd, het is ook niet makkelijk om te ontsnappen aan de dichotomie: een grote publieksomroep die alles moet doen om omroep te kunnen zijn, en daar accenten aan toevoegt om zijn publiek statuut en zijn monopolie van overheidsgeld te legitimeren - of een niche-omroep die focust op accenten en dan riskeert in vraag te worden gesteld als elitair verkwister van schaars gemeenschapsgeld.

In tijden van vermeende onbeperktheid van gemeenschapsgeld werd de keuze uitgesteld, besparingstijden verplichten om te kiezen. En dan heb je geen antwoord, want ieder zit vast aan een taakstelling die niet differentieert.

Het idee van openbare omroep is geformuleerd in de jaren vijftig, onder de leiding van de moederomroep BBC, die node private televisie zag binnenkomen, en zijn staatsmonopolie samenvatte met the duty to inform, to educate and to entertain. Alles dus, en bij gebrek aan betere inspiratie werd daar in de negentiger jaren voornamelijk een kwaliteitsaanspraak aan toegevoegd - alsof dat een typisch kenmerk zou zijn van wat namens overheden wordt gedaan, en typisch geen kenmerk van wat private ondernemingen doen.

De VRT is een sterke omroep, maar geen meester in de openbare omroep-functie; voornamelijk omdat die niet specifiek is, niet realistisch, niet meetbaar, niet aanvaard ook. Met het monopolie van overheidsgeld én een stukje reclame, een belangrijke dotatie en externalisering van kosten konden keuzen lange tijd worden uitgesteld. Nu niet meer. Dat is de kwadratuur van de cirkel voor de VRT en de Vlaamse overheid. Niet-kiezen kan niet meer.

Kiezen is verliezen, is afstand nemen van zaken, doet pijn en creëert ontgoocheling, ongenoegen bij 2.300 personeelsleden - meer dan Persgroep, Mediahuis, Vier en Medialaan samen. Het kàn een opportuniteit zijn, maar wie zet daartoe de eerste stap? Een geschil tussen VRT en Vlaamse Regering: achterhoedegevecht van een voorbije tijd.

Met de wollige opdracht, hoefde het niet te verrassen dat de nieuwe Canvasplannen door de collega's van de geschreven pers op gehoon werden onthaald als gebakken lucht. "Canvas zal het status-quo challengen", zo luiden de plannen, en ander managementees. Het verhult de moeilijkheidsgraad van het métier.

Ook anderen ontsnappen er niet aan. Zo kondigt De Morgen in grote opmaak zalm aan op zijn innovatiemenu: een andere stem "want we drijven te gemakkelijk met de massa mee en vergeten de nuance. Wat we niet gewend zijn, schrikt ons af, waardoor we het zelfs niet meer overwegen." Als een niet-mediaman het zou schrijven hij zou kunnen verdacht worden tegen de media te zijn! Maar nu schrijft de krant het, dan moet het wel waar zijn. Dus: binnenkort meer zalm, het symbool voor "een gezonde dosis tegendraadsheid, om de dingen eens van de àndere kant te bekijken. En om zo tot scherpere inzichten te komen, voor uw openheid van geest." Nieuwe marketingborstels vegen goed, nu de substantie nog.

Prof dr Leo Neels

Media- en Communicatierecht, KULeuven en UAntwerpen

Lees meer over:

Onze partners