Bart Staes (Groen)
Bart Staes (Groen)
Europees parlementslid voor Groen
Opinie

15/10/16 om 13:28 - Bijgewerkt op 21/10/16 om 10:27

'Walen staan niet alleen in hun verzet tegen CETA'

'Het is de heer Bourgeois in zijn ivoren toren misschien ontgaan, maar in heel Europa bestaat er een zeer breed gedragen verzet tegen dit soort van vrijhandelsverdragen', schrijft Bart Staes.

'Walen staan niet alleen in hun verzet tegen CETA'

Paul Magnette © Belga Image

De uitspraken van Vlaams minister Geert Bourgeois over het Europees-Canadese vrijhandelsakkoord CETA zijn een pure vorm van demagogie. Bourgeois stelde dat "iedereen in Europa achter CETA staat" en dat het democratische verzet de snode Walen "slecht voor iedereen is.".

Delen

Walen staan niet alleen in hun verzet tegen CETA

Het is de heer Bourgeois in zijn ivoren toren misschien ontgaan, maar in heel Europa bestaat er een zeer breed gedragen verzet tegen dit soort van vrijhandelsverdragen. In vele landen - en dus ook in België en Vlaanderen - bestaat er een enorme beweging van vakbonden, ziekenfondsen, consumenten-, milieu- en ontwikkelingsorganisaties, belangenvertegenwoordigers van KMO's, academici en gelukkig ook politici en lokale bestuurders, die mordicus tégen CETA zijn. En met verdomd goede redenen. De nationale betoging tegen de vrijhandelsverdragen CETA en TTIP in Brussel zorgde eind september voor een sterke mobilisatie vanuit het maatschappelijk middenveld. Ruim 2000 steden en gemeenten verklaarden zich al TTIP-vrij.

Hoopgevend

Deze relatief nieuwe Europese protestbeweging die samen met de Groenen en andere progressieven front vormt tegen deze vorm van vrijhandelsverdragen is een opvallend en hoopgevend fenomeen. De protestbeweging tegen deze vorm van vrijhandel is een pan-Europese en zeer diverse beweging van burgers en het maatschappelijk middenveld. Van Noord- tot Zuid- en van Oost- tot West-Europa werken burgers en organisaties samen. Ook aan de overkant van de oceaan bundelen burgers en basisbewegingen de krachten. Lees er de rapporten van 'The Council of Canadians' maar op na.

Delen

Moeten Europese landen zoveel verworvenheden op het spel zetten voor hypothetische voordelen die gebaseerd zijn op zeer wankele aannames en gebrekkige economische voorspellingen?

Burgers die zich kritische vragen stellen over CETA en TTIP doen dat niet uit angst, of vanuit onderbuikgevoelens, zoals de framing in sommige media luidt. Ze doen dat uit bezorgdheid en op basis van concrete feiten en dossiers. Zij en wij worden daarbij ondersteund door vele academici en journalistiek onderzoek. Ik denk daarbij aan de negatieve ervaringen na 30 jaar NAFTA, het vrijhandelsakkoord tussen Mexico, de VS en Canada.

De Minister-President vindt het niet kunnen dat Wallonië een onderhandeld verdrag zomaar kan tegen houden. En toch hoort dat tot de spelregels. Ik vrees dat hier 'Brexitiaanse toestanden' spelen. De meeste Vlamingen zijn onvoldoende op de hoogte over de vermeende voordelen en de reële nadelen en de Vlaamse Regering rekent er op dat ze de steun hebben in Vlaanderen. De situatie wordt geframed: Vlaanderen versus Wallonië en 'slimme' Europese Unie tegen 'domme' Walen. Dat sommige media, opiniemakers, industriëlen en traditionele politici daar wat badinerend over doen, is helaas tekenend voor de afstand tussen bepaalde elites en burgers.

Die houding is brandstof voor het groeiende (en gevaarlijke) wantrouwen van de samenleving versus hen die ons besturen. Want afgezien van de inhoudelijke discussie over het nut van dit soort handelsverdragen zou elke ware democraat zich moeten verheugen over de betogingen, debatten en acties in Brussel en vele andere Europese steden.

Het zou de Vlaamse regering sieren als men zoals schrijver David Van Reybrouck voorstelt een groep Vlamingen samenstelt en hen voor en na een geïnformeerde informatieronde over CETA en TTIP naar hun mening zou vragen. Mijnheer Bourgeois, zou u dat durven?

Volksverlakkerij

De recente studie van de heer Kris Peeters over de zogenaamde voordelen van TTIP was ook zo'n staaltje volksverlakkerij. Peeters beloofde op basis van die studie mooie economische groei en manna voor iedereen. Jammer dat die studie op ongeveer dezelfde methodologische (en ideologische) leest is geschoeid als de economische studie die de Europese Commissie voorstelde. Die studie en de beloften van "545 euro" per jaar voor elk gezin, werden na stevige kritiek ijlings ingetrokken.

Nu beweren de Europese Commissie, de Vlaamse en de federale regering op basis van dezelfde soort aannames doodleuk dat CETA goed is voor de economie en goed voor de werkgelegenheid. Volgens officiële impactstudies van de Commissie zorgt CETA voor een extra groei tussen de 0,02 en 0,08 procent extra! Groen vindt het onverantwoord om voor deze hypothetische en beperkte extra economische groei grote risico's te nemen met onze democratie, onze rechtsstaat en onze bescherming van milieu, consumenten en werknemers. De handel tussen de EU en Canada bedraagt nu al 63,5 miljard euro in goederen en 27,2 miljard in diensten per jaar en kan ook zonder dit controversiële verdrag worden bevorderd.

Delen

In tegenstelling tot traditionele handelsakkoorden die alleen douanetarieven verlagen of afschaffen, bevat CETA bepalingen die ingrijpen op de volledige economie.

Maar met uitzondering van UCM, de Waalse belangenorganisatie voor KMO's die het aantal Belgische bedrijven dat baat heeft bij trans-Atlantische vrijhandelsdeals op minder dan 1 procent schat, lanceerden de overige werkgeversorganisaties een campagne ten voordele van de vrijhandel met de Noord-Amerikanen. Nochtans toont een recente onafhankelijk academische studie van een Amerikaanse universiteit, (gebaseerd op een VN-berekeningsmodel, dat realistischer is dan dat van Peeters' studie) aan dat CETA kan zorgen voor het verlies van 200.000 jobs in Europa. Daarbovenop komt er nog verder jobverlies: 30.000 in Canada en 50.000 in andere delen van de wereld. De voorspelde groei is ook volgens deze studie zeer beperkt.

In tegenstelling tot traditionele handelsakkoorden die alleen douanetarieven verlagen of afschaffen, bevat CETA bepalingen die ingrijpen op de volledige economie. Dat zijn veiligheidstesten van producten, standaarden voor voedselveiligheid, bescherming van investeringen, transport, mededinging, intellectueel eigendom, databescherming en nog veel meer. Op al deze terreinen komen er verplichtingen voor overheden en staat het bevorderen van handel, competitie en groei op de eerste plaats. Niet het vrijwaren van ons milieu en de voedselveiligheid of de bescherming van werknemers. Als Noord-Amerikaanse producenten produceren met minder strenge eisen dan de Europeanen, doen ze dat goedkoper en zijn ze dus meer concurrentieel.

De politieke beleidsruimte om het algemeen belang of de bescherming van consumenten, milieu en werknemers te bevorderen wordt daarmee kleiner. Door te streven naar zoveel mogelijk overeenstemming tussen Canadese en Europese regels bestaat het risico dat belangrijke maatschappelijke en democratische debatten en overwegingen over (toekomstige) wetgeving in het algemeen belang zich verplaatsen van democratisch gelegitimeerde parlementen naar besloten werkgroepen.

In de CETA-tekst staat dat er een 'Regulatory Cooperation Forum' komt dat wetgevende initiatieven beoordeelt nog voordat er in parlementen over gedebatteerd wordt. Daardoor komt er te veel nadruk te liggen op het wegnemen van barrières voor de handel en te weinig op het bevorderen van het algemeen belang. CETA werkt zo als een filter of rem op wetgevende initiatieven om het milieu of consumenten te beschermen. Het geeft een extra en bevoorrechtte ingang voor het internationale bedrijfsleven om hun belangen via zogenaamd technische discussies te behartigen. Een te sterke lobby van het bedrijfsleven is nu al een probleem. Dieselgate is er een voorbeeld van. Vrijhandelsdeals als CETA maken dit alleen maar erger.

Als groenen zijn we resoluut gekant tegen deze deals en ik hoop van harte dat er op de Europees-Canadese top van 27 oktober géén CETA getekend zal worden. We zijn niet tegen handelsakkoorden maar handelsakkoorden mogen democratische besluitvorming niet in de weg staan. Milieu- en voedselveiligheidstandaarden van lidstaten dreigen onder druk te komen door deze deals.

De centrale vraag die elke burger zichzelf zou moeten kunnen stellen is en blijft: 'Moeten Europese landen zoveel verworvenheden op het spel zetten voor hypothetische voordelen die gebaseerd zijn op zeer wankele aannames en gebrekkige economische voorspellingen?'

Onze partners