Maurits Vande Reyde (Jong VLD)
Maurits Vande Reyde (Jong VLD)
Oud-voorzitter van Jong VLD
Opinie

22/04/17 om 09:33 - Bijgewerkt om 12:31

'Waarom de scheiding tussen religie en staat nu meer dan ooit zo belangrijk is'

Het voorstel om subsidies voor religie te schrappen kreeg weinig politieke bijval. Volgens Maurits Vande Reyde (voorzitter Jong VLD) is het nu nochtans meer dan ooit nodig.

'Waarom de scheiding tussen religie en staat nu meer dan ooit zo belangrijk is'

© istock

Nergens anders dan bij ons stemden zoveel Turken "Ja" voor een president die de seculiere invloed wil terugdringen. Nergens anders in de Europese Unie vertrokken eerder zoveel jongeren om in Syrië te gaan vechten voor religieus fundamentalisme. Er is bij ons ontegensprekelijk een voedingsbodem voor het denkbeeld dat godsdienst boven maatschappelijke waarden en wettelijke normen kan staan. De strijd voor scheiding en kerk en staat aangaan is nu daarom nu meer dan ooit terug nodig. Daarom dat het voorstel om subsidies aan religie te schrappen zo belangrijk is.

Delen

'Waarom de scheiding tussen religie en staat nu meer dan ooit zo belangrijk is'

Meer dan 100 miljoen euro, oftewel vijf procent van de begroting justitie. Zoveel gaat er naar lonen van priesters, imams en andere geloofsovertuigingen. Tel daarbij nog eens de talrijke publieke andere geldstromen die bij het kluwen van godsdienstorganisaties terechtkomen en je zit al gauw op een veelvoud van dat bedrag. Jaarlijks door u en ik, gelovig of niet, rechtstreeks naar de boodschap van God, Jahweh en Allah gestuurd. In tijden waarin de breuklijn tussen religie en de verlichte samenleving opnieuw in al zijn facetten tot uiting komt, is het hoog tijd om dat eindelijk te veranderen. Anno 2017 moeten we de lijn tussen kerk en staat opnieuw duidelijk durven trekken: iedereen heeft in de privésfeer de vrijheid om gelovig te zijn of juist helemaal niet. Daar passen overheidssubsidies niet langer bij.

De reden daarvoor is simpel: ondanks de spectaculaire secularisering de voorbije eeuwen zijn de overblijvende uitzonderingen voor godsdienst nu een bron voor een geheel nieuw spanningsveld tussen godsdienstig fundamentalisme en een samenleving gebaseerd op humanistische waarden. Na eeuwen strijd dachten we dat we er waren. Het humanisme had het gehaald op de katholieke leer. We namen de scheiding van kerk en staat voor vanzelfsprekend. En godsdienstvrijheid was er zodat iedereen gelovig kon en mocht blijven, als legitieme private expressie van individuele zingeving, in wat voor geloof dan ook.

Geldstromen aanpakken

Daarbij bleven in naam van de goede vrede een aantal wettelijke uitzonderingen overeind. Nu zijn die een bron voor vernieuwd godsdienstig radicalisme. Als we dat echt willen aanpakken volstaat het niet om willekeurig de erkenning van een moskee in te trekken. Godsdienst verdient in zijn geheel geen wettelijke uitzondering meer. We moeten daarom de moed hebben om de scheiding tussen kerk en staat opnieuw duidelijk vast te leggen. De uitzondering op dierenleed is al geslacht. De gigantische geldstromen vanuit de overheid aanpakken is evenzeer nodig. Religie krijgt daardoor de plaats die het verdient: bij ieders overtuiging, in de privésfeer.

Wie deze heilige huisje wil omverwerpen krijgt al snel het verwijt een delicaat en historisch evenwicht tussen staat en religie aan te tasten. En dat klopt. De financiering van godsdiensten gaat terug tot, hou u vast: het concordaat van Napoleon en paus Pius VII, afgesloten in 1801, meer dan 2 eeuwen geleden. Hierdoor zouden kerk en staat zich elk bezighouden met hun eigen zaken. Voor de goede vrede werd in onze grondwet de factuur daarvoor gemakkelijkheid halve naar de belastingbetaler gestuurd. Tot op de dag van vandaag is dat nog steeds zo.

Delen

'Historische pacten mogen niet langer als excuus dienen om de evolutie van de secularisering te negeren.'

Toegegeven, in een tijd waarin de overgrote meerderheid van de bevolking praktiserend katholiek was zat daar nog enige logica in. Ondertussen is de plaats van religie in onze samenleving niet meer dezelfde als toen, gelukkig maar. Het aandeel van praktiserende gelovigen komt niet meer boven de 10%. Meer dan 30% hecht in z'n geheel geen belang aan godsdienst. En toch zijn de fundamenten van Napoleon's pact, vastgeroest in onze grondwet ter hoogte van artikel 181, nooit fundamenteel gewijzigd. Verschillende politieke formaties hebben kilometers aan aanbevelingen, werkgroepen en wetenschappelijke bevindingen genegeerd in naam van het "delicaat historisch compromis". Als we dezelfde logica zouden hanteren voor andere maatschappelijke tendensen, mochten vrouwen vandaag niet stemmen en bestond homoseksualiteit wettelijk gezien niet eens. Het is duidelijk dat historische pacten niet langer als excuus mogen dienen om de evolutie van de secularisering te negeren.

Wie bovendien beweert dat enkel overheidssubsidies kunnen voorkomen dat elke garagebox van Vlaanderen spontaan transformeert in een oord van radicaal fundamentalisme, die dwaalt. De blanco cheque die de belastingbetaler elk jaar betaalt aan geloof is nu amper aan voorwaarden gebonden. Enkel erkenning is nodig, en de criteria daarvoor zijn zo warrig dat niemand nog weet hoeveel er naar welke godsdienst vloeit. Je kan moeilijk beweren dat subsidies voor geloof ons behoeden voor radicale opvattingen. In zowat elke godsdienstorganisatie worden fundamentele waarden als niet-discriminatie op basis van geslacht en geaardheid nog steeds compleet genegeerd. Dat zou bij eender andere vereniging gesteund met uw belastinggeld compleet onaanvaardbaar zijn.

Delen

'Voor iedereen die in onze samenleving opgroeit mag het etiket van religie nergens nog het recht geven om zich te beroepen op uitzonderingen.'

Subsidies hebben ook niet voorkomen dat de fundamentalistische islam voedingsbodem kreeg bij jongeren die hier zijn opgegroeid. Dat grondig aanpakken is ongetwijfeld een van de grootste uitdagingen in dit tijdsgewricht. Daarvoor is een totaalaanpak nodig. Nefaste buitenlandse invloeden aan banden leggen is daar een grote uitdaging in. Maar nog belangrijker is dat we bij ons een duidelijke binnenlandse lijn durven trekken tussen de scheiding van kerk en staat. Voor iedereen die in onze samenleving opgroeit mag het etiket van religie nergens nog het recht geven om zich te beroepen op uitzonderingen. Dat geeft fundamentalisten immers bij voorbaat het signaal om zich verheven te voelen boven wettelijke en maatschappelijke normen. En als we ergens iets moeten veranderen om radicalisering te voorkomen, is het dat wel.

Anno 2017 moeten we die strijd opnieuw durven voeren, elk historisch compromis ten spijt. De plaats van religie moeten we duidelijk durven bepalen: privé, niet langer gespijsd door ons overheidsgeld, wel met de vrijheid van iedereen om gelovig te zijn of niet. Als we deze stap nu niet durven maken, is religieus fundamentalisme ook in de volgende twee eeuwen verzekerd van een hopeloos vruchtbare voedingsbodem.

Onze partners