Drie gewesten zetten schouders onder versterking Zoniënwoud

30/04/12 om 15:28 - Bijgewerkt om 15:28

(Belga) Het Zoniënwoud is de groene long aan de rand van Brussel met een rijke geschiedenis en een uitzonderlijk ecosysteem. De doorkruising door heel wat infrastructuur en de druk van de recreatie leggen echter een hypotheek op de toekomst van het bos. Het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest zetten hun schouders onder het behoud en de versterking van het woud.

Joke Schauvliege, Carlo di Antonio en Evelyne Huytebroeck, de drie bevoegde ministers, zetten maandag hun handtekening onder een overlegmodel. De ministeries, administraties en betrokken verenigingen en bosgebruikers gaan op gezette tijdstippen samenzitten om het Zoniënwoud te laten uitgroeien tot een robuust bos waar het, op een steenworp van de hoofdstad van Europa, ideaal is om op adem te komen. Het Zonïënwoud heeft over het algemeen te lijden onder twee fenomenen. Er lopen heel wat drukke wegen (E411, RO) en een spoorlijn (L161) doorheen, met alle gevolgen op het vlak van geluids-, lichtoverlast en dode dieren vandien. Bovendien zetten de recreanten een zware druk op het bos. Concreet willen de drie gewesten het aantal toegangspoorten en parkings tot het Zoniënwoud beperken. Tussen die poorten zal een recreatief netwerk worden uitgebouwd, met de bedoeling de bezoekers langs een aantal grote assen te kanaliseren. Ook de 'ontsnippering' wordt aangepakt, met de sluiting en de afschaffing van een aantal wegen, de aanleg van ecoducten en de verbetering van voetgangers- en fietsersbruggen. De drie gewesten willen ook evolueren in de richting van een eigen samenhangende identiteit voor het Zoniënwoud. Daartoe zullen onder meer eenvormige pictogrammen en informatieborden worden ontwikkeld. (VRW)

Onze partners