12/03/13 om 10:54 - Bijgewerkt om 10:54

Begrotingscontrole (II): Verder saneren moet

De sanering on hold zetten, is zinloos en economisch contra-productief. Geen belastingverhogingen, wel vermindering van de uitgaven.

Begrotingscontrole (II): Verder saneren moet

© Belga

Om voor dit jaar op de met de Europese Commissie afgesproken koers van een begrotingstekort gelijk aan 2,15% van het BBP te blijven moet de regering Di Rupo op zoek naar 2,8 miljard euro. Steeds meer stemmen gaan op om die inspanning niet te doen. Het argument dat daarbij steevast luid weerklinkt, is dat we de recessie nog erger zullen maken door nu door te duwen met de sanering van de begroting. Een diepere recessie leidt tot nog grotere begrotingstekorten en zo kom je door eigen toedoen in een helse vicieuze cirkel terecht. Er zit één en ander grondig fout met deze argumentatie.

Voorafgaandelijk dient te worden aangestipt dat er inderdaad iets onwezenlijks kleeft aan het mordicus willen vasthouden aan één bepaald cijfer, zoals in dit geval die 2,15%. Strikt vanuit economische analyse hebben mensen als Paul De Grauwe zeker een punt als ze de rationaliteit van dit cijferfetisjisme aanvechten. Er is echter ook een politieke realiteit. Op basis van de ervaring van vele jaren en in vele landen blijkt dat het bijna onmogelijk is om politici vast te pinnen op de noodzaak aan begrotingssanering als er geen dwingende cijfertabel op tafel komt. Zonder een marstabel met harde cijfers is het, zo blijkt proefondervindelijk, onmogelijk om politici bij de les te houden inzake de gezondmaking van de publieke financiën.

Minstens drie argumenten liggen voor het rapen om de waarschuwing voor het "vicieuze cirkel"-syndroom sterk te nuanceren. Ten eerste, eens de schuldgraad van landen boven de 90% van het BBP uitkomt, remt die situatie haast automatisch de economische groei af. Diverse studies, onder meer van de Bank voor Internationale Betalingen, geven dit duidelijk aan. Vermits België reeds aan 100% schuld zit, betekent dat een verder laten oplopen van die schuld op zich de gang van zaken in de economie verder in de wielen rijdt. Voor hoge schuldlanden als België draagt saneren bij aan de economische groei en niet omgekeerd.

Ten tweede, als de overheid minder saneert, laat ze meer koopkracht bij de bevolking. In een zeer open economie als de Belgische vloeit die koopkracht sowieso in belangrijke mate naar het buitenland. Naarmate het niet goed ziet met onze concurrentiepositie gebeurt dat wegvloeien van die koopkracht op een meer uitgesproken manier. Zoals onder meer nog zeer uitdrukkelijk bleek uit het jongste jaarverslag van de Nationale Bank zit het inderdaad niet goed met onze concurrentiepositie. Het positief groei-effect van niet door sanering verminderde koopkracht zal dus beperkt uitvallen voor de binnenlandse economie.

Ten derde spelen ook verwachtingen een erg belangrijke rol bij de bestedingsbeslissingen van consumenten en de investerings- en productiebeslissingen van ondernemers. De mensen zijn echt niet dom. Ze beseffen ten volle dat we met de kosten van de vergrijzing nu volop in aantocht nog harde noten te kraken zullen krijgen op het vlak van de openbare financiën, niet in het minst omwille van de reeds hoge schuld waar we nu al tegenaan kijken. Nu niet verder saneren betekent dat nagenoeg iedereen beseft dat er nadien inhaaloperaties zullen moeten plaatsgrijpen, hetzij onder vorm van belastingverhogingen, hetzij onder vorm van minder bestedingen vanwege de overheden. Omwille van de vergrijzingstsunami geldt die verwachting ook voor zij die rekening houden met een behoorlijke herneming van de economie later op het jaar of naar 2014 toe. Nu niet verder doen met de sanering van de publieke financiën reduceert dan ook via dit verwachtingskanaal de economische groei hier en nu.

Heel belangrijk in de voorliggende discussie is de manier waarop verdere sanering tot stand komt. Belastingverhogingen zijn echt uit den boze (belastingverschuivingen kunnen wel overwogen worden). België heeft een niveau van globale belastingdruk bereikt die maakt dat verdere verhoging daarvan op het vlak van economische groei enkel maar meer averij zal aanrichten. Saneringen langs de kant van de uitgaven rijden, zo blijkt ook uit een hele reeks studies, de economische groei veel minder in de wielen dan belastingverhogingen. Tegelijk met verder saneren via hoofdzakelijk uitgavenverminderingen moet de regering ook werk maken van structurele ingrepen op het vlak van de werking van de arbeidsmarkt en van diverse andere markten als bijvoorbeeld kleinhandel en energie. In de publicaties van onder meer OESO en IMF staan panklare voorstellen terzake te lezen. Enkel via dit soort ingrepen komen we samen met verdere sanering van de publieke financiën tot gezonde en houdbare economische groei.

Onze partners