Ellen Van Loy was 37 toen ze in Asper-Gavere won. Dat is geen toeval.
De veldrit in Asper-Gavere is wat mij betreft de mooiste cross op de kalender. Door de omgeving – we crossen rond een fraai kasteel – maar ook omdat het een ongelooflijk zware koers is. We zijn midden november, in een bos. Bij regen droogt de ondergrond niet op. Gavere betekent slijk, koude en nog eens stevige hoogteverschillen ook. Iedereen is blij als de cross gedaan is.
In 2017 vocht ik er een prachtig gevecht uit met de Britse Nikki Harris. Het was Asper-Gavere op zijn ergst: een loodzware glibberpartij door de modder. Nikki en ik raakten voorop louter omdat wij het minst vaak tegen de grond gingen. De kansen wisselden naargelang van hoeveel geluk we hadden in de bochten. Onmogelijk te zeggen wie het zou halen. Tot ik in de laatste ronde tien seconden weggaf.
Bij de laatste passage door de materiaalzone besliste ik van fiets te wisselen. Nu ja, ‘besliste’: ik deed het in een reflex. Mijn banden en ketting hingen onder de modder, ik zie de pitstraat en duik erin. Ik hoor mijn entourage vloeken: ‘Wat doe je nu, verdorie?!’ We waren op amper anderhalve kilometer van de finish. Normaal was dat te weinig om mijn achterstand goed te maken.
Bij het opdraaien van de laatste rechte lijn zag ik Nikki voor me uit rijden. En dan ging er een knop om in mijn hoofd. Waar die cartouche nog zat, weet ik niet, maar ergens diep in mij vond ik de kracht om het gat dicht te rijden. Nikki, die natuurlijk niet had verwacht dat ik zou terugkeren, verloor de moed. Ik stak haar voorbij en bolde solo over de streep. Van denken dat je het hebt verknald tot winnen, in één minuut.
Achteraf bekeken was mijn fietswissel een briljante tactische zet. De natte kleigrond in Gavere schoof zoals bruine zeep. Met mijn propere banden had ik veel meer grip. Aan het einde van de cross, wanneer iedereen zo vermoeid is, gaf dat een nieuwe impuls.
Ik was al 37 toen ik in Asper-Gavere won. Dat is geen toeval. In Gavere lijkt het alsof alles tegenzit. In elke bocht kun je onderuitgaan. De jongere crossers lieten hun kop hangen. Zij waren van bij de start verloren. Ik was iets volwassener en besefte: iedereen gaat in de fout op zo’n parcours. Je moet er het beste van maken.