Kippenvel voor voetbaltrainer Tom Saintfiet:‘Internationaal voetbal is intenser dan clubmatches. Elke grootmoeder supportert mee’

© AFP via Getty Images
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

Voetbaltrainer Tom Saintfiet hield een Gambiaans diplomatiek paspoort over aan zijn periode als trainer van de Gambiaanse nationale voetbalploeg.

In mijn carrière heb ik vooral nationale teams gecoacht. Internationaal voetbal is veel intenser dan clubvoetbal. Je vertegenwoordigt de voetbalfierheid van een land. Elke fan, elk kindje, elke grootmoeder supportert mee. De emotie is vanzelf groot en het belang ook, want een mislukte match valt meestal niet recht te zetten. De druk op nationale ploegen kan wurgend zijn: dat is in Afrika niet anders dan in Europa.

Vandaag coach ik Mali, maar in 2018 belandde ik in Gambia. De nationale ploeg had toen in vijf jaar tijd geen enkele match met inzet gewonnen, en zich al zestig jaar niet meer voor een toernooi gekwalificeerd. Op het internet ben ik op zoek gegaan naar alle voetballers met Gambiaanse roots, of zelfs maar een Gambiaans klinkende achternaam. ’t Was groot feest toen we de eerste keer wonnen, maar de andere kant van de medaille leerde ik ook kennen. Na een nederlaag zaten mijn spelers en ik twee uur vast in de kleedkamer. Woeste fans bekogelden ons met flessen en stenen. Het leger moest ons komen ontzetten.

Tegen alle verwachtingen in plaatsten we ons voor de Afrika Cup van 2021. Niemand verwachtte iets van Gambia, het laagst gerangschikte land aller tijden op de Afrika Cup, maar ik dacht: als je de lat niet hoog legt, mislukt het zeker. Ik liet mijn videoanalisten clips maken van de stuntkampioenen uit het verleden: Denemarken op het EK van ’92, Griekenland in 2004, en Zambia op de Afrika Cup van 2012. Met elke minuut dat het toernooi vorderde, begonnen mijn spelers er meer in te geloven. We zeilden vlotjes door de poulefase en klopten in de achtste finale Guinee.

In de kwartfinale bleek thuisland Kameroen, een van de grootmachten van het Afrikaanse voetbal, te sterk. Nu zou je denken: het kleine Gambia heeft daar vrede mee. Maar mijn spelers waren te ontgoocheld voor een ereronde. Ze vielen ontroostbaar snikkend tegen de grond. De droom om Afrikaans kampioen te worden, spatte uiteen. Naderhand kwam er geen volksfeest in Gambia: de federatie had geen geld om iedereen terug te laten vliegen. Maar ik heb wel een Gambiaans diplomatiek paspoort gekregen, wat een enorme eer is. Als de rij lang is op de luchthaven durf ik er wel eens gebruik van maken.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise