Er zijn nog zekerheden in het voetbal: dat een wedstrijd negentig minuten duurt, dat op het einde de Duitsers winnen, dat de Belgen naar het WK in 2014 gaan én dat men zal blijven vragen en zagen om het gebruik van videobeelden in het voetbal tot er in elk stadion minstens twee van die camera’s hangen. Twee lijkt me inderdaad ruim voldoende. Eentje in elk doel om vast te stellen of de bal al dan niet de doellijn overschreden heeft nadat hij bijvoorbeeld in extremis nog uit doel weg werd getackeld. Natuurlijk heb ik het hier over de ultieme inspanning van Laurent Ciman in de topper Anderlecht-Standard. Dat moment uit onze klassieker der nationale toppers zorgde in de daaropvolgende dagen weer voor een op de spits gedreven discussie over het ontbreken van dergelijk hulpmiddelen.
Hoewel ik zelf geen voorstander ben van het gebruik van videobeelden geef ik toe dat in dit geval – en alleen in dergelijke gevallen! – een videocamera het ideale hulpmiddel kan zijn voor onze heren scheidsrechters. We kunnen het immers de assistent-scheidsrechter in het Constant Vanden Stock stadion niet kwalijk nemen dat hij de bal niet kan waarnemen achter het lichaam van de glijdende Standardspeler. Dat iedereen die voor zijn televisie zat zeker na enkele herhalingen vaststelde dat de bal wel degelijk de doellijn had overschreden, maakt de aankoop van dergelijke lijncamera’s heel verdedigbaar en zelfs bijna onmisbaar in onze huidige technologische samenleving.
Ik had trouwens in datzelfde stadion ooit minder geluk dan mijn collega Sinan Bolat. Met Beveren op bezoek bij paars-wit slaagde ik er immers in om een, weliswaar verschroeiend, afstandsschot van Michel De Wolf door mijn handen te laten glippen. Met een ultieme karpersprong probeerde ik alsnog de bal uit het doel te graaien, maar de toenmalige grensrechter deed zijn job meer dan behoorlijk en maakte kordaat duidelijk dat er een geldig doelpunt gemaakt was. Dat we uiteindelijk toch nog de wedstrijd wonnen heeft de pijn om de blunder wat verzacht maar duidelijk nooit uit mijn geheugen gewist.
Maar goed, we hadden het over de beeldondersteuning en het nut ervan, alsook de beperkingen. Want laten we wel wezen, in bijna alle andere spelsituaties is er zelfs na het zien van de herhalingen op ons scherm mogelijkheid tot discussie. De vertraagde en zelfs stilstaande buitenspelmomenten leveren niet altijd een pasklaar antwoord op. Al helemaal niet als het gaat om het zoveelste penaltygeval. Daar heb je vaak evenveel meningen als er herhalingen zijn, wat ook ineens duidelijk maakt dat ook camera’s hun beperkingen hebben. Trouwens, wat is er mooier dan na een wedstrijd nog even door te bomen in de plaatselijke stamkroeg over dergelijke gevallen en de kans schoon zien om de man in het zwart weer met alle zonden van Israël te overladen? Verkeerde beoordelingen, misverstanden, foutjes, slechte passes, toch ook een beetje het peper en zout om oeverloos te kunnen discussiëren over ons geliefkoosde spelletje. Vooral scheidsrechters zijn, net als doelmannen, gewoon gedoemd om in deze sport soms – vaak – de kop van jut te zijn.
Toch is er nog één situatie waarin men steeds, en liefst meer en meer, de beelden moet gebruiken. Namelijk in die gevallen dat sommige spelers, wanneer ze denken aan het oog van de scheidsrechter en zijn assistenten onttrokken te zijn, hun tegenspeler een schop of elleboog uitdelen. Voetbal is geen spel voor mietjes, maar zeker ook niet voor lafaards die op dergelijke wijze hun gram proberen te halen. Schorsen, en liefst met een paar weken tegelijk, is hiervoor de enige remedie!
GEERT DE VLIEGER
“Wat is er mooier dan na een wedstrijd nog even door te bomen over verkeerde beoordelingen?”