Met een zevende plaats in het klassement doet Bergen het beter dan verwacht. Tim Matthys (27), die zaterdag tegen zijn ex-club AA Gent speelt, verklaart het succes.
Maak eens de balans op na elf speeldagen.
Tim Matthys: “Ik dacht al dat Bergen met zijn meer technische dan fysieke voetbal in eerste klasse beter tot zijn recht zou komen, maar ik wist natuurlijk niet dat we het zo goed zouden doen. Onze sterke thuisreputatie – 14 op 18 – maakt dat we uitwedstrijden vrij relaxed kunnen beginnen, ook al is er een duidelijk verschil tussen het aantal punten dat we thuis en uit pakken.”
Jullie hebben thuis wel geen enkele keer de nul kunnen houden …
“Ja, we moeten nog leren om compacter te spelen. De trainer wil dat we constant vijf man achter de bal houden. Maar soms laten we ons zo meeslepen in ons spel dat het er nog maar vier zijn. Als we vooraan in blok kunnen spelen, moet dat achteraan ook kunnen. Dat is nog een werkpunt.”
Toen je nog bij Zulte Waregem speelde, was Bergen al geïnteresseerd in je.
“Bij Zulte Waregem (waar hij speelde vanjanuari 2005 tot januari 2009, nvdr) heb ik twee concrete aanbiedingen gehad. In 2007 klopte Brescia aan, maar ik was toen 23 en niet klaar voor het buitenland. Een jaar later meldde Bergen zich, maar van die club was ik een beetje bang. Ik had gehoord dat het er soms flink botste tussen spelers en dat werd me bevestigd door leden van de toenmalige medische staf. Met jongens als Momo Dahmane, Fadel Brahami en Wilfried Dalmat hing er regelmatig elektriciteit in de lucht. Voor ik in de zomer van 2010 bij Bergen tekende, heb ik trouwens eerst mijn licht opgestoken bij Tom Van Imschoot, die er al een jaar voetbalde. Hij heeft me overtuigd.”
Over elektriciteit gesproken, nog geen problemen gehad met Benjamin Nicaise?
“Nee, hij is echt een vriendelijke jongen. Hij kent zijn plaats hier. Bij Lierse moest hij spelen met zogenaamde vedettes zoals Radzinski en Cavens. En ik kan het weten, want ik heb ook een jaar met hen gevoetbald ( in 2009/10, nvdr). Echt gelukkig ben ik daar nooit geweest. Aan het duo Cavens-Radzinski in de spits mocht toen niet geraakt worden. Ik moest er dus op het middenveld opdraven, waardoor ik een anoniem seizoen gedraaid heb.
“De geel-zwarten hebben ook flamingante supporters. Voor een Franstalige is het niet makkelijk om zich dan door te zetten. Hier geeft Nicaise iedereen een kus. Dat zou op het Lisp niet waar zijn.” ( lacht)
Ben je er al aan gewend dat mannen elkaar kussen?
“In het begin was dat schrikken, maar alles went. Nu betrap ik me er soms op dat ik hetzelfde wil doen in Vlaanderen.”
Toen je in januari 2009 tekende bij het Griekse Panthrakikos, zei je dat de Belgische top te hoog gegrepen was voor jou. Denk je er nog altijd zo over?
“Nee, ik ben geëvolueerd en denk dat ik me ook uit de slag kan trekken bij een grotere club. Niet bij Anderlecht of Club Brugge, maar wel bij RC Genk of Standard. Tegenover het begin van mijn carrière in eerste klasse ben ik ook mentaal sterker geworden. Bij een achterstand laat ik nu niet de armen zakken, maar vecht ik terug. Ook in moeilijke momenten kan de ploeg nu op me rekenen.”
DOOR BRUNO GOVERS
“Ik was een beetje bang van Bergen.”