RC Genk, zo zegt Mario Been, moet weer de waardigheid van een landskampioen uitstralen. ‘Ik ben altijd heel optimistisch van aard en dat blijf ik ook uitstralen naar de spelers, maar zij zullen het moeten invullen op het veld.’
Zelfvertrouwen en een flinke portie Rotterdamse branie kenmerken Mario Been, maar zijn samenvatting van de moeizaam verworven 2-0 tegen Bergen verraadde vooral opluchting achter het zelfbewuste voorkomen. “Dit was een heel belangrijke wedstrijd voor ons. Ik ben ongelooflijk blij met deze overwinning. Natuurlijk weet ik dat het voetbal beter moet, maar de drie punten waren heilig vandaag.”
Twee nederlagen – tegen Lokeren en Chelsea – waren de zege voorafgegaan en twijfel was in de spelersrangen geslopen. Tegen Bergen was goed te zien hoe spelers zich wegstaken en de balbezitter van zijn aanspeelpunten beroofden. Het resultaat: weinig beweging, schaarse kansen, slordig voetbal. Na bijna driekwart wedstrijd besloot Been om tot een dubbele wissel over te gaan: Marvin Ogunjimi voor Jelle Vossen, en Anthony Limbombe voor Thomas Buffel. Beide invallers schudden de spieren nog wat los en de vierde official hield zijn bordje al klaar toen Buffel scoorde. Limbombe mocht terug het trainingsjack in en Been liet Buffel lang genoeg staan zodat hij ook een tweede keer scoorde. Wat eerst een wanhoopsdaad was, draaide zo uit op een publiekswissel. “Zo zie je maar”, deed de trainer achteraf geen moeite zijn fortuin te ontkennen.
Met de drie punten vermeed de landskampioen grotere onrust dan er al leefde na de weifelende seizoenstart en een mislukt transferbeleid. Na de 5-0 tegen Chelsea – de bolwassing waarvan Been zo had gezegd dat hij er niet op zat te wachten – was Genk in de Britse media genadeloos afgeschilderd als de risee van het Europacupvoetbal. Been houdt zich sterk: “Wat een Engelse journalist schrijft over Genk, doet me niet zo gek veel. Ik vind het ook niet belangrijk. Het gaat erom dat de jongens beseffen dat het een momentopname was op een ander niveau, en dat je nu weer moet uitstralen dat je nog steeds de kampioen van België bent. We moeten er stáán. Positief blijven naar elkaar, elkaar steunen en dat op het veld laten zien, want het is nog een heel lange weg.”
Omslaan naar verlamming
Voorzitter Herbert Houben verstuurde een duidelijke boodschap na de kansloze partij in Londen: de volgende twee wedstrijden móésten worden gewonnen. Tegen Bergen voor het kampioenschap en tegen Lierse in de achtste finales van de beker van België. Het eerste deel van de opdracht is vervuld. Been: “We zullen er alles aan doen om gehoor te geven aan de wensen van de voorzitter. We zitten bij een topclub en hebben uitgesproken dat we bij de eerste zes willen eindigen. Als je met die druk niet kan omgaan, zit je bij de verkeerde club. Het mag natuurlijk niet omslaan naar verlamming. De komende weken zijn sowieso belangrijk, buiten het feit dat de competitie nog heel lang duurt. Maar je moet niet te ver achterop raken. Ik weet dat zodra je het woordje ‘moeten’ in de mond neemt, dat verlammend kan werken op spelers, maar ze moeten wel beseffen dat we ons willen revancheren voor de wedstrijd van woensdag. Nogmaals: we moeten weer uitstralen dat we de kampioen van België zijn.”
Dat het woensdag niet lukte in Londen, neemt niet weg dat de coach zoals hij vooraf had aangekondigd ook had genoten van de avond. “Ik heb genoten, jawel. Vooreerst van ons eigen publiek. Mijnheer Degraen heeft al aangegeven dat we díé wedstrijd in ieder geval hebben gewonnen. Ik heb ervan genoten ook om de spelers van Chelsea van zo dichtbij te zien. Ze op tv zien is één ding, maar als je naast ze staat in de catacomben is dat toch wat anders. Imposant. En ik heb toch ook genoten van mijn eigen spelers. Dat klinkt gek, maar hele kleine dingetjes, zoals Vanden Borre die ik als oplossing een bal zie opwippen in de hoek: dat getuigt van kwaliteit. Als ik Kevin De Bruyne in zijn passing zie, of Thomas Buffel in zijn dadendrang: daar geniet ik van.
“Dat wij goals tegen krijgen die je eventueel, als je volledig had gestaan, had kunnen voorkomen, tja, dat weet ik ook. Dat we een maatje te klein zijn voor dat niveau, dat is ook helemaal duidelijk. Maar het plezier van het moment overheerst toch voor mij, want dit zijn dingen die je voor de rest van je leven meeneemt, hoe gek dat ook klinkt. Hoeveel spelers zullen altijd maar op tv naar Chelsea moeten kijken en er nooit tegen spelen? Wij hebben nu op het allerhoogste podium tegen die ploeg gespeeld en ik denk dat je dat moment moet koesteren. En de fouten die we hebben gemaakt, moeten we weer meenemen naar de volgende wedstrijden. Als extra stimulans om de mensen die met ons zijn meegereisd, terug te betalen. Dat is het enige wat ik van een speler kan eisen: dat hij zich honderd procent inzet. Dat ze een kans missen of een fout maken die je liever niet hebt, tja, dat kan je van tevoren niet helemaal uitsluiten.”
Kwartje gevallen
Been schepte de voorbije week ook moed uit nog een andere meevaller. Zowel na de pauze tegen Chelsea (toen hij de schutterende Abel Masuero in de kleedkamer hield) als tegen Bergen plaatste hij Khaleem Hyland in het centrum van de defensie. Afgelopen zaterdag, zo rekende de coach uit, leverde dat door de terugkeer van Nadson al de zesde combinatie in zijn defensieve hart op. Een die hem zeker kon bekoren. “De organisatie met Hyland in het centrum stond vele malen beter. Hij is daar een heel goed alternatief, absoluut.”
Ook de verrijzenis van Anthony Vanden Borre doet Been plezier. Aanvankelijk niet eens meer in de selectie – na het vertrek van zijn mentor Frank Vercauteren liet hij zich wat gaan – is hij sinds de partij tegen Anderlecht weer helemaal boven water. “Ik ben zeer tevreden over Anthony. In mijn ogen is hij een goeie speler die nog aan het begin van zijn carrière staat. Ik lees dat zijn kwartje is gevallen en dat hij aan mij heeft moeten wennen. Dat is alleen maar prettig. Hij weet in ieder geval dat ik hem niet met rust zal laten. Deze jongen heeft gewoon heel veel kwaliteiten. Het zou doodzonde zijn als hij daar niet het maximum uit haalt. Alleen moet hij er zelf van overtuigd zijn.”
Voor Kevin De Bruyne, zaterdag goed voor de assist bij Buffels beide doelpunten, toonde hij zich dan weer opvallend spaarzaam met lof na Chelsea. “Kijk, als ze mij zeggen dat hij een ongelooflijk goede wedstrijd heeft gespeeld, dan antwoord ik dat hij nog steeds een speler is die de poténtie heeft om op dat niveau te gaan spelen. Ik heb heel goeie dingen van hem gezien en wat mindere dingen, maar dat geldt voor meer spelers. Ik zag een uitstekende Thomas Buffel, ik zag een goeie Anthony Vanden Borre, de invalbeurt van Fabien Camus kon me erg bekoren. Dus het gaat mij te ver om op dat moment alle lof aan Kevin te geven, al zie je dingen bij hem die je bij andere spelers niet ziet. Maar dat hoef ik niet elke week te herhalen.”
Dat De Bruyne als enige Genkspeler genade vond in de Britse ogen, schrijft Been toe aan de wetenschap over het Kanaal dat hij in de belangstelling staat van Chelsea. “Dus letten ze ook meer op hem. Zijn roem is hem vooruit gesneld. Voor mij heeft hij potentieel de kwaliteiten om er ooit te spelen, maar ik dacht te hebben gelezen dat hij zelf ook niet onverdeeld tevreden was over zijn prestatie. Als je dan een trainer hebt die alleen maar veren in zijn kont steekt, daar heeft hij ook niet zo gek veel aan. Hij zal nog moeten afwegen: wanneer geef ik die moeilijke bal, wanneer die makkelijke? Als Kevin dat leert in te schatten, gaat hij nog veel beter worden. Maar dat hij een absoluut supertalent is, staat voor mij als een paal boven water.”
Geen minuut spijt
Tegen Bergen miste Been boven op de geblesseerde spelers ook de geschorsten Elyaniv Barda en Christian Benteke. Dat een aantal nieuwkomers nog steeds niet fit is, helpt hem niet. “Dat ís vervelend, maar nogmaals: dat kan je niet veranderen. Het is heel simpel voor een trainer: je krijgt te maken met een groep waarmee je moet werken en dan gebeuren dit soort dingen. Nou, ik heb geleerd dat je je moet focussen op de dingen die je kan beïnvloeden. Met de vervelende dingen – een buikspierblessure, een teenbreuk, een kruisbandblessure – kan je als coach niet veel. Dat je het liever níét hebt, dat is duidelijk, maar dan zou het over mijn persoonlijke egootje gaan en dat is het minst belangrijk. Het gaat om KRC Genk. Het is vervelend dat je zo veel spelers moet missen, maar dan moeten er andere jongens opstaan. De tijd zal uitwijzen of zij goed genoeg zijn om die jongens te vervangen. Nou, de laatste weken hebben we gezien dat we daarin iets te kort komen. Maar ik kan absoluut niet ontevreden zijn over de inzet van de jongens, wie er ook speelt.”
Zijn keuze voor de Belgische landskampioen zegt Been zich nog niet te hebben beklaagd. Ondanks de moeilijke werkomstandigheden. “Ik heb deze kans met beide handen gegrepen omdat ik graag trainer wilde worden van Genk. Ik heb absoluut nog geen minuut spijt gehad. Ik voel me heel erg op mijn gemak. De competitie is nog lang, maar ik heb honderd procent de overtuiging en het gevoel dat we ons gaan plaatsen bij die eerste zes. Alleen zullen we deze fase door moeten komen. Je moet wél uitstralen dat we erin geloven. In mijn persoonlijkheid staat ‘zelfvertrouwen’ hoog aangeschreven. Ik ben altijd heel optimistisch van aard en dat blijf ik ook uitstralen naar de spelers, maar zij zullen het moeten invullen op het veld. Want de keuzes daar, die kan ik niet voor hen maken.”
DOOR JAN HAUSPIE
“Een trainer die alleen maar veren in zijn kont steekt, daar heeft De Bruyne ook niet zo gek veel aan.” Mario Been
“Het is vervelend dat je zo veel spelers moet missen, maar dan moeten er andere jongens opstaan.” Mario Been