In hun vijfde seizoen als mecaniciens van Zdenek Stybar worstelen vader en zoon Gilbert en Tom De Laet met een tweeslachtig gevoel. Trots blikken ze terug op zo veel successen, maar even goed beseffen ze dat vanaf volgend seizoen een leegte volgt wanneer de Tsjech zijn geluk op de weg zoekt.

H asko, de mini-Maltezer van Zdenek Stybar en zijn vriendin Ine, keft er heftig op los wanneer we in de woning van Gilbert De Laet (62) samen met hem en zijn zoon Tom (44) aan tafel schuiven. “Zdenek verblijft met Ine in Majorca, dus passen mijn vrouw en ik een aantal dagen op Hasko. Een deel van ons takenpakket”, zegt Gilbert, die via goede contacten met het gastgezin van de Tsjech in de zomer van 2006 voor het eerst de fietsen van de toenmalige beloftewereldkampioen monteerde. “Ik was maar een gewone hobbyist en had nog nooit een cross van dichtbij gezien, maar een jaar later stond Zdenek hier opnieuw. Bijna smekend of ik ook in de winter zijn mecanicien wilde worden. Ik twijfelde – ik was net met pensioen en wilde zelf meer gaan fietsen – maar mijn vrouw kwam hem te hulp: ‘Allee Gilbert, help dat manneke.’ Uiteindelijk stemde ik toe, tot Zdeneks grote vreugde.”

Van een rustig pensioen was er van dan af geen sprake meer voor de Kapellenaar. “Mecanicien van een topcrosser zijn, is bijna een fulltimejob. Bovendien begeleid ik Zdenek op de derny en als hij een recuperatietraining inlast, fiets ik ook met hem mee. In de drukke crossweken zie ik hem zelfs meer dan Tom, die in het weekend in de materiaalpost helpt.

“Dag én nacht ben ik ermee bezig. Voor een cross lig ik dikwijls in bed te piekeren. Is die vijs goed vastgedraaid? Heb ik de ketting goed gesmeerd? De stress slaat soms wel toe, ja, al is die het grootst voor het seizoen, wanneer ik tot vijftig uur per week werk om al het materiaal klaar te maken voor de eerste cross. Daarna valt een deel van die spanning wel weg, al streef ik voor elke wedstrijd de perfectie na. Dat moet ook, want Zdenek let op alle details. Als je zijn banden een tiende kilobar harder blaast dan hij gevraagd heeft, staat hij daar, hé. Zelfs mocht je op een van zijn fietsen het zadel een halve millimeter hoger zetten, dan ben ik zeker dat hij die eruit haalt.”

Gilbert De Laet is de laatste om zich op de voorgrond te plaatsen, maar wil zijn rol ook niet onderschatten. “Een goed afgestelde fiets is superbelangrijk. Nog meer voor een crosser dan voor een wegrenner omdat de techniek in het veldrijden een grotere rol speelt. Van fietsenmerk veranderen, zoals Zdenek dit seizoen twee keer moet doen, is daarom niet zo vanzelfsprekend. De positie blijft wel dezelfde, maar een nieuw exemplaar geeft toch een heel ander gevoel. Ook het mentale aspect speelt mee. Wint een renner zijn eerste cross met zijn nieuwe fiets, dan is die switch maken een stuk makkelijker.”

“Ook een specialleke geeft vaak een tikkeltje extra motivatie”, vertelt Tom. “Zeker bij Zdenek. Twee seizoenen geleden stond hij in de eerste crossmaanden altijd op het podium, maar hij kon nooit winnen. Toeval of niet: in de week dat pa de spaken van Zdeneks wielen in de Tsjechische kleuren – rood-wit-blauw – gestoken had, behaalde hij zijn eerste grote zege in Hasselt.”

Gilbert: “Elk jaar proberen we iets speciaals: van goudkleurige snelspanners op de wielen tot andere namen voor de fietsen. Vorig jaar noemden we ze naar de grote zeges die Zdenek toen al behaald had: Koksijde, Igorre, Tábor … En dit seizoen opteerden we voor de jaartallen waarin hij wereldkampioen werd: 2005, 2006, 2010 en 2011. Telkens een kleine herinnering aan eerdere successen, niet onbelangrijk voor het kopje. En als je de fietsen gewoon een nummer geeft, dan zou Zdenek toch altijd met het nummer één willen rijden.”

Tom: “Van een nieuwe fiets kan hij ook echt genieten. Onlangs was Patrick Lefevere hier om het materiaal te bekijken en Zdenek ratelde maar door over grammen en millimeters, waarop Patrick vroeg: ‘Wie is hier eigenlijk de materiaalfreak? Gilbert of jij?’ Zdenek lachte en wees naar pa, maar hij is er minstens evenveel mee bezig. Voor de start van elk seizoen staat hij met zijn nieuwe fiets op de weegschaal, om te controleren of hij toch geen dertig gram meer weegt dan zijn oude. Elk jaar gaat die nieuwe fiets ook mee naar zijn slaapkamer en legt hij hem op bed. Dan grapt Zdenek tegen Ine: ‘Slaap jij vannacht maar op de sofa.'” ( lacht)

Gilbert: “Hij behandelt zijn fietsen als waren het zijn kinderen, hé. Een beeld dat me altijd zal bijblijven, is Zdenek die op het WK in Sankt Wendel in de laatste rechte lijn zijn fiets aait, op dezelfde manier als een jockey zijn paard over de hals wrijft na een zege. Een renner die zo respectvol met zijn materiaal omgaat, wat kun je als mecanicien meer wensen?”

Familieman

Gilbert: “Zijn wielercarrière is voor Zdenek heel belangrijk, maar zijn familie staat daar nog boven. De band met zijn ouders is bijzonder hecht en ook zijn zus Aneta en zijn schoonbroer zouden alles voor Zdenek doen. Hun dochtertje is zijn oogappel. Ze krijgt geregeld een cadeautje en mag in de Tsjechische crossen altijd mee op het podium.”

Tom: “Heimwee naar huis heeft Zdenek niet – hij voelt zich heel goed in België – maar als het past, vliegt of rijdt hij over en weer naar Tsjechië. Hij belt ook élke dag met zijn vader of moeder. Geen vijf minuten, maar een halfuur of langer. Zijn gsm-rekening is duizelingwekkend, maar dat heeft hij ervoor over. Geld speelt dan geen rol.

“Zdenek staat er ook op dat hij thuis met de hele familie kerstavond kan vieren. Voor nog geen honderdduizend euro zal hij die traditie doorbreken. Dit jaar wilden de organisatoren van de Superprestige de manche van Diegem op kerstavond plaatsen, maar Zdenek stelde zijn veto. Ze hebben die cross dan maar een dag eerder geprogrammeerd …”

Gilbert: “Zdeneks ouders ontvangen ons ook altijd als koningen als we voor en na een cross in Tsjechië logeren. Zodra we uit de camper stappen, vliegen ze rond onze nek. Zelfs de borstels staan klaar om de camper meteen schoon te maken. In een restaurant of in ons hotel eten is ook verboden, wij móéten ’s middags en ’s avonds bij hen aan tafel schuiven. Hana, Zdeneks moeder, zou iedere keer een vijfgangenmenu klaarmaken. En ook zijn grootmoeder neemt altijd iets mee: een stuk chocolade, een doos koekjes … Telkens zeggen we dat al die moeite niet hoeft, maar die mensen zijn ons ontzettend dankbaar.”

Tom: “Zdenek is ook zo opgevoed. Ik denk dat hij al een miljoen keer ‘ thank you‘ gezegd heeft. Daarnet nog, toen hij Hasko bij ons achterliet: thank you, thank you …”

“Een financiële vergoeding krijgen wij niet, maar na het seizoen geeft Zdenek soms een fiets, een helm of zijn koersschoenen cadeau. En in het buitenland slapen en eten we altijd op zijn kosten. Wij kunnen ook in de camper slapen, maar Zdenek staat erop dat wij in een hotel logeren. En ons ma krijgt na een zege vaak zijn bloemen.”

Gilbert: “Uiteindelijk zijn dat maar materiële dingen, hé. Dat Zdenek twee jaar geleden, amper zes dagen voor het WK in Tábor op de begrafenis van mijn vader was, betekent voor mij véél meer. ‘Zdenek, hier heb jij toch geen tijd voor?’, vroeg ik hem. ‘Jawel, ik zou nergens anders willen zijn. Neem gerust je tijd, ik trek tot zaterdag wel mijn plan.’ Dan komen de tranen in je ogen hoor. Net als twee dagen ervoor in Hoogerheide, toen hij de eindzege van de wereldbeker op zak stak en mij na de podiumceremonie zijn wereldbekertrui gaf: ‘Deze is voor je vader.’ Op de begrafenis heb ik ze op zijn kist gelegd en nu hangt die trui in onze gang. Daar kan zelfs de dikste cheque niet tegenop.”

Het team Stybar

Gilbert: “Het ’team Stybar’ is een van de sleutels van Zdeneks succes: inspanningsfysioloog Peter Hespel, sportarts Vincent Vanbelle, psycholoog Bert De Cuyper, verzorger Wim Hooyberghs, zijn vriendin, Tom, ik én ook mijn vrouw Paula: de ‘manager’ van de camper.”

Tom: “Het duurde een tijdje eer iedereen op elkaar afgestemd raakte, maar na een paar aanpassingen zijn we een geoliede machine geworden. In de eerste jaren stoorde Zdenek zich bijvoorbeeld nog aan het voortdurende komen en gaan van mensen in de camper. Er kwam te veel koude lucht naar binnen, hij kon zich moeilijker concentreren en dat mensen hem soms in zijn onderbroek zagen staan, was ook niet altijd leuk. Daardoor werken we nu met een ‘binnen-‘ en een ‘buitenteam’, die via walkietalkies met elkaar in contact staan.”

Gilbert: “Om het over-en-weergepraat te beperken duidt Zdenek ook voor elke cross op een blad aan wanneer hij met de verkenning wil beginnen, om welk uur hij handtekeningen wil uitdelen of naar de start wil vertrekken, met welke fiets, tubes en bandenspanning hij wil rijden … Zo weten wij perfect wanneer wij met welk materiaal klaar moeten staan, waardoor hij geen seconde moet wachten als hij buitenkomt.”

Tom: “Ook het ‘binnenteam’ heeft zo’n schema met het tijdstip waarop Zdenek wil eten, gemasseerd wil worden … Allemaal zaken die ertoe moeten leiden dat zijn voorbereiding op een cross vlekkeloos verloopt. De enige die dat plan soms in de war brengt, is Zdenek zelf omdat hij moeilijk neen kan zeggen tegen fans die om een handtekening vragen. Als hij bezweet van zijn rollen stapt, moeten we hem dikwijls aanmanen om direct naar binnen te gaan. Dat is zijn grootste minpunt: hij is soms té vriendelijk.”

Gilbert: “Het verbaast me ook telkens weer hoe rustig Zdenek voor elke cross is. Voor het WK in Sankt Wendel begon hij zijn opwarming zelfs met een blauwe pruik. Terwijl andere renners verkrampen van de stress, haalt hij uit die spanning alleen maar extra energie.”

Tom: “Psycholoog Bert De Cuyper heeft daar een grote rol in gespeeld. Tot de cross in Hasselt van twee jaar geleden was Zdenek té gefocust op de zege. Toen dat niet lukte, vroeg hij zich duizend keer af waarom hij altijd tweede of derde werd. Bert heeft hem er dan van overtuigd om eens ontspannen aan de start te staan en gewoon zijn koers te rijden, zonder per se te móéten winnen. En bám: Zdenek won in Hasselt – met die gekleurde spaken als extra steun – en is sindsdien niet meer gestopt.”

De grote droom

Gilbert: “Zdenek was dolblij toen hij voor de eerste keer in zijn Quick-Stepoutfit trainde. Niet alleen omdat hij een dik contract getekend had, maar vooral omdat zijn droom eindelijk werkelijkheid werd. Ik zie hem nog zijn drinkbus van Quick-Step vastnemen. ‘Nu voel ik me echt geloekkig.'”

Tom: “Zdenek wil honderd procent voor die wegcarrière gaan, hé. En als hij iets in zijn kop steekt, maakt hij zijn doelen meestal ook waar. Gewoon omdat hij niet kan verdragen dat hij iets niet kan. Op de weg mikt Zdenek dan ook op het allerhoogste. Over twee, maximaal drie jaar wil hij meedoen voor de zege in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Zit dat er niet in, dan keert hij terug naar het veldrijden. Met een vijftiende plaats zal hij geen genoegen nemen.”

Gilbert: “Hij zal er alles aan doen om zijn doel te bereiken en het zou me niet verbazen als ook dat zou lukken. Weinig renners die fysiek én mentaal zo’n trainingsvolume aankunnen als Zdenek: zijn hoogtestage van vijf weken in Livigno rondde hij begin september af met een tweedaagse waarin hij 13,5 uur op de fiets zat en liefst 7100 hoogtemeters afhaspelde, nadat hij al dagen in de regen getraind had. Fenomenaal.

“Om zo hard te trainen, heeft Zdenek nieuwe uitdagingen nodig. Ik denk niet dat hij zich nog tien jaar zou kunnen opladen om elk seizoen diezelfde crossen af te haspelen. Ook omdat hij in het veldrijden al bijna alles bereikt heeft.”

Tom: “Zijn nieuwe carrièreplan geeft ons wel een dubbel gevoel: enerzijds willen wij niets liever dan dat hij zijn droom op de weg verwezenlijkt, anderzijds zouden wij hem ook graag in de cross zien blijven. Want als Zdenek zijn wegambities vervult, wordt dit allicht ons laatste volledige crossseizoen en zullen wij de komende winters in een gat vallen.”

Gilbert: “Maar dan kan ik wel écht met pensioen gaan.” ( lacht)

DOOR JONAS CRETEUR

“Voor een cross lig ik dikwijls in bed te piekeren. Is die vijs goed vastgedraaid?” Gilbert De Laet

“Elk jaar neemt Zdenek zijn nieuwe fiets mee naar zijn slaapkamer en legt hij hem op bed. Dan grapt hij tegen zijn vriendin: ‘Slaap jij vannacht maar op de sofa.'” Tom De Laet

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Expertise