‘Blaffende honden bijten niet, ze schreeuwen alleen heel hard.’ Zo omschrijft Jos zijn stadsgenoten van Sint-Truiden. Roland Duchâtelet hoeft zich komend weekend niet fysiek bedreigd te voelen wanneer ‘zijn’ Standard naar ‘zijn’ STVV komt. Een impressie vanuit de fruit- en bietenstad.

Dinsdagmorgen, Grand Café Stayen. Drie wat oudere vrouwen drinken iets over elven hun koffie en praten bij. Thema’s: de mannen, wat straks op tafel komt, kleinkinderen en … STVV. Wanneer ze vertrekken werpen ze even een blik naar buiten, waar de A-ploeg aan het trainen is. “Ze hebben pech”, laat eentje zich ontvallen. “De scheidsrechter, hé”, zucht een andere. Nummer drie denkt: “De transfers. Er is iets mis.” Hoofdschuddend trekken ze zich terug.

Een dag eerder bij Jos. Voluit JosPierard. Jos heeft een grote doe-het-zelfzaak aan de randweg van STVV. Het is bietentijd, tussen Tienen en Sint-Truiden rijden tractors af en aan, de suikerraffinaderij bevoorradend. Bij Jos staat kort na de middag veel volk. Volk dat Truiens babbelt en gereedschap nodig heeft. We zien elkaar boven in het bureau, waar Jos goed voor zijn personeel (sinds vandaag twintig man) zorgt. Ter ontspanning tijdens de middagpauze is er een tafelvoetbalspel, achter een kastdeurtje hangt een dartsbord. In het minikeukentje een dringend verzoek: wie iets vuil maakt, moet het ook afwassen.

Jos is een van de velen hier die elk weekend uitkijken naar de wedstrijd van STVV. “Voor ons belangrijk, voor de horeca zéér belangrijk. ( lacht knipogend) Het voorspel, om het zo te zeggen, en den après speelt zich toch voor een stuk in de stad af.”

Jos constateert dit seizoen iets bizars: “We spelen beter dan de laatste jaren, maar achterin is de deur niet goed dicht. Daarnaast zijn er ook de scheidsrechters die blijkbaar makkelijk blunderen.” Op tafel ligt de krant. Daarin hekelt Benoit Morenne, de nieuwe voorzitter, de arbitrage. Jos schudt het hoofd: “Enorm spijtig, als je dat complex ziet, en wat er allemaal nog bij gaat komen.”

Twee dagen eerder waren we op dat complex. Opvallend was toen ook de kritiek op Roland Duchâtelet en het verwijt dat voetbal eerder een vastgoed- dan een sportproject zou zijn. Jos schudt het hoofd: “Roland is iemand met heel speciale ideeën. Investeren in iets wat maar één keer anderhalf uur op twee weken wordt gebruikt, is in zijn ogen niet logisch. Voor hem was STVV een model om te bewijzen dat een andere formule mogelijk was. Principieel heeft hij nog altijd gelijk. Natuurlijk zeggen de meeste supporters: er wordt een massa geïnvesteerd in stenen en onvoldoende in spelers. Maar je kunt toch niet zeggen dat er slecht is aangekocht! We hebben iemand in de top van de doelschuttersstand en een goalgetter is cruciaal. Maar we moeten ook realistisch zijn: dit is een streek met vrijwel geen industrie. Het potentieel om grote sponsors te halen die loges huren voor diverse miljoenen, is er niet. De visie van Roland, een zelfbedruipend stadion maken, is niet zo slecht, denk ik. Een stadion waarin het voetbal maar in feite een klein onderdeel is.”

Stadspoort Stayen

Ze vonden elkaar, de handelaars van de binnenstad en de ontwikkelaars van het nieuwe Stayen, die van Stayen een echte stadspoort willen maken. Stayen mikt op baanwinkels. Jos: “Die zaken komen toch niet in het centrum, we moeten niet bang zijn van de concurrentie. Uit onderzoek bleek al dat de trouw van de regio Sint-Truiden aan zijn winkelcentrum gigantisch groot is. In sommige sectoren ligt dat op 85 procent. Dat ligt wat in de lijn van het vurige, de aanhang aan de voetbalploeg, die nogal sterk streekgebonden is. Ook wat betreft het aanwerven van spelers, daar gaat men voor: om die band te hebben. De nieuwe voorzitter woont in Gingelom, zijn vrouw is een Truiense. De man heeft nog niet zo veel plezier gehad, vrees ik. Met Guido Brepoels direct een onpopulaire beslissing moeten nemen. Een goeie trainer, maar als het verhaal niet draait …”

Onder de nieuwe gaat het voorlopig ook niet beter, Jos. “Neen, daarin hebt u gelijk. Toch niet qua punten.”

Intermezzo. Het oude Staaien (sic), dat was platen en bankengeroffel. Wijlen Antoine Vanhove kende het maar al te goed. Af en toe werd zijn ploeg, Club Brugge, hier vernederd. Ook Anderlecht beet geregeld in het zand op dat bolle veld. Na zo’n nederlaag was de weg van de eretribune naar de parking voor het stadion lang. Overgoten met bier en onder hoongelach verliet menig bezoekend bestuurder hoofdschuddend de plek des onheils. Nu rijden ze de ondergrondse parking in en nemen ze de lift naar de vierde verdieping, waar ze ontvangen worden achter glas. Tijden veranderen.

De grond van Stayen, zo geeft Jos toe, kreeg Duchâtelet relatief goedkoop in handen. “Maar er moesten ook gigantische investeringen gebeuren. Daar is destijds kritiek op gekomen, maar omdat Roland een politiek figuur is, is dat haast vanzelfsprekend. Zijn vertrek het einde van STVV? Dat geloof ik niet. Die man laat zijn investering niet kapotgaan. Maar dat we voor een supermoeilijk seizoen staan, dat is nog zacht uitgedrukt, denk ik. Het zou in feite een drama zijn, mochten we opnieuw zakken. De vorige degradatie was erg, maar dat was rap gekeerd toen we direct aan de kop speelden. Een langdurige periode in tweede zou erg zijn, zowel voor ploeg als voor stad. Sint-Truiden ís voetbal, als naamsbekendheid op tv en radio is een eersteklasser voor een stad de goedkoopste vermelding die je kunt hebben. Als je regelmatig wint, en je vecht niet, is het altijd positief. Alleen met hooligans straalt dat negatief uit, maar slaan doet een Truienaar niet. Blaffende honden bijten niet. Wij schreeuwen alleen heel fel.”

Keikopjes

’s Anderendaags. Het Nieuwscafé op de Grote Markt. Halfnegen ’s ochtends, tijd voor koffie, croissants en de krant. De Truienaar ontbijt met Het Belang, dat vandaag melding maakt van de pijnpunten van STVV, een van de slechtste defensies van Europa. Tegenover ons zit Peter Onkelinx, ex-(jeugd)speler van de club en namens de vzw Trud’Or bezig met citymarketing en evenementen. Op zijn bord dezer dagen onder meer de komende kerstmarkt. Op zijn maag: het wel en vooral wee van STVV.

Wat de club voor deze gemeenschap betekent? Hij heeft er maar één woord voor: “Alles. Als je als Truienaar op vakantie gaat en je komt Belgen tegen, gaat het zeven kansen op de tien over STVV en de andere keren over fruit en dat ze hier weleens zijn geweest. Voor veel mannen is zaterdagavond: pintje drinken, voetbal zien en dan hier op de tafels dansen … Als het goed gaat tenminste. De laatste weken kom je wel wat vaker opgejaagd uit het stadion. Veel goals, maar je wint niet. Kunstgras is veel attractiever en sneller dan gewoon gras. De slechte bots is voorbij. Is dat nu een voor- of nadeel? Geen idee.”

Dat kunstgras was een idee van de oude patron, die het wilde vanwege zijn parkeergarage. De kritiek op Duchâtelet snapt hij niet, maar hij kan ze wel duiden. Onkelinx: “Als ik met hem vergader, voel ik me iedere keer slimmer worden. Roland kan heel snel van a tot z gaan. Een ander is wat meer behoudend, hij zegt: ik ga een tribune zetten, en ze staat er. Er ís een ondergrondse parking, kunstgras. Het is de laatste jaren snel gegaan. Anderzijds: toen hij Standard kocht, stond Roland heel kort de mensen te woord in de traphal. Typisch: Roland heeft niet altijd dat vingergevoel om het de supporter duidelijk te maken. Hij koopt Standard, scheldt snel 7 miljoen euro kwijt die de vzw hem moest, en zegt: zorg dat jullie het tegoei doen, want ik ga hier verder bouwen. Ik maak even een snelle redenering, maar zo denkt hij. Beseffen supporters wel hoeveel 7 miljoen euro is?

“Op andere plaatsen moeten clubs ook een stadion huren. Club en Cercle doen dat bij de stad. Hier huren ze dat van Roland. Tien jaar geleden was hier niks, dat was provinciaal. En kijk nu wat er staat. Je voelt bij de nieuwe mensen wel spanning. Ze denken constant na, over hoe ze het vol moeten krijgen. Nu is het aan hen, in feite. Ik denk dat er nog rek op zit. Commercieel valt er, zeker in de zomer, méér te doen. Een galamatch hebben we niet gehad. Simon Mignolet heeft geen afscheid gekregen. Sunderland naar hier halen, de vraag kan worden gesteld. Supporters wachter daarop. Ik heb drie bussen georganiseerd voor België-Turkije. De Belgen zaten toen wel in de flow, maar velen gingen toch vooral voor Simon. De fandag is pas last minute geregeld, op 15 augustus. Heel veel volk, met Guido Brepoels als pater familias. Overal waar hij was, zag je 200 man. Handtekeningen uitdelend, op dat moment was hij god.”

Nietzsche op Stayen: waarom is/moest god dood? Onkelinx: “Cijfers liegen niet, zeker? Spelers als Christ of Dufer waren afgeschreven. Hoe kwam dat? De taalbarrière? Keikopjes? De Truienaar heeft nooit gedacht dat Roland daar de hand in had. Dat was iets van de media. Een echte supporter weet dat Roland Guido na 0 op 21 nóg niet wegdeed.”

Nu is het Guy Mangelschots die onder vuur ligt als technisch directeur. Onkelinx zucht: “Nog iemand die hier ooit een standbeeld kreeg aan de rotonde toen hij ons een aantal keren redde. De Mangelschotsrotonde noemden we die.”

Róisin Murphy

Die middag op Stayen. God schoolt zich bij en is er niet meer, de Mangelschotsrotonde daarentegen wel, met in het midden, symbolisch, een eenzame biet. Van de kar gevallen. Tijd voor het sportieve. Wat scheelt er? De ervaring mag het uitleggen.

Vincent Euvrard, centrale verdediger: “Als je na 10 matchen 31 tegengoals hebt gepakt, doe je iets fout, hé. Het is moeilijk om de vinger echt op de wond te leggen, omdat er meerdere dingen zijn gebeurd. Individuele fouten, in een paar wedstrijden hebben we collectief niet goed verdedigd, soms zijn we niet brutaal genoeg …”

Wim Mennes, centrale middenvelder: “Normaal is dat toch onze stijl, of niet?”

Euvrard: “Je kunt wel zeggen: pech of dit of dat, maar als het tien wedstrijden lang duurt, is dat geen pech meer. De tegengoals vallen veel te gemakkelijk en onbewust sluipt een soort moedeloosheid in de ploeg. Vorig jaar hebben we puur op defensieve stabiliteit het behoud verzekerd. Met 20 gemaakte doelpunten in 30 matchen ben je normaal een vogel voor de kat en toch werden we twaalfde. Ik heb nu het gevoel dat we met dit team makkelijk tussen acht en twaalf moeten kunnen spelen. Maar we hebben cruciale fouten gemaakt en we blijven ze maken.”

Hoe komt het dat de defensieve stabiliteit van vorig seizoen er niet meer is? Met Denis Odoi en Marc Wagemakers verdwenen de twee backs, maar de rest is gebleven. Maakt dat alleen het verschil?

Euvrard: “Neen, tenzij dat je met hen meer ervaring had en meer verdedigende gedachten. Iandoli is offensief top, maar niet echt iemand die defensief meedenkt. Denis was in duel wat sterker, iets genadelozer in balverlies. Marc werd vervangen door Daeseleire of Ngawa, twee jongens met heel weinig ervaring. Die komen uit de beloften. Ze doen het goed, maar je betaalt leergeld. We kijken ook te veel naar de bal. Man of zone, iemand moet het duel aangaan. Het gevoel van verantwoordelijkheid – dat is mijn man – valt bij zoneverdediging wat weg.”

Terug naar mandekking? In koor: “Neen!” Euvrard: “We doen dat nu al zo lang. We hebben ook vrij weinig gestalte in de ploeg, als je dan vanuit de man gaat verdedigen, zullen we redelijk vaak overpowered worden.” Overpowered Róisin Murphy op Stayen.

Maakt het veld het allemaal sneller en is het moeilijker te belopen? Mennes: “Op Extra Time hebben ze daar eens een boom over opgezet, met wat beelden, maar ik geloof niet dat zoiets het verschil maakt.”

Euvrard: “Het is wel zo dat je als verdediger in het nadeel bent. Als de bal goed is ingespeeld en de aanname is goed, kom je niet meer terug. Op een echt grasveld, met wat modder of een slechte bots, is het moeilijker voor de aanvaller om zijn voorsprong te behouden. Maar dat betekent niet dat je in elke match drie, vier goals moet slikken.”

Scheidsrechter

Wat zijn de oplossingen uit de crisis? Een trainerswissel is al gebeurd, dat was de oplossing niet. Mennes: “Qua punten is het haast hetzelfde, maar het is wel door de wissel dat iedereen weer scherper werd. Niet omdat de ene weg is en de andere gekomen, maar wel door de schok.”

Verdedigend spelen dan? Euvrard: “Neen, daar hebben we het materiaal niet voor. Collectief zijn we in een aantal matchen al iets te veel achteruit gaan lopen. De lange bal is geen optie. We hebben veel voetballend vermogen voorin, maar met Dufer, Schouterden, Christ en Reza weinig lengte.”

Proberen een bal wat langer in de ploeg te houden in plaats van direct voor de actie te gaan? Euvrard: “Dat heeft de coach ook al aangegeven.”

Mennes: “We moeten ook in eigen boezem kijken. Ik heb maanden niet scherp genoeg gespeeld, en jij ook niet, Vince.”

Euvrard: “Klopt.”

Mennes: “Bij STVV moet alleman top zijn om matchen te winnen. Als ik mijn niveau niet haal en Vince evenmin wordt het moeilijk. En door omstandigheden staan wij nu daar. De scheidsrechters, ook zoiets … Dat zijn cruciale fases. Ik zeg niet dat we daardoor een goal moeten pakken, maar …”

Euvrard: “Je mag die sleutelmomenten niet onderschatten. Maar kritiek op scheidsrechters … Tegen Beerschot heeft Colemonts, hoe slecht hij ook was, er geen vier binnen geschoten, hé. En hij was slecht voor beide ploegen. Als speler moet je bezig zijn met wat je zelf in de hand hebt, je eigen prestatie. Natuurlijk hebben we al eens tegenslag gehad, maar je hebt geen tien matchen pech.”

Ligt het dan aan het sportieve beleid? Euvrard: “Dat moet zijn tijd krijgen. Er is een tijdje een scheefgetrokken situatie gecreëerd met Roland Duchâtelet. Wat hier staat, is zijn verdienste. Maar hij heeft er ook voor gezorgd, toen hij het sportieve in handen ging nemen, dat alles bij één man lag. Dat werkt geen goeie structuur in de hand. De nieuwe voorzitter is aangesteld om die te brengen, maar de overgang is plots gebeurd, in volle voorbereiding. Los daarvan moet je met deze kern in staat zijn om erin te blijven. Ooit hebben we het met minder wél gehaald.”

DOOR PETER T’KINT

“Voor veel mannen hier is zaterdagavond: pintje drinken, voetbal zien en dan op de tafels dansen.” Peter Onkelinx

“Roland Duchâtelet heeft ervoor gezorgd dat alles bij één man lag. Dat werkt geen goeie structuur in de hand.” Vincent Euvrard

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Expertise