Milan Jovanovic was voorbestemd om ooit voor Anderlecht te spelen en Dieumerci Mbokani bewees nog maar eens dat bruggen in het voetbal nooit helemaal opgeblazen zijn. Samen met Matías Suárez vormen ze de prinselijke voorhoede van paars-wit. ‘Ze ontploffen pas als ze zich geliefd voelen.’
Dat Milan Jovanovic (30) en Dieumerci Mbokani (25) zo snel herenigd zouden worden, had wellicht niemand verwacht. Tussen 2007 en 2010 verdedigden de Serviër en de Congolees samen de kleuren van Standard. Resultaat: twee titels, twee supercups, een bekerfinale en een kwartfinale in de Europa League.
Jova en Dieu, tot voor deze zomer nog iconen van de meest glorierijke periode van Standard sinds de jaren tachtig, moeten nu Anderlecht naar nieuwe successen leiden. Hun transfers deden hier en daar een wenkbrauw fronsen. Paars-wit nam een serieus sportief en financieel risico, zo klonk het in juli, maar na amper een derde van de reguliere competitie snoeren Jovanovic en Mbokani de critici al de mond.
Sport/Voetbalmagazine laat een analist, een oud-trainer én een intimus aan het woord over het belang van Jovanovic en Mbokani en over de chemie tussen die twee.
Marc Degryse: ‘Sneller bepalend dan verwacht’
Wat Marc Degryse betreft, zelf zes jaar speler bij Anderlecht en tegenwoordig analist, hebben Jovanovic en Mbokani alvast een stevige indruk gemaakt. “Ik ben vooral verbaasd over hoe snel ze in de ploeg zijn gekomen. Niemand twijfelde eraan dat een fitte Jovanovic en een fitte Mbokani een meerwaarde vormen in de Belgische competitie. Maar de vraag was: hoelang gaat het duren vooraleer die twee er écht klaar voor zullen zijn? Allebei amper gespeeld vorig seizoen en daarenboven onderging Jovanovic in juni nog een operatie aan de knie.”
Bij zijn Anderlechtdebuut in augustus, op Bursaspor, scoorde Jovanovic meteen. Mbokani volgde dat voorbeeld en kopte de 0-2 tegen de touwen op Lokomotiv Moskou, waar hij zijn comeback maakte voor RSCA. “De vraag is of ze dat hoge niveau kunnen aanhouden”, merkt Degryse op. “Een lichte terugval zou normaal zijn, maar anderzijds groeien deze jongens nog naar hun beste niveau. Ik merk dat Jovanovic elke wedstrijd nog beter aan het worden is.
“Wanneer Anderlecht op zijn sterkst is, met ook Vargas er nog bij, kan het misschien eens wat langer meedraaien in de Europa League”, verwacht Degryse. “Maar dan moet écht alles meezitten. Anderzijds moet je realistisch zijn: het feit dat Jovanovic (bij Liverpool) en Mbokani (bij Monaco en Wolfsburg) niet doorbraken in het buitenland, maar hier in België wel meteen weer glansprestaties leveren, zegt voldoende over de kloof tussen ons land en de grote voetballanden.”
Zonder de promotie van Jovanovic speelde Mbokani misschien wel niet eens bij Anderlecht, vertelt Degryse: ” Jova zou gezegd hebben tegen Herman Van Holsbeeck dat er maar één spits is die Romelu Lukaku behoorlijk kon vervangen en dat het Mbokani was. Eerlijk gezegd, hij heeft geen ongelijk: ik denk dat een Mbokani in topvorm beter is dan de Lukaku van vorig seizoen.
“Dat Jovanovic zo aandrong op de komst van Dieumerci, dat zegt ook iets over de band tussen die twee”, gaat Degryse verder. “Op het moment dat een speler bij zijn sportief directeur gaat vragen om een collega binnen te halen, dan weet je dat die twee spelers zich écht wel goed voelen bij elkaar.”
Over het fameuze incident in februari 2009, waarbij een gefrustreerde Jovanovic zijn handschoenen wegwerpt omdat hij de bal niet krijgt van Mbokani, is Degryse kort: “Met twee persoonlijkheden zijn wrijvingen nu eenmaal onvermijdelijk. Ik ben zeker dat ze daar intussen al een streep onder getrokken hebben. De reactie van Jovanovic was misschien wat overdreven, maar elk team heeft nu eenmaal nood aan een leider of een aanjager. Mbokani en Jovanovic zijn in interviews altijd blijven benadrukken hoezeer ze elkaar respecteren. Ze staan het liefst van al met hun tweetjes op dat veld, dat is duidelijk.”
Dominique D’Onofrio: ‘Waardering = prestaties’
Officieel is Dominique D’Onofrio slechts vier maanden coach geweest van Mbokani en Jovanovic. In februari 2010 nam hij over van Laszlo Bölöni, maar D’Onofro was al die tijd achter de schermen actief bij Standard en is dus de geknipte figuur om de kwaliteiten van het spitsenduo bloot te leggen.
“Als je ze als duo bekijk,” aldus D’Onofrio, “dan is hun grootste troef hun complementariteit. Mbokani is een diepe spits, die eigenlijk beschikt over Europese kwaliteiten. Jovanovic, op zijn beurt, speelt op de zijkant of als tweede spits, en heeft ook al bewezen dat hij zijn ploeg een trapje hoger kan tillen.”
Naar eigen zeggen heeft D’Onofrio nooit getwijfeld dat zijn ex-spelers dit seizoen het mooie weer zouden maken in de hoofdstad: “Zolang Anderlecht er maar voor zorgt dat die twee zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen binnen de club. Dat is een conditio sine qua non voor Jova en Dieu: ze ontploffen pas als ze zich echt geliefd voelen en goed in hun vel zitten.”
“Er bestaat al jaren een soort stille verstandhouding tussen hen,” gaat D’Onofrio verder, “want echt veel praten zit er niet in, zeker niet bij Mbokani. Jovanovic is wel heel verbaal, hij is een natuurlijke leider. Maar vergis je niet, ondanks hun sterke persoonlijkheid denken ze alle twee ook aan het collectieve.
“Op 75 procent van zijn mogelijkheden is Jova al in staat om te scoren en assists te geven. Met nog wat extra power en uithoudingsvermogen zullen we de komende weken nog veel meer van hem zien”, zegt D’Onofrio over de Serviër. “Ook Mbokani is nog geen haar veranderd: hij blijf snel, doelgericht en reageert meestal instinctief. Vergeet niet: hij is nog maar 25! Als hij zijn niveau blijft halen, kan hij straks opnieuw naar het buitenland, volgens mij.”
D’Onofrio, die sinds zijn vertrek bij Standard de Belgische competitie volgt als analist voor televisie, schat paars-wit hoog in dit seizoen: “Anderlecht heeft heel intelligent ingekocht. En dan heb ik het niet enkel over Jovanovic en Mbokani alleen. Met ook Ronald Vargas, Behrang Safari en Denis Odoi zijn ze voor mij titelkandidaat nummer een. Ze trekken goede spelers aan, maar – en dat is even belangrijk – de club doet er ook alles aan om een kader te scheppen waarbinnen die spelers kunnen renderen en presteren.”
Pierre Bilic: ‘In de Engelse frigo’
Voor ons zusterblad Sport/Foot Magazine volgt Pierre Bilic al geruime tijd het wel en het wee bij Standard. Daarenboven heeft hij Servische roots, waardoor hij een innige band opbouwde met zijn landgenoot Milan Jovanovic. “Hij heeft zo zijn eigen theorie waarom het in Liverpool is misgelopen”, steekt Bilic van wal. “In de eerste plaats omdat Rafael Benítez, die hem had gehaald, al ontslagen werd nog voor de voorbereiding van start ging. Bij zijn opvolger Roy Hodgson heeft Jovanovic nooit echt menselijke warmte gevoeld. Nochtans, hij heeft dat nodig. Jan Boskamp in het prille begin, Michel Preud’homme en zeker ook Laszlo Bölöni, allemaal gingen ze enorm ‘warm’ met hem om. Ook de fans en zijn medespelers droegen hem op handen. Toen hij naar Liverpool vertrok, was de breuk compleet. Van een zonnebank in België kwam hij bij wijze van spreken in de Engelse kille frigo terecht. Ook Mbokani heeft trouwens zo’n warme omgeving nodig. Het is heel cru, maar ik heb de indruk dat het overlijden van zijn zoontje de ontvangst door de Anderlechtfans, die hem toch voor een deel uitspuwden, hartelijker heeft gemaakt.”
Bilic gaat verder over Jovanovic: “Dat ene jaar in Liverpool heeft zijn karakter niet fundamenteel veranderd, al stemt zijn leeftijd hem stilaan wel wat milder. Naast én op het veld. Bij Standard speelde hij toch een stuk meer voor zichzelf – en zijn transfer – terwijl hij nu meer in dienst van de ploeg voetbalt. Bij Standard probeerde Jovanovic vooral diepgang te zoeken en rondde hij zo’n actie het liefst af met een goal. Bij Anderlecht neemt hij meer verantwoordelijkheid in de opbouw en zal hij ook heel tevreden zijn met een assist.
“Als Jova met mij over Mbokani praat, gebruikt hij altijd een bijna onvertaalbaar Servisch woord”, zegt Pierre Bilic. “Het betekent zoiets als ‘een grote meneer die veel klasse uitstraalt’. Op het eerste zicht is het geen match made in heaven natuurlijk, een emotionele Serviër en een flegmatieke Congolees, maar toch. Jova heeft alvast het vrolijke van de Afrikanen. Hij loopt heel de dag te zingen en grapjes te maken.
“Vanaf januari moet Jovanovic zijn fysieke top bereiken”, weet Pierre, “en daar stelt hij alles voor in het werk. Zo traint hij sinds kort nog eens extra thuis, met een persoonlijke trainer, in overleg met de club uiteraard. Zijn toewijding is enorm. Pas als hij Anderlecht kampioen maakt, zal hij het gevoel hebben dat hij kan teruggeven wat hij van Anderlecht gekregen heeft.”
Bilic: “Toen Anderlecht deze zomer de transfer met Mbokani had afgerond, vroeg ik aan Jovanovic wat hij ervan vond. Zijn antwoord: ‘Met hem erbij kunnen we de titel winnen!'” (lacht)
door Bregt Vermeulen – beelden: Imageglobe
“Een Mbokani in topvorm is beter dan Lukaku.” Marc Degryse