Dertig jaar geleden trapte het kleine Winterslag het grote Arsenal uit de UEFA Cup. Sport/Voetbalmagazine ging langs bij de Vieze Mannen van toen.

Zonder een Winterslagdeskundige als Vince Briganti rijd je de lege vlakte aan de Noordlaan zomaar voorbij. Hier, op 500 meter van de mijn (vandaag cultuurcentrum C-Mine), werd in 2003 het stadion van FC Winterslag afgebroken. Dertig jaar geleden regende het hier drie dagen lang oude wijven toen Arsenal er zijn opwachting maakte voor de heenwedstrijd in de tweede ronde van de UEFA Cup. Door het aanhoudende slechte weer daagden maar 9000 kijkers op voor die match: nog altijd het dubbel van wat Winterslag doorgaans over de vloer kreeg bij thuiswedstrijden. Alleen voor de derby tegen Waterschei liep het stadion (capaciteit 15.000 toeschouwers) een paar keer vol.

Toch had Winterslag zich aan het einde van de competitie 1980/81 verrassend geplaatst voor Europees voetbal dankzij een vijfde plaats, het beste resultaat ooit in eerste klasse. Het had één punt meer dan uittredend kampioen Club Brugge, die geen rol speelde in het titeldebat, gedomineerd door het Anderlecht van Tomislav Ivic.

Van dat Europese seizoen werd niet zo veel verwacht. Logisch: 14 miljoen Belgische frank (350.000 euro) bedroeg het budget, zegt toenmalig voorzitter Jan Vandermeulen. Zeven jaar later was het eerste budget van de nieuwe fusieclub RC Genk 120 miljoen frank, omgerekend is dat 3 miljoen euro. Spelers verdienden bij semiprofclub Winterslag gemiddeld 15.000 frank per maand (net geen 400 euro), maar nooit meer dan 20.000 frank.

Sportief klauterde Winterslag met de steun van de mijn van derde naar eerste klasse dankzij Robert Waseige. “Waseiges kracht was dat hij aan teambuilding avant la lettre deed”, zegt Briganti, geboren in de Italiaanse cité in Winterslag en achtereenvolgens jeugdspeler, speler in het eerste elftal, hulptrainer en hoofdtrainer bij de Vieze Mannen. “Die kregen hun naam omdat in de eerste jaren de spelers half gewassen rechtstreeks van de mijn op het voetbalveld stapten. Na de laatste training van de week gingen we met Waseige en alle spelers een glas wijn drinken in het café van ex-speler Jules De Raeve naast het stadion. ‘We gaan bloed drinken’, zei Robert altijd. En ’s zondags wonnen we.”

“Na de match gingen we weer op café bij Jules, want er was in het begin geen kantine. De kleedkamers waren piepklein, met in de douche drie sproeiers. Dat waren sproeiers uit de mijn, waar veel water uit kwam: anders raakten die mijnwerkers niet proper.” Toen Jan Vandermeulen voorzitter werd, veranderden de zeden. “Voorheen was het ‘mijnheer de voorzitter’, ineens zei de voorzitter: ‘Zeg maar Jan.'” Vandermeulen: “Toen ik kwam, hing alles af van de mijn, zelfs de elektriciteitskabels werden van de mijn doorgetrokken naar het stadion.”

Proloog: semiprofs

Verzwakt begon Winterslag aan zijn Europees seizoen. Middenvelder Paul Theunis vertrok naar SK Beveren, doelman Nico de Bree naar Beerschot. De sportieve architect van het succes, Robert Waseige stapte over naar Standard. Zijn opvolger was Mathieu Bollen, die aan de zijde van Ernst Happel de succesjaren bij Club Brugge had meegemaakt.

“Wij maken van die Europese campagne geen doel op zich, we zijn al heel blij dat we het mogen meemaken. Natuurlijk zal er getracht worden de tweede ronde te bereiken”, verwoordde pr-man Roger Huart toen de bescheiden ambities. In de competitie had de club maar één doel: de status van beste club van Limburg verdedigen.

Er was maar één inkomende transfer: de Noor Roger Albertsen, van Den Haag. Samen met de Luxemburger Carlo Weiss, de Duitser Karl Berger en de Nederlander Will van Woerkum vormde hij het buitenlanderscontingent van de rood-zwarten. Enkel Berger, Weiss en Albertsen waren profs, de andere spelers studeerden of hadden een job. Van Woerkum was fietsenmaker in dienst bij de stad Eindhoven, boegbeeld Pierre Denier werkte bij ex-shirtsponsor Yoko, zijn broer Thieu bij Ford, Paul Lambrichts en Guido Davids gaven les, Danny Caes was kinesist, Luc Thijs werkte in een fabriek in Tessenderlo, Eric Van Lessen was bankdirecteur, Renaat De Zutter werkte in de zaak van zijn vader, die boten verkocht.

Linksachter Mathy Billen koos precies voor Winterslag om er topvoetbal te combineren met een job. Vandaag verklaart men iemand die op zijn 25e een profcontract bij een topclub opgeeft voor een niet-amateurcontract bij een kleine ploeg voor gek. “Bij Standard was ik het beu om de hele dag te kaarten of op de bingokastjes te spelen. Ik had een heel goed contract, want Standard had me transfervrij bij Patro Eisden weggehaald, maar ik vond mijn leven leeg, niet zinvol genoeg. Vroeg of laat moest ik toch aan mijn reconversie denken. Waarom er dan niet vroeg aan beginnen? Mijn ouders hadden een zaak, mijn grootvader was smid, ik was van klein af gewend om mee te helpen. Dus kocht ik in mijn laatste jaar bij Standard een stuk grond om een sportwinkel te beginnen. Bij Winterslag trainden we om vier uur. Het eerste jaar had ik een baan als vertegenwoordiger, later dat seizoen begonnen we met die eigen zaak.”

Omdat er in de buurt nog een sportwinkel openging, kreeg Billen een ander idee. In de buurt lag een camping met 300 bewoners die regelmatig bij zijn ouders iets gingen drinken. “Die mensen wilden iets eten, een dagschotel of een koffie, en mijn bouwgrond lag maar een halve kilometer verder.” In 1979 opende Billen in Neeroeteren Gasthof ’t Bakkemieske, waar hij 31 jaar later nog steeds pannenkoeken, streekgerechten, trappist en Limburgse vlaai serveert, bereid zoals ze nergens anders bereid worden.

Hoofdstuk één: Bryne

Bijna was het Europese avontuur al na één ronde afgelopen. De 0-2 voorsprong uit Noorwegen was Winterslag thuis tegen Bryne na een kwartier al kwijt. Pas kort voor tijd zorgde Billen voor de bevrijdende treffer. Die thuismatch werd gefloten door een Spaanse scheidsechter. Jan Vandermeulen: “De man die later die vermeende omkopingszaak met Constant Vanden Stock had. Hij was bijna vrijgezel af, en we stopten hem in een mooi hotel in het rustige As. Na tien minuten belde hij al. ‘In dit gat blijf ik niet.’ We hebben hem toen ergens in Antwerpen ondergebracht.”

Ook voor de eigen ploeg werd niet op een frank gekeken. Toenmalig hulptrainer Briganti: “Bollen zei: ‘Als ge Europees speelt, moet ge u goed voelen.’ Dus gingen we twee dagen op afzondering. In Bryne zaten we in een prachtig hotel met uitzicht op een fjord. Na twee dagen vroeg Berger: ‘Wat komen we hier eigenlijk doen?’ In Arsenal logeerden we aan Hyde Park. Ik kon vanuit mijn kamer de aflossing van de koninklijke wacht zien.”

Eigenlijk was het de bedoeling dat Arsenal eerst thuis zou spelen, herinnert Vandermeulen zich . “Op de loting in Zürich was niemand van Arsenal. Voor Ford moest ik vaak naar Engeland. Ik heb toen een afspraak gemaakt met de secretaris van Arsenal. Ik stelde hem voor om de volgorde van de wedstrijden om te wisselen, ‘want jullie gaan toch met 4-0 of 5-0 winnen, en dan komt er bij ons geen kat meer kijken.’ Na een paar pintjes ging hij akkoord. ‘Ik ga dat regelen’, zei hij. ’s Anderendaags kreeg ik de nodige faxen.”

Voor de thuiswedstrijd daagde net geen 9000 man op. Arsenal had 1000 man mee, die in de Vennestraat flink tekeergingen en achtervolgd werden door razende bewoners. Bij de fans van Arsenal staat de wedstrijd in Genk nog altijd als een van de meest memorabele uitmatchen ooit geboekt tegen wat ‘het Millwall van België’ werd genoemd. In het modderbad maakte Karl Berger de enige goal. Vandermeulen: “Na afloop kwam die secretaris van Arsenal enigszins verontrust naar mij. ‘Ach,’ zei ik, ‘maakt u zich geen zorgen, jullie zijn toch veel sterker?'”

Vandermeulen geloofde dat ook toen een spelersdelegatie aanschoof om te praten over een kwalificatiepremie. Billen: “Normaal zouden we 15.000 frank per speler krijgen, maar voor Arsenal vroegen we 50.000 frank (1250 euro) als we ons kwalificeerden. Een goed maandloon van een werkman in die tijd. Oké, zei Vandermeulen, die er geen moment aan dacht dat we ons zouden plaatsen. We gingen voor de thuismatch net als tegen Bryne in afzondering in Hotel Hengelhoef. In het stadion wisten die van Arsenal niet wat ze zagen. De bezoekerskleedkamer was de helft van die van ons, en die was al niet groot. Ze moesten de massagetafel in de gang zetten.”

Hoofdstuk twee: Arsenal

In ’t Bakkemieske haalt Mathy Billen nog eens de knipselmap boven. Aan de muur hangt, tussen rood-zwarte sjaals, het tactisch bord van Waseige. Gered uit de kleedkamer bij een bezoek aan het bouwvallige stadion.

Een oud exemplaar van The Sun Sports heeft het over ‘ Coalminer Mathy Billen’. Billen: “Terwijl niemand van ons nog in de mijn werkte. Patrick Houben was de enige die nog aan de mijn verbonden was, die fietste daar van de ene post naar de andere.

“In Arsenal kregen we een rondleiding in het stadion en de prijzenzaal. In de kleedkamer was er vloerverwarming en een bubbelbad. Wat me bijblijft, was de speech van de trainer. ‘Wij gaan ons hier plaatsen’, voorspelde hij. Niemand die hem geloofde. Wij waren allemaal overtuigd dat we met 5-0 op onze broek zouden krijgen.”

Vandermeulen heeft de menukaart van het officiële diner van de avond voor de wedstrijd nog bewaard: ‘Tuesday 3 november 1981, Oak Room in het Park Lane Hotel‘. Alles in het Frans, met als wijn een Baron Philippe de Rotschild 1976. “Op Arsenal was het nog: heren links, dames rechts.”

Vandermeulen volgde de wedstrijd op de bank. Na drie minuten zag hij Thieu Bollen woest opveren, toen linksachter Mathy Billen mee oprukte. Billen: “Normaal mocht ik van Bollen vrij inschuiven. Van Happel had hij geleerd dat backs mee moesten aanvallen, maar voor die match verbood hij de verdedigers over de middenlijn te gaan. Maar na drie minuten kon ik me niet inhouden, Berger gaf een center, de keeper en de libero aarzelen en ik kop die bal binnen, net voor de spionkop van Arsenal. Muisstil was het. Ik zie Bollen nog altijd staan met de vuisten omhoog: niet om te juichen, maar kwaad omdat ik over de middenlijn was gegaan. De resterende 87 minuten werden we tegen ons doel geplakt.”

Vince Briganti: “De Bruyne heeft die avond alles gepakt. Normaal zou De Zutter dat jaar tussen de palen staan, maar die ging in de voorbereiding een paar keer in de fout. De Bruyne was intrinsiek de sterkste: geweldig atleet, maar niet begeleid. Een vrijbuiter, die lak had aan alles. Als hij zei: ‘Vandaag gaat er geen bal binnen’, was dat ook zo.”

Vandermeulen: “Na de wedstrijd liepen wij het veld op om te juichen. Er waren zo’n 300 supporters van Winterslag tussen die 25.000 man. Een aantal was pas tien minuten na de aftrap in het stadion gekomen. Zij hadden die goal van Billen niet gezien en dachten dat we uitgeschakeld waren. Die secretaris van Arsenal heb ik niet meer gezien. Achteraf heb ik gehoord dat ze hem buiten hebben gegooid. Waarschijnlijk hebben ze hem kwalijk genomen dat hij op eigen initiatief die matchen had omgedraaid.

“Na de wedstrijd zijn we de stad ingegaan om te vieren. In een bar ontmoetten we de spelers van Arsenal, die aan de whisky zaten. Ik heb hen even gezegd dat zoiets toch niet hoorde, zo staan hijsen na een nederlaag. Iemand kwam naar mij en zei: ‘U zou beter nu vertrekken, anders krijgt u moeilijkheden.’ Ik ben daar gaan lopen.”

Na de match wilden de spelers Londen in, maar Bollen was onverbiddelijk, aldus Billen: “Zondag was er weer een belangrijke match, zei hij. Wij wilden naar Piccadilly, maar de trainer en het bestuur zaten in de bar naast de uitgang iets te drinken. We hebben dan maar broodjes en champagne besteld op de kamer van Eric Van Lessen en het er van drie tot vijf goed van genomen. We hadden ook de deur van de kamer van Guido Davids weggestopt, onder zijn bed. Guido was leraar Nederlands. Zo’n verstrooid type dat soms met zijn boekentas in de kleedkamer kwam in plaats van met zijn voetbaltas. Guido vroeg zich even af wat er met zijn deur gebeurd was en viel dan op zijn bed neer, zonder deur. Om halfacht werden we aan het ontbijt verwacht, en dan het vliegtuig op. In Zaventem stond de BRT al te wachten, we zagen er op die beelden echt niet goed uit. ’s Avonds hebben we in het clubhuis een nieuw feestje gebouwd.”

Door al dat gefeest heeft Winterslag aan die Europese campagne geen cent overgehouden, zegt Vandermeulen. “Een paar maanden na Arsenal kreeg ik nog een rekening. Een tiental supporters, vrienden bijna, was op eigen initiatief naar daar gegaan en had ook flink gefeest. Niet zonder alles op mijn naam te zetten bij het afrekenen. De wedstrijd in Bryne hebben we iedereen meegenomen op kosten van de club. Dat waren vrijwilligers, die hadden nooit een frank gekregen, en dat was onze beloning voor hen.”

Voor Vandermeulen kreeg de match nog een staartje. Op Ford werd hij op een dag gesommeerd ’s anderendaags naar Londen te vertrekken. “De grote baas daar was een fervente supporter van West Ham, de rivaal van Arsenal. Toen die hoorde dat de killer van Arsenal in zijn bedrijf werkte, riep hij: ‘Die man wil ik zien!’ Ik met de taxi naar Zaventem, met het vliegtuig naar Londen. Die man gaf mij drie kussen, nam me mee lunchen en daar moest ik voor een select publiek nog eens vertellen hoe we Arsenal aangepakt hadden. In de namiddag vloog ik terug.”

Epiloog: Dundee United

Na Arsenal volgde de kater tegen Dundee. Thuis hield Winterslag nog gelijke tred, opnieuw liep het stadion in een hondenweer niet vol. Maar in Schotland verloor Winterslag met 5-0. Mathy Billen: “Dundee was veel te sterk, ze haalden dat jaar de halve finales. Het had ginder hard gevroren, min acht. Wij hadden alleen schoenen met noppen meegenomen. We zijn dan ginder nog schoenen met speciale noppen gaan kopen, maar het hielp niet. Wij schaatsten over het veld. Na twintig minuten was het al 3-0, we hadden niets in te brengen.”

Na de match mocht er van de trainer weer niet gestapt worden in Edinburgh, waar de selectie logeerde, maar Billen vond dat het Europese avontuur met een grap moest eindigen. “Ik trok mijn kostuum aan, ging aan alle kamers kloppen om te zeggen dat ze zich mooi moesten opmaken en dat er taxi’s voor het hotel zouden wachten om ons naar de stad te brengen. ‘Tarzan’ De Bruyne sprong uit zijn bed, onmiddellijk onder de douche, ging zich scheren. Beneden slopen we achter de fauteuils langs de bar naar de uitgang. Buiten zei ik: ‘Ik ben mijn portefeuille vergeten, stap maar alvast de taxi’s tegemoet, ik kom zo.’ Vervolgens kroop ik in bed en deed de deur op slot. De Bruyne probeerde langs de regenpijp naar boven tot bij mijn kamer te kruipen. Ik hoorde hem roepen: ‘Ik sla hem op zijn gezicht!’ Later probeerde hij emmers water onder de deur te gieten, we hebben dat afgestopt met een paar handdoeken.”

Voorzitter Vandermeulen kan het taxiverhaal van Edinburgh niet beamen. Hij was er niet. “Ik kon niet mee. Al mijn verlof was opgebruikt.” Ook assistent-trainer Vince Briganti was niet van de partij. “Als onderwijzer moest ik toestemming vragen om een paar dagen weg te gaan. Voor Bryne kreeg ik die toestemming, Arsenal viel gelukkig in de herfstvakantie, maar voor Dundee kreeg ik geen toestemming. De dag van die match was ik gewoon op school.”

Na Dundee was het afgelopen voor Thieu Bollen. Toen Briganti bij de jaarwisseling overnam, had Winterslag amper 9 punten. Pas op de laatste speeldag kon de ploeg het behoud afdwingen. Een jaar later zakte Winterslag toch, na zeven jaar onafgebroken verblijf in de hoogste klasse. Het liet Billen en nog vier spelers gaan. Vandermeulen: “Winterslag, dat was tellen, tellen en nog eens tellen en af en toe een speler verkopen. Dan konden we weer een jaar verder.” De Vieze Mannen zouden nog één jaar terugkeren op het hoogste niveau, in het seizoen 1987/88. Daarna werd onder impuls van Thyl Ghyselinck de fusie met Waterschei, dat toen in tweede speelde, doorgevoerd.

Vandaag komen de broers Denier en Paul Lambrichts nog regelmatig over de vloer in ’t Bakkemieske bij Billen. De meeste spelers van toen zien elkaar nog. Logisch: ze kwamen, op de buitenlanders na, allemaal uit Limburg. De enige van de Belgische spelers die uit beeld verdween, is keeper ‘Tarzan’ De Bruyne. Billen liep hem een paar jaar geleden nog eens toevallig tegen het lijf. “Hij liep met zo’n groot kruis rond zijn nek. Hij was getuige van Jehova geworden.”

Bij al zijn clubs – na Winterslag voetbalde hij nog voor Antwerp, KV Mechelen en RWDM – was Billen nooit ver uit de buurt als er een grap uitgehaald werd. “Maar eigenlijk was ik een brave jongen. Bij Standard schreef Willy Romain van Het Laatste Nieuws eens een artikel: ‘Met de bijbel tussen de playboys’. Ik nam toen al eens een bijbel mee om een studie met onze parochiegroep voor te bereiden. Bij Winterslag gingen we vaak op stap. Dan lieten Paul Lambrichts, Thieu Denier en ik ons voeren door Pierre Denier die nooit dronk. ‘Pierke Snoepke’ noemden we hem, omdat hij aan het eind van zo’n avond altijd een zak vol snoep meezeulde. Maar eigenlijk waren we braaf. We waren Vieze Mannen, maar brave Vieze Mannen.”

DOOR GEERT FOUTRÉ

In het Europese jaar had Winterslag een budget van veertien miljoen. Belgische Frank.

“Ik koos voor semiprofploeg Winterslag omdat ik het profbestaan zinloos vond.” Mathy Billen

De voorzitter was er niet bij in Dundee, de assistent-trainer ook niet. Ze kregen geen verlof.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Expertise