Staf Henderickx

‘Wat is er aan de hand met ons dagelijks brood?’

Staf Henderickx Huisarts en auteur 'Van Mammoet tot Big Mac' en 'Dit slik ik niet meer!'

Brood is steeds meer een industrieel product. De meeste broodproducten bevatten vandaag weinig of geen vezels meer. Dat heeft grote gevolgen, waarschuwt dokter Staf Henderickx.

Brood is het basisvoedsel van mensen over de hele wereld. Granen zijn zeer voedzaam. Ze bevatten koolhydraten in de korrel, eiwitten in de kiem en vitaminen, mineralen en vezels in het kaf. Tarwe, rogge, gerst en haver hebben alle vier een grotere voedingswaarde dan rijst of mais.

Tot de Tweede Wereldoorlog veranderde er weinig aan de samenstelling van brood tot supermarkten en fastfoodketens vanaf de jaren 90 brood begonnen te verkopen. Hun marktaandeel in onze broodconsumptie stijgt nog gestaag. Steeds meer warme bakkers moeten daardoor de deuren sluiten.

Lees ook: Zuurdesem: het oerbrood van farao’s en Insta-snobs, maar is het ook gezond?

Maar ons dagelijks brood is sindsdien ook een industrieel product geworden. Naast het gebruik van chemische meel- en broodverbeteraars bevat industrieel brood verborgen suikers, ongezonde vetten en te veel zout. Maar vooral de meeste broodproducten bevatten weinig of geen vezels meer. Laat u niet vangen: donker brood is niet per se gezonder, maar bevat vaak gebrande mout om vezelarm bruin te kleuren. De kleur kan dus bedriegen.

Voeding en depressie

Het gebrek aan vezels in onze voeding heeft heeft grote gevolgen, onder meer voor onze mentale gezondheid. Een recent onderzoek van het Nederlandse onderzoekscentrum TNO bracht meer inzicht in ‘hoe vezels de gemoedstoestand beïnvloeden’. Aan de hand van vragenlijsten en stoelgang- en speekselonderzoek beoordeelden ze de groepen met vezelrijke en vezelarme voeding. De meerderheid van de vrouwelijke deelnemers had een significant betere stemming tijdens de vezelinnamefase. Bij mannen was dat niet duidelijk het geval. Wel was duidelijk dat het rijkere darmmicrobioom bij vezelrijke voeding aan de basis lag.

Ook Felice Jacka, een geëngageerde onderzoekster aan de Deakin University in Australie, vestigt de aandacht op de sterke invloed van voedsel op de stemming. Zij toonde voor het eerst aan dat mensen met een matige tot ernstige depressie hun psychisch welzijn kunnen verbeteren door gezonder te eten. Haar onderzoek, dat bekendstaat als de Smiles-studie, volgde 67 personen met een zware depressie. Allen hadden ze slechte eetgewoontes: hun dieet bevatte weinig vezels, fruit, groenten en eiwitten, maar ze consumeerden veel suikergoed, bewerkt vlees en zoute snacks. Er werden twee groepen gevormd. Alleen de eerste groep kreeg regelmatig raadplegingen met individueel advies en hulp om de voeding te verbeteren. Resultaat: 33 procent van de eerste groep, die effectief een beter eetpatroon had ontwikkeld, vertoonde na de twaalf weken een opmerkelijke verbetering van hun depressie, in tegenstelling tot slechts 8 procent van de mensen in de tweede groep.

Belang van microbioom

Wie gevarieerd eet met vezelrijk voedsel, heeft een rijk microbioom met onder meer beschermende bacteriën zoals de lactobacillen en de bifidobacterien, die ontstekingsremmers zoals butyraat produceren. Ons westerse dieet bevat echter doorgaans nog amper 10 gram vezels per dag per persoon. Het voedsel van Afrikanen op het platteland daarentegen bevat ruim 170 gram vezels. Die vezelvoeding sluit meer aan bij onze evolutieve darm.

Wij kunnen ons type darmstelsel niet veranderen. We kunnen wel onze voeding weer in harmonie brengen met onze originele microbioom die onze spijsvertering optimaal reguleert. Dat betekent een vezelrijke plantaardige voeding al dan niet aangevuld met wat eiwitten uit vlees, vis of eieren.

Maar hoe kan het dat voeding ons brein beïnvloedt? De darmwand heeft 200 miljoen zenuwcellen en zo’n veertig neurotransmitters om informatie over het voedsel te verwerken en naar de hersenen te sturen. 90 procent van de zenuwvezels van de zenuw ‘nervus vagus’ brengt informatie van het maagdarmstelsel naar de hersenen over. En bovendien wordt 95 procent van het hormoon serotonine door het microbioom in het darmstelsel aangemaakt. Serotonine regelt mede het verteringsproces en het immuunsysteem, maar het speelt ook een rol in het bepalen van onze gemoedsstemming.

Voedselexperts wijzen er op dat de ‘feelgood’-neurotransmitter serotonine is opgebouwd uit het aminozuur tryptofaan, dat in eieren, vlees, vis, fruit en peulvruchten zit. De andere neurotransmitter dopamine, wordt gevormd uit het aminozuur tyrosine en dat zit dan weer in amandelen, pure chocolade (vanaf 80 procent), eieren, vis, kaas, zaden en peulvruchten.

Stoorzenders voor ons buikbrein

In ultrabewerkte voeding zitten zeer veel stoffen die de samenhang tussen microbioom en een gezonde darmbarrière ondergraven. Zo bewezen recente studies dat twee emulgatoren, namelijk cellulosegom en polysorbaat 80, stoorzenders zijn in onze darmen.

Polysorbaat 80 (E433) vind je in ijs, slagroom, hydraterende huidzalven, tandpasta en haarverf, maar eveneens in griep- en COVID-19-vaccins.

Cellulosegom (E466) vind je terug in enorm veel ultrabewerkte voeding: ijs, vruchtensappen, instant noedels, brood, sojasaus, marshmallows, vegetarische vleesvervangers, enzovoort.

Dat je dezelfde twee producten terugvindt in je vruchtensap, je haarverf en je laxeerpil, moet toch een rood lampje doen branden? Op dit gebied moet nog veel onderzoek worden gedaan.

Maar als zelfs deze ‘onschuldige’ voedingsadditieven het microbioom ernstig verstoren, dan kun je je voorstellen wat voor een catastrofe pesticiden, zware metalen, bewerkte suikers en vetten, en zoveel andere chemische stoffen kunnen betekenen voor ons microbioom.

Waarom focus op vezelrijk brood?

Je vindt inderdaad ook vezels in allerlei groenten, fruit, noten, knollen en peulvruchten, maar in België bestaat een grote traditie van broodmaaltijden. Dus langs een ontbijt en een brooddoos met volkorenbrood kun je al flink wat vezels naar binnen krijgen. Het is happy food.

Voeding kan dus een hulpmiddel zijn in het voorkomen van mentale problemen. Nochtans wordt voedingsadvies nog steeds niet geïntegreerd in de psychologische of psychiatrische aanpak, die vooral werkt met psychofarmaca. Ook de meeste huisartsen zijn zich absoluut niet bewust van deze link. Er is op dit terrein nog werk aan de winkel. Tegelijkertijd moeten we uiteraard toegeven dat voeding alleen niet zaligmakend is voor de behandeling van de toenemende mentale problematiek.

Veel jongeren beschouwen fastfood en alle ultrabewerkte voeding als normale voeding. Zij zijn niet meer opgegroeid tussen de koeien en de prei en selder. Hun restaurant en ontmoetingsplaats is de McDonalds. Hun snack is een zakje chips of een chocoladebar, geen appel op appelsien. Het minste wat ik wil doen is jongeren daarvoor met de vinger wijzen. De producenten van ultrabewerkte voeding, hun tsunami van reclame en de beleidsmakers dragen hier volle verantwoordelijkheid.

Vooral het beleid moet ophouden met zoete broodjes te bakken met de voedselmonopolies die ultrabewerkte voeding produceren, die ons en onze kinderen ziek maakt. Aan banden leggen van de reclame voor ultrabewerkte voeding voor kinderen, een gezonde maaltijd op school – al is het soep met een vezelrijk brood – en de BTW afschaffen op vezelrijke voeding zoals dat brood, groenten en fruit zou al heel wat aarde aan de dijk brengen.

Dokter Staf Henderickx is de auteur van het boek ‘Dit slik ik niet meer’ met als ondertitel ‘Een bezorgde dokter over ultrabewerkte voeding die ons ziek maakt’.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise