Martha Claeys

‘Als we er zelf niet gelukkiger van worden, wie wordt er dan wel beter van goede voornemens?’

Martha Claeys Filosofe

58 minuten, zo lang duurde het voordat de 10 miles, de populaire loopwedstrijd in mijn stad, uitverkocht was. Er zit vast hele slimme marketing achter om de tickets net nu te verkopen, want dit is de periode van de goede voornemens. In december blikken we traditiegetrouw terug op het voorbije jaar en beslissen we wat er vanaf januari beter kan. Tot de populaire goede voornemens behoren doorgaans: gewicht verliezen, meer aan sport doen, stoppen met roken, beter op de hoogte zijn van de actualiteit, minder tijd op je telefoon doorbrengen en meer tijd voor rust nemen. 

Zelden neemt iemand zich op 1 januari voor om een leuker of aardiger mens te worden. 

Die voornemens gaan vaak om maatschappelijk voorgeschreven ideeën van beter worden, zoals afvallen of productiever zijn. Ze zijn verbonden aan bedenkelijke ideeën van wat een goed mens is, betoogt Jenny Odell in haar boek De macht van nietsdoen. We meten onze waarde af aan hoe maatschappelijk succesvol we zijn, maar die ideeën van succes zijn eenzijdig materialistisch, kapitalistisch en individualistisch. Zelden neemt iemand zich op 1 januari voor om een leuker of aardiger mens te worden. 

Goede voornemens voeden bovendien het diep ingebedde maakbaarheidsidee dat ons voorhoudt dat we zelf in handen hebben hoe het gaat met ons geluk. Als ik mezelf te dik vind, dan moet ik maar wat afvallen, meer sporten en minder eten. Als ik gebukt ga onder stress, dan moet ik grenzen leren stellen en rust nemen. En als ik ongelukkig ben omdat ik te veel uren op sociale media doorbreng, dan is dat een kwestie van een zwakke wil. Volgend jaar, zo luiden de goede voornemens, ga ik beter mijn best doen om buiten de werkuren aan de lokroep van mijn werk te weerstaan. 

Als die pogingen om onszelf te verbeteren niet tot meer tevredenheid leiden – en dat doen ze bijna nooit – blijven we gedesillusioneerd achter. Als we er zelf niet gelukkiger van worden, wie wordt er dan wel beter van al die goede voornemens? Bedrijven verdienen grof geld aan het uitbuiten en cultiveren van onze ontevredenheid. De zelfverbeteringsindustrie was in 2025 64 miljard dollar waard, en dat is nog buiten de lucratieve schoonheidsindustrie gerekend. 

Goede voornemens suggereren dat de verantwoordelijkheid voor onze ontevredenheid enkel bij onszelf ligt. Zo blijven systemen en structuren die veel vaker aan de bron liggen van onze malaise buiten schot. Als je individuen kunt overtuigen dat zij het probleem zijn, dan hoeft er niets aan het systeem te veranderen. Het is
bekend dat Hannah Arendt het om die reden niet zo had voor persoonlijke ethiek. Veel relevanter dan hoe goed we zelf zijn, is hoe goed het met de wereld gaat, zegt zij, en dat is een zaak van politiek. 

Het is vaak net die politiek die beter kan: miljonairs kunnen steviger belast worden, sociale media gereguleerd, we kunnen ons geld bij ethische banken beleggen, de kinderopvang beter regelen, het recht op abortus in de grondwet verankeren, onze arbeidsrechten verstevigen en betaalbaar wonen prioritair maken. Ik ben niet tegen goede voornemens, noch tegen zelfverbetering, maar neem jezelf dan iets voor dat ons echt ten goede komt. Span je in om een leuker mens te zijn voor je omgeving. Bedenk een plan om druk te zetten op onze overheden om geen genocide meer te financieren. En vooruit dan, stop ook maar met roken, terwijl je
toch bezig bent. 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise