Veel vrouwen hebben tijdens de zwangerschap meer dan normaal last van verstrooidheid en vergeetachtigheid. En velen ondergaan ook regelmatig de schampere commentaren van partner of vriendinnen over zogenaamde "zwangerschapsdementie". De wetenschap twijfelt er tegenwoordig echter niet meer aan dat zwangerschapsdementie wel degelijk bestaat, maar dat het helemaal niet als iets negatiefs hoeft beschouwd te worden. Er is immers een heel belangrijke biologische functie mee gemoeid.

Met behulp van moderne beeldvormingstechnieken hebben wetenschappers kunnen aantonen dat de hersenen van de vrouw belangrijke veranderingen ondergaan tijdens de zwangerschap. De zone van grijze hersencellen ter hoogte van de hersenschors - de zone waarmee we denken en redeneren - kan tot 13% dunner worden. Deze observatie past perfect bij de klinische waarneming dat zwangeren meer moeite hebben met studeren en memoriseren dan niet-zwangere vrouwen. Met dezelfde onderzoeken kon men ook aantonen dat zowat 6 maand na de bevalling het volume van de hersenen terug normaal is geworden.

Het inkrimpen van de grijze hersenschors is een fenomeen dat eveneens wordt waargenomen bij verliefde koppeltjes, en dit zowel bij vrouwen als mannen. De vermindering van het hersenschors-volume biedt meteen een anatomische verklaring voor de zogenaamde roze wolk waarop zowel zwangere vrouwen als verliefde koppeltjes lijken te zweven. In die context kan men zonder meer stellen dat de term "zwangerschapsdementie" eerder ongelukkig is gekozen, want de omschrijving "zwangerschaps-verliefdheid" is wetenschappelijk correcter en heeft gelijk ook een positiever weerklank.

Zwangerschapsdementie? Zeg liever 'zwangerschapsverliefdheid'.

Maar er is méér: centraal in de hersenen worden bepaalde zones net actiever, zowel bij de zwangeren als bij de verliefde koppels. Dit zijn zones die vooral te maken hebben met emoties, sociale binding en overleving. Een belangrijk verschil met de grijze hersenschors is echter dat deze zones bij de zwangere vrouwen véél intenser en langduriger geactiveerd blijven dan bij de verliefden. Het lijdt geen twijfel dat de activatie van deze hersengebieden gepaard gaat met de inprenting van oersterke en levenslange moederliefde in de hersenen van de toekomstige moeder, een fenomeen dat van uitzonderlijk belang is voor het overleven van de boreling. Deze cruciale hersenverandering is in staat om de meest goedaardige moederfiguur om te vormen tot een gevaarlijke tijgerin wanneer het aankomt op de bescherming en overleving van haar kind.

De meeste vrouwen behouden geen functionele hersenstoornissen na de zwangerschap, op enkele uitzonderingen na. Dit betreft vrouwen met onopgemerkte, lichte stoornissen in de werking van het bloedvatenstelsel, die pas aan de oppervlakte komen tijdens een zwangerschap. Het menselijk vaatstelsel is namelijk anatomisch en fysiologisch geprogrammeerd om de 2 voornaamste organen van het lichaam steeds het meest zuurstof- en energierijke bloed te bezorgen : het hart en de hersenen. In de zwangerschap komt er evenwel een derde orgaan bij dat ook een grote hoeveelheid zuurstof en energiestoffen vraagt: de baarmoeder. Om dit mogelijk te maken zorgen de zwangerschaps-hormonen voor de aanmaak van extra bloed dat ze op een juiste manier overheen het lichaam verdelen. Sommige vrouwen echter hebben van nature te nauwe of te sterk gevulde bloedvaten, ondanks het feit dat hun bloeddruk en hartritme perfect normaal zijn. Bij deze vrouwen slagen de zwangerschapshormonen er niet in om de juiste hoeveelheid bloed aan elk orgaan te geven. Hierdoor kunnen deze organen functiestoornissen ontwikkelen in de loop van de zwangerschap, en meestal gaat dit gepaard met hoge bloeddruk. Dit proces wordt preeclampsie genoemd, in de volksmond ook wel zwangerschapsvergiftiging genoemd. De hersenen horen ook bij de organen die gestoord kunnen worden, iets wat zich o.m. kan uiten als zwangerschapsstuipen (eclampsie). Deze vrouwen kunnen wél blijvende hersenstoornissen overhouden na de bevalling, en ze hebben eveneens een verhoogd risico op het optreden van vroeg-dementie of andere neurologische symptomen op latere leeftijd.

Een tweede gevolg van de gestoorde moederlijke bloedcirculatie tijdens de zwangerschap is dat ook de ongeboren baby een abnormale circulatie ontwikkelt. Als kind en jong volwassen wordt hiervan niets opgemerkt, maar - wanneer het hier om een meisje gaat die als jonge vrouw zelf zwanger wordt - gaan de zwangerschapshormonen eveneens problemen kennen om het bloed op een juiste manier te verdelen in het lichaam. Op deze wijze herhaalt zich de geschiedenis overheen de generaties. De intra-uteriene programmering van ziekten is een fenomeen waarmee de gynaecologen en vroedvrouwen tegenwoordig in toenemende mate worden geconfronteerd.

Het is dus belangrijk dat een jonge vrouw met een gezond vatenstelsel kan beginnen aan de zwangerschap. Een gezonde levenswijze is hiervoor van cruciaal belang, niet enkel voor het behoud van de eigen gezondheid, maar zeker ook voor de ontwikkeling van een gezond lichaam bij haar eigen kinderen en kleinkinderen. Ze start daarom best van vóór de zwangerschap met een gezonde voeding volgens de richtlijnen van de voedingsdriehoek, evenals met voldoende lichaamsbeweging. Ze stopt best volledig met roken en alcohol, en neemt slechts medicatie die volgens doktersadvies absoluut noodzakelijk is. Ook start ze best met de inname van foliumzuur reeds vóór de bevruchting en voor de duur van het eerste zwangerschapstrimester. Ook de partners, ouders, grootouders, vrienden en kennissen kunnen absoluut hun steentje bijdragen : ze kunnen de toekomstige moeders een hart onder de riem te steken door mét hen dezelfde gezonde levensgewoonten aan te nemen en dit tevens aan te leren aan het nageslacht. Alleen door het creëren van een algemene maatschappelijke cultuur, die vandaag wil beginnen bouwen aan de gezondheid van onze toekomstige generaties, kan de spiraal van intergenerationele overdracht van ziekten worden doorbroken.

Veel vrouwen hebben tijdens de zwangerschap meer dan normaal last van verstrooidheid en vergeetachtigheid. En velen ondergaan ook regelmatig de schampere commentaren van partner of vriendinnen over zogenaamde "zwangerschapsdementie". De wetenschap twijfelt er tegenwoordig echter niet meer aan dat zwangerschapsdementie wel degelijk bestaat, maar dat het helemaal niet als iets negatiefs hoeft beschouwd te worden. Er is immers een heel belangrijke biologische functie mee gemoeid. Met behulp van moderne beeldvormingstechnieken hebben wetenschappers kunnen aantonen dat de hersenen van de vrouw belangrijke veranderingen ondergaan tijdens de zwangerschap. De zone van grijze hersencellen ter hoogte van de hersenschors - de zone waarmee we denken en redeneren - kan tot 13% dunner worden. Deze observatie past perfect bij de klinische waarneming dat zwangeren meer moeite hebben met studeren en memoriseren dan niet-zwangere vrouwen. Met dezelfde onderzoeken kon men ook aantonen dat zowat 6 maand na de bevalling het volume van de hersenen terug normaal is geworden. Het inkrimpen van de grijze hersenschors is een fenomeen dat eveneens wordt waargenomen bij verliefde koppeltjes, en dit zowel bij vrouwen als mannen. De vermindering van het hersenschors-volume biedt meteen een anatomische verklaring voor de zogenaamde roze wolk waarop zowel zwangere vrouwen als verliefde koppeltjes lijken te zweven. In die context kan men zonder meer stellen dat de term "zwangerschapsdementie" eerder ongelukkig is gekozen, want de omschrijving "zwangerschaps-verliefdheid" is wetenschappelijk correcter en heeft gelijk ook een positiever weerklank. Maar er is méér: centraal in de hersenen worden bepaalde zones net actiever, zowel bij de zwangeren als bij de verliefde koppels. Dit zijn zones die vooral te maken hebben met emoties, sociale binding en overleving. Een belangrijk verschil met de grijze hersenschors is echter dat deze zones bij de zwangere vrouwen véél intenser en langduriger geactiveerd blijven dan bij de verliefden. Het lijdt geen twijfel dat de activatie van deze hersengebieden gepaard gaat met de inprenting van oersterke en levenslange moederliefde in de hersenen van de toekomstige moeder, een fenomeen dat van uitzonderlijk belang is voor het overleven van de boreling. Deze cruciale hersenverandering is in staat om de meest goedaardige moederfiguur om te vormen tot een gevaarlijke tijgerin wanneer het aankomt op de bescherming en overleving van haar kind. De meeste vrouwen behouden geen functionele hersenstoornissen na de zwangerschap, op enkele uitzonderingen na. Dit betreft vrouwen met onopgemerkte, lichte stoornissen in de werking van het bloedvatenstelsel, die pas aan de oppervlakte komen tijdens een zwangerschap. Het menselijk vaatstelsel is namelijk anatomisch en fysiologisch geprogrammeerd om de 2 voornaamste organen van het lichaam steeds het meest zuurstof- en energierijke bloed te bezorgen : het hart en de hersenen. In de zwangerschap komt er evenwel een derde orgaan bij dat ook een grote hoeveelheid zuurstof en energiestoffen vraagt: de baarmoeder. Om dit mogelijk te maken zorgen de zwangerschaps-hormonen voor de aanmaak van extra bloed dat ze op een juiste manier overheen het lichaam verdelen. Sommige vrouwen echter hebben van nature te nauwe of te sterk gevulde bloedvaten, ondanks het feit dat hun bloeddruk en hartritme perfect normaal zijn. Bij deze vrouwen slagen de zwangerschapshormonen er niet in om de juiste hoeveelheid bloed aan elk orgaan te geven. Hierdoor kunnen deze organen functiestoornissen ontwikkelen in de loop van de zwangerschap, en meestal gaat dit gepaard met hoge bloeddruk. Dit proces wordt preeclampsie genoemd, in de volksmond ook wel zwangerschapsvergiftiging genoemd. De hersenen horen ook bij de organen die gestoord kunnen worden, iets wat zich o.m. kan uiten als zwangerschapsstuipen (eclampsie). Deze vrouwen kunnen wél blijvende hersenstoornissen overhouden na de bevalling, en ze hebben eveneens een verhoogd risico op het optreden van vroeg-dementie of andere neurologische symptomen op latere leeftijd. Een tweede gevolg van de gestoorde moederlijke bloedcirculatie tijdens de zwangerschap is dat ook de ongeboren baby een abnormale circulatie ontwikkelt. Als kind en jong volwassen wordt hiervan niets opgemerkt, maar - wanneer het hier om een meisje gaat die als jonge vrouw zelf zwanger wordt - gaan de zwangerschapshormonen eveneens problemen kennen om het bloed op een juiste manier te verdelen in het lichaam. Op deze wijze herhaalt zich de geschiedenis overheen de generaties. De intra-uteriene programmering van ziekten is een fenomeen waarmee de gynaecologen en vroedvrouwen tegenwoordig in toenemende mate worden geconfronteerd. Het is dus belangrijk dat een jonge vrouw met een gezond vatenstelsel kan beginnen aan de zwangerschap. Een gezonde levenswijze is hiervoor van cruciaal belang, niet enkel voor het behoud van de eigen gezondheid, maar zeker ook voor de ontwikkeling van een gezond lichaam bij haar eigen kinderen en kleinkinderen. Ze start daarom best van vóór de zwangerschap met een gezonde voeding volgens de richtlijnen van de voedingsdriehoek, evenals met voldoende lichaamsbeweging. Ze stopt best volledig met roken en alcohol, en neemt slechts medicatie die volgens doktersadvies absoluut noodzakelijk is. Ook start ze best met de inname van foliumzuur reeds vóór de bevruchting en voor de duur van het eerste zwangerschapstrimester. Ook de partners, ouders, grootouders, vrienden en kennissen kunnen absoluut hun steentje bijdragen : ze kunnen de toekomstige moeders een hart onder de riem te steken door mét hen dezelfde gezonde levensgewoonten aan te nemen en dit tevens aan te leren aan het nageslacht. Alleen door het creëren van een algemene maatschappelijke cultuur, die vandaag wil beginnen bouwen aan de gezondheid van onze toekomstige generaties, kan de spiraal van intergenerationele overdracht van ziekten worden doorbroken.