Heeft het warmer wordende weer van de afgelopen dagen een invloed op het aantal coronabesmettingen en kunnen we straks met een gerust hart ons plekje op het strand reserveren? Veel mensen vragen het zich af nu de curve steevast blijft dalen. Uit onderzoek blijkt echter dat weersomstandigheden niet doorslaggevend zijn in de verspreiding van het virus, maar ze spelen wel een rol in de snelheid van de besmettelijkheid.
...

Heeft het warmer wordende weer van de afgelopen dagen een invloed op het aantal coronabesmettingen en kunnen we straks met een gerust hart ons plekje op het strand reserveren? Veel mensen vragen het zich af nu de curve steevast blijft dalen. Uit onderzoek blijkt echter dat weersomstandigheden niet doorslaggevend zijn in de verspreiding van het virus, maar ze spelen wel een rol in de snelheid van de besmettelijkheid. Met de komst van de zomer in de noordelijke hemisfeer is het effect van het weer op het nieuwe coronavirus de voorbije maanden een belangrijk studieobject geweest. Globaal gezien blijkt dat het nieuwe coronavirus in eender welk klimaat goed gedijt. Niet alleen landen met een kouder klimaat, maar ook warme landen als Singapore, Indonesië, Brazilië en Ecuador zien een aanzienlijke virale verspreiding.Toch blijkt uit talrijke studies, gebaseerd op labo-omstandigheden, computermodellen en statistische analyses dat de zomer een knikje kan veroorzaken in de snelheid waarmee het virus om zich heen slaat. Eerste voorlopige studies naar temperatuursstijging zijn hoopvolDe meest recente studie is van de Harvard Medical School en het Massachusetts Institute of Technology (MIT) die een resem weerpatronen op 3.739 locaties in de wereld onder de loep namen. De onderzoekers ontdekten dat een gemiddelde temperatuur van boven de 25 graden Celsius het aantal besmettingen afremt. Elke bijkomende temperatuurstijging van een halve graad boven dat niveau is gelinkt met een bijkomende daling van 3,1 procent in het reproductiegetal van het virus, wat de pandemie zal doen vertragen, maar geen halt toeroepen. Ook een eerdere analyse van het MIT suggereert dat het weer een rol speelt in de overdracht van het virus. De meeste besmettingen gebeuren in gebieden met relatief lage temperaturen, tussen de 3 en 17 graden Celsius, zoals in Europa en de VS. In de VS zelf merkt men het verschil op: in zuidelijke staten als Arizona, Florida en Texas verloopt de uitbraak langzamer dan in Washington, New York en Colorado. Californië zit ergens tussenin. Andere studies komen tot gelijkaardige resultaten. Volgens Spaanse en Finse wetenschappers voelt het virus zich in zijn nopjes bij koude (tussen -2 en 10°C) en droge omstandigheden. En onderzoek van het Institute of Virology van de University of Maryland toont aan dat het virus zich het meest efficiënt verspreidt waar de vochtigheid laag is en de temperatuur tussen de 5 en 11 graden Celsius. Chinese wetenschappers, die de verspreiding van het virus in 100 Chinese steden bestudeerden voor de regering strenge maatregelen invoerde, ontdekten eveneens dat 'hoge temperaturen en een hoge vochtigheidsgraad de overdracht van covid-19 aanzienlijk doen vertragen'. Ook een onderzoek op grotere schaal, op 500 plaatsen wereldwijd, trekt dezelfde conclusie. Ook zonlicht speelt een rolUit een eerdere studie bij het griepvirus blijkt dat zonlicht het virus minder besmettelijk maakt. In een Amerikaans labo werd vastgesteld dat ook SARS-CoV-2 niet zo lang overleeft op bepaalde oppervlaktes en in de lucht wanneer het wordt blootgesteld aan grote hoeveelheden UV-licht en warme, vochtige omstandigheden. Experts waarschuwen echter dat de voordelen die de zomer biedt, wellicht teniet zullen worden gedaan wanneer mensen geloven dat de pandemie voorbij is en niet langer de social distancing in acht nemen. Daarnaast spenderen mensen ook in de zomer nog heel wat tijd binnenshuis wanneer ze bijvoorbeeld gaan werken. De meeste besmettingen doen zich nog altijd voor in afgesloten ruimtes met mensen die in nauw contact staan met elkaar.En dan is er nog de kwestie van de immuniteit, die zwaarder zal doorwegen dan de temperatuursvoordelen, aldus een studie van de Princeton University. Het virus is immers gloednieuw en heeft nog steeds een grote marge waarin het kan functioneren wegens een beperkte immuniteit onder de bevolking. Het is pas in de komende jaren, wanneer SARS-CoV-2 endemisch wordt, dat weersomstandigheden een belangrijkere factor zullen worden. Belangrijk: geen enkele studie is peer-reviewed en studies in labo's geven niet altijd de werkelijke omstandigheden weer. Ook kunnen we de verscheidenheid aan besmettingen niet enkel en alleen toeschrijven aan de temperatuur. Een virus wordt nog altijd overgedragen door mensen. Coronavirussen houden sowieso niet van de zomerNaast de wetenschappelijke studies kijken wetenschappers ook naar het gedrag van andere virussen die we al kennen. Zo zijn de vier coronavirussen die al jaren onder de mens leven, de zogenaamde verkoudheidsvirussen, geen grote liefhebbers van warme en vochtigere temperaturen. Dat weten we al zeker. Ook het SARS-virus, dat zich in 2003 verspreidde, vertoonde eenzelfde patroon, al werd dat virus zodanig snel uit de wereld gebannen dat we nooit echt hebben kunnen achterhalen hoe het wordt beïnvloed door de seizoenen.Maar hoe komt het dat coronavirussen lak hebben aan warm weer? Het zijn zogenaamde 'geënveloppeerde virussen'. Dat betekent dat ze een olieachtig omhulsel hebben met proteïnen die de vorm van een kroontje aannemen. In koudere omstandigheden krijgt die olie een rubberachtige structuur om het virus langer te beschermen, net zoals vet in de pan harder wordt wanneer het afkoelt. Het is deze olieachtige structuur die de virussen zo kwetsbaar maken voor hitte.Ook andere virussen zijn seizoensgebondenNaast de coronavirussen, is ook het influenzavirus seizoensgebonden. In de noordelijke hemisfeer loopt het griepseizoen traditioneel van november tot april. Ook het norovirus, dat buikgriep veroorzaakt, is seizoensgebonden. Het seizoenseffect werkt uiteraard ook in de andere richting: een daling van besmettingen zal wellicht gevolgd worden door een stijging van gevallen in de herfst. Ook menselijk gedrag en immuunsysteem zijn seizoensgebondenSeizoensziektes zijn evengoed afhankelijk van seizoenale veranderingen in menselijk gedrag. Zo valt de piek van mazelen in Europa samen met de schooltijd en verdwijnt de ziekte in de zomer als kinderen het niet langer aan elkaar kunnen doorgeven. En wanneer het kouder is, kruipen we in onze huizen met onze gezinnen, wat de verspreiding van verkoudheden en griep vergemakkelijkt. Daarnaast is ook het menselijke immuunsysteem mogelijk seizoensgebonden. Er bestaat enig bewijs dat de hoeveelheid vitamine D in ons lichaam een impact kan hebben op onze kwetsbaarheid voor infectieziektes. In de winter maakt ons lichaam minder vitamine D aan bij gebrek aan voldoende zonlicht. Al zijn er echter ook studies die zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat vitamine D een invloed heeft op ziektes als griep.De zomer heeft tot slot een positief effect op onze luchtwegen dankzij de hogere vochtigheidsgraad. Zo blijkt uit een Chinese studie van 2300 doden in Wuhan dat de sterftecijfers voor covid-19 lager waren op dagen met een hoge vochtigheidsgraad. Hoe dat komt? Droge lucht vermindert de hoeveelheid slijm in onze longen en luchtwegen. Dit slijm vormt net een natuurlijk verdedigingsmechanisme tegen infecties en wanneer we er minder van hebben zijn we vatbaarder voor virussen.