Bij het onderzoek werden tien Russische ruimtevaarders voor en kort na hun buitenaards verblijf - dat gemiddeld zes maanden duurde - onder de MRI-scanner gelegd. Zeven maanden na hun terugkeer werden ze nog eens onderzocht.

'We wilden achterhalen of de hersenen van de kosmonauten veranderden na een ruimtereis, en ook nagaan of eventuele veranderingen maanden later nog zichtbaar zouden zijn', zegt Angelique Van Ombergen van de UA. 'We keken daarbij voorlopig specifiek naar de samenstelling, naar de structurele anatomie van het brein. We maakten nog geen analyse van de functionele aspecten.'

De scans kort na hun terugkeer uit de ruimte tonen heel wat veranderingen in het brein aan. 'De hoeveelheid grijze stof, zeg maar de zenuwcellen in ons brein, nam af over de hele hersenen', legt doctoraatsstudent Steven Jillings uit. 'Ook een analyse van het hersenvocht, dat onder meer de afvoer van afvalstoffen verzorgt en bescherming biedt aan de hersenen, toont wijzigingen aan: omdat er op de hersenen van kosmonauten geen zwaartekracht inwerkt en er dus meer vloeistof naar het hoofd gaat, is de balans van het hersenvocht verstoord. Dat zien we ook nog na de vlucht.'

Het MRI-onderzoek zeven maanden later bewijst dat die veranderingen zich deels verderzetten. Vooral de impact op het hersenvocht is maanden later nog niet verdwenen. Waarom dat gebeurt en wat de eventuele gevolgen zijn, moet nog verder onderzocht worden. Mogelijk is er een link met de visuele problemen waarmee ruimtevaarders op lange termijn te maken kunnen krijgen.

Bij het onderzoek werden tien Russische ruimtevaarders voor en kort na hun buitenaards verblijf - dat gemiddeld zes maanden duurde - onder de MRI-scanner gelegd. Zeven maanden na hun terugkeer werden ze nog eens onderzocht. 'We wilden achterhalen of de hersenen van de kosmonauten veranderden na een ruimtereis, en ook nagaan of eventuele veranderingen maanden later nog zichtbaar zouden zijn', zegt Angelique Van Ombergen van de UA. 'We keken daarbij voorlopig specifiek naar de samenstelling, naar de structurele anatomie van het brein. We maakten nog geen analyse van de functionele aspecten.' De scans kort na hun terugkeer uit de ruimte tonen heel wat veranderingen in het brein aan. 'De hoeveelheid grijze stof, zeg maar de zenuwcellen in ons brein, nam af over de hele hersenen', legt doctoraatsstudent Steven Jillings uit. 'Ook een analyse van het hersenvocht, dat onder meer de afvoer van afvalstoffen verzorgt en bescherming biedt aan de hersenen, toont wijzigingen aan: omdat er op de hersenen van kosmonauten geen zwaartekracht inwerkt en er dus meer vloeistof naar het hoofd gaat, is de balans van het hersenvocht verstoord. Dat zien we ook nog na de vlucht.' Het MRI-onderzoek zeven maanden later bewijst dat die veranderingen zich deels verderzetten. Vooral de impact op het hersenvocht is maanden later nog niet verdwenen. Waarom dat gebeurt en wat de eventuele gevolgen zijn, moet nog verder onderzocht worden. Mogelijk is er een link met de visuele problemen waarmee ruimtevaarders op lange termijn te maken kunnen krijgen.