Het hart van het North Carolina Museum of Natural Sciences (NCMNS) in de Amerikaanse stad Raleigh bevindt zich op de derde verdieping van het gebouw. De vertrekken staan er vol met de meest geavanceerde apparatuur. Het team rond paleontoloog Lindsay Zanno analyseert hier fossielen met 3D-oppervlaktescanners, polarisatiemicroscopie en de nieuwste vormen van immuunhistochemie, om inzicht te krijgen in het binnenste van dinosaurusbeenderen. De wetenschapster is in de wolken met 'haar' Paleontology Research Lab - in de wandeling bekend als het Dino Lab.
...

Het hart van het North Carolina Museum of Natural Sciences (NCMNS) in de Amerikaanse stad Raleigh bevindt zich op de derde verdieping van het gebouw. De vertrekken staan er vol met de meest geavanceerde apparatuur. Het team rond paleontoloog Lindsay Zanno analyseert hier fossielen met 3D-oppervlaktescanners, polarisatiemicroscopie en de nieuwste vormen van immuunhistochemie, om inzicht te krijgen in het binnenste van dinosaurusbeenderen. De wetenschapster is in de wolken met 'haar' Paleontology Research Lab - in de wandeling bekend als het Dino Lab. Opvallend: het laboratorium heeft glazen wanden, waardoor de bezoekers van het museum de wetenschappers aan het werk kunnen zien. En dat zullen er binnenkort veel zijn, want de paleontologen van het NCMNS gaan aan de slag met het uitzonderlijkste dinosaurusfossiel dat ze ooit hebben binnengekregen. Van prehistorische vondsten wordt wel vaker gezegd dat ze uniek zijn, maar de 'duellerende dinosaurussen', zoals de prehistorische botten genoemd worden, zijn echt een unicum. Slechts een paar enkelingen hebben de vondst al onder ogen gekregen, maar wat ze gezien hebben zet het vakgebied in rep en roer: het skelet van een planteneter van achtenhalve meter lang en dat van een bijna zeven meter lange vleeseter, die met elkaar lijken te vechten op leven en dood. Volgens een eerste interpretatie gaat het bij de planteneter om de stierachtige triceratops, die zich op vier poten voortbewoog. De agressor was vermoedelijk een tyrannosaurus rex, de koning der vleesetende reuzendino's. Vermoedelijk, want over de soorten van de gevonden dieren bestaat nog geen consensus. Maar over twee dingen zijn de experts het alvast eens: nooit eerder werden zulke goed bewaarde skeletten van dinosaurussen gevonden, en dan ook nog eens in een gevechtspositie. De clash tussen de t-rex en de triceratops wordt in de wereld van de dinosaurussen beschouwd als een iconische rivaliteit, die vaak in afbeeldingen is weergegeven. Maar dat waren gefantaseerde beelden. Er bestond geen enkel wetenschappelijk bewijs dat de twee mastodonten ooit met elkaar zouden hebben gevochten. Nog altijd zijn er onderzoekers die betwijfelen of een tyrannosaurus zijn prooi echt zou hebben achtervolgd. Sommigen vermoeden dat het reuzenbeest met zijn enorme bek gewoon aas van de grond schepte. Enkele tanden in het tyrannosaurus rexfossiel zijn gebroken, en ook een paar van zijn botten vertonen breuken. De onderzoekers ontdekten ook tanden die verzonken waren in de wervelkolom van de triceratops. Maar het is nog niet definitief opgehelderd of de t-rex inderdaad zijn tanden heeft gezet in de ruggengraat van de gehoornde dinosaurus, met wie hij ongeveer 67 miljoen jaar geleden onder mysterieuze omstandigheden is gestorven. 'Dit is het begin van een onderzoeksthriller die ons team wil oplossen', zegt Zanno. Omdat bewijzen van bloedige gevechten tussen dinosaurussen zo uitzonderlijk zijn, wordt nog altijd veel waarde gehecht aan een vondst die vijftig jaar geleden werd gedaan. In 1971 stuitte een expeditie in het Mongoolse deel van de Gobiwoestijn op een set beenderen die onder deskundigen opzien baarde als 'de vechtende dinosaurussen'. Het toenmalige onderzoeksteam vond het fossiel van een velociraptor die blijkbaar in een gevecht op leven en dood was verwikkeld met een protoceratops. Op het eerste gezicht zijn beide dieren miniatuuruitvoeringen van hun veel grotere verwanten die nu in North Carolina worden bestudeerd. Met een lengte van iets meer dan een meter lijkt de protoceratops een miniversie van de triceratops. De iets grotere velociraptor werd door de filmreeks Jurassic Park bekend als intelligente eetmachine, niet zo enorm als de tyrannosaurus, maar wel met een huiveringwekkend aanpassingsvermogen. Decennialang heeft de wetenschap zich afgevraagd hoe het mogelijk was dat een herbivoor en een carnivoor bij het Mongoolse fossiel voor altijd in elkaar verstrengeld waren geraakt. De protoceratops had de rechtervoorklauw van de velociraptor in zijn snavelachtige bek geklemd, terwijl de roofzuchtige dino met zijn achterpoten naar de buik en keel van zijn tegenstander klauwde. Het zou kunnen dat de dinosaurussen uiteindelijk, verzwakt door het gevecht, verrast werden door een zandstorm en bedolven raakten. Heeft een soortgelijke natuurramp ook een einde gemaakt aan het gevecht van de reuzendino's die Zanno en haar team nu onderzoeken? 'Was het een plotselinge overstroming? Een instortende zandbank? Een aardbeving?' vraagt de paleontoloog zich af. 'Alle theorieën liggen op tafel.' Deze buitengewoon goed bewaarde exemplaren kunnen vooral helpen om de nog grotendeels onbekende biologie van de dinosaurussen te verklaren. Tot ver in de jaren 1970 dachten wetenschappers bijvoorbeeld dat de grote dinosaurussen zich door hun gewicht log voortbewogen. Het was de Amerikaanse paleontoloog Robert Bakker die het idee verspreidde dat de beesten hun staart als een soort joystick konden optillen en zich zo vrij behendig door de omgeving konden bewegen. De t-rex is dan wel erg populair bij dinoliefhebbers, juist zijn bestaan roept vragen op. Ondanks zijn imago als jager blijven we in het ongewisse over wat hij echt was. Onderzoekers voeren al jaren een hevig debat over de tyrannosaurus rex, waar nu ook het fossiel in North Carolina bij wordt betrokken. Er is een kamp dat gelooft dat de gefossiliseerde dinosaurus een jonge tyrannosaurus is, gezien zijn relatief beperkte lengte van iets minder dan zeven meter - volwassen dieren werden meer dan twaalf meter lang en vier meter hoog. De andere partij gaat ervan uit dat hij deel uitmaakte van een afzonderlijk, kleiner geslacht: de nanotyrannus. Die stelling wordt gesteund door Robert Bakker, een veteraan op dit gebied. Volgens deze theorie zijn verschillende delen van de botten van de dinosaurus op een heel andere manier aan elkaar gegroeid dan bij de grotere tyrannosaurus rex. Bovendien geeft de botdichtheid in de schedel van het dier aan dat het om een volgroeid exemplaar gaat. Een team van onderzoekers, onder wie Lindsay Zanno, deed onlangs echter een fascinerende ontdekking aan de hand van beenderen van twee jonge tyrannosaurussen. Ze waren blijkbaar in staat om hun groei indien nodig te vertragen. Het doel van die evolutionaire truc was dat de beweeglijkere nakomelingen in tijden van voedselschaarste op andere dieren konden jagen, in tegenstelling tot hun grotere en zwaardere voorouders. Zanno gelooft dat onder andere dat vermogen van de tyrannosaurus rex 'de succesvolste vleesetende dinosaurus' heeft gemaakt. Ook de identiteit van de gevonden triceratops wordt in twijfel getrokken. Enkele vreemd gevormde beenderen voeden het vermoeden dat het om een tot dusver onbekende soort gehoornde dinosaurus gaat. Het is wachten op verdere onderzoeksresultaten. Naast de goed bewaarde beenderen zijn blijkbaar ook kleine stukjes huid bewaard gebleven. Mogelijk kan het team van Zanno die informatie gebruiken om te achterhalen hoe de dinosaurussen er werkelijk uitzagen en welke structuur hun huid had. Al even veelbelovend is het feit dat bijna elk bot van de vechtende dinosaurussen bewaard is gebleven en op zijn oorspronkelijke plaats zit - een zeldzaamheid. In combinatie met de nieuwe beschikbare technologie is het denkbaar dat het team van Zanno de geheimen van de biomechanica van de reuzendino's kan ontsluieren. Het is nog altijd niet bekend hoe dinosaurussen zich bewogen. Ook sceptici laten van zich horen: zij twijfelen aan de wetenschappelijke waarde van het fossiel. De kans bestaat dat deze dinosaurussen nooit met elkaar hebben gevochten. Zijn de 'duellerende dinosaurussen' toevallig op dezelfde plek aangespoeld, misschien door een overstroming? Zo denkt de Amerikaanse paleontoloog Jack Horner erover, die bekendheid verwierf als adviseur van de Jurassic Park-films. 'De kans dat twee vechtende dinosaurussen op dezelfde zandbank landen, is klein', zo werd hij geciteerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Horner laat zich ook minnetjes uit over de omstandigheden rond de vondst van het fossiel. Om bruikbaar te zijn voor onderzoek had de precieze geologische positie moeten worden vastgelegd waarin de twee dino's werden teruggevonden. Dat is niet gebeurd. Ook heeft het lang geduurd voor onderzoekers toegang kregen tot de zeldzame vondst, zegt Horner. Zelfs al zou het hier gaan om een jaloerse wetenschapper die zich buitengesloten voelt, toch brengt de kritiek van Horner iets aan het licht over de omstandigheden waaronder het Natuurhistorisch Museum in North Carolina in het bezit kwam van de sensationele trofee. Want de 'duellerende dino's' werden niet door Lindsay Zanno en haar collega's van het NCMNS geborgen. Het museum kocht de vondst voor een bedrag 'in de miljoenen' van een fossielenjager uit Montana. De skeletten werden ontdekt door Clayton Phipps, een man van middelbare leeftijd die zichzelf Dinosaur Cowboy noemt. Phipps deelde aanvankelijk het lot van veel andere hobby-archeologen die in de aarde wroeten in de hoop op een grote ontdekking. Hij vond al eens een schedel of een paar stukjes van een dinosaurusskelet, maar het was nooit de ultieme vondst. Daar kwam in 2006 verandering in. Het ruige landschap van de Badlands in Montana is Phipps' favoriete jachtterrein. In deze streek trokken aan het eind van de krijttijd reuzen als de tyrannosaurus en triceratops als heersers over de aarde, door een rivier- en moeraslandschap. Het fossiel van de 'vechtende dino's' vonden Phipps en twee vrienden toevallig op het terrein van een ranch in de Hells Creek Formation - prehistorische gesteentelagen die door verschillende Amerikaanse staten lopen. Met de vondst schreef Phipps geschiedenis, maar eerst op een andere manier dan hij had gehoopt. De mislukte poging om het fossiel via het veilinghuis Bonhams aan de hoogste bieder te verkopen, leidde tot een jarenlange juridische strijd. De kern van het geschil was de vraag wie de eigenaar is van fossiele restanten uit de prehistorie die al miljoenen jaren in de grond zitten. In het geval van Phipps' vechtende dino's was de situatie ingewikkeld. De landbouwgrond waarop hij ze gevonden had, is sinds 2005 eigendom van een echtpaar dat er hoofdzakelijk runderen op houdt. De minerale rechten op de grond zijn echter in handen van de twee zonen van de vorige eigenaar. En volgens hen moesten dinosaurusfossielen als mineralen worden beschouwd. Een Amerikaanse federale rechtbank volgde die redenering, wat onder Amerikaanse dinosaurusonderzoekers een schokgolf veroorzaakte. Sinds het begin van de wetenschappelijk bedreven paleontologie onderhouden wetenschappers een win-winrelatie met hobbyisten, die hen tegen betaling van prehistorische kostbaarheden voorzien. Maar wie zou nu in zijn vrije tijd nog naar fossielen zoeken als de eigendomsrechten zo complex zijn? 'De handel in fossielen is sinds eeuwen gangbare praktijk in de paleontologie', zegt Elizabeth Jones, wetenschapshistorica aan de North Carolina State University. 'Maar nu is het commercieel verzamelen van fossielen uitgegroeid tot een wijdverbreide, lucratieve industrie.' Waartoe dat kan leiden, werd eind vorig jaar in onderzoekskringen met afgrijzen bekeken. Een anonieme bieder kocht het fossiel 'Stan', een van de best bewaarde skeletten van een tyrannosaurus die ooit zijn gevonden, op een veiling bij Christie's. De koop werd afgehamerd op 31,8 miljoen dollar, een record. Deskundigen vrezen dat het skelet, dat waardevol is voor de wetenschap, zal verdwijnen als accessoire in de villa van een excentrieke magnaat. Tot dusver werden wereldwijd zo'n 30 goed bewaarde t-rexskeletten gevonden. Deskundigen hebben dan ook moeite om ervoor te zorgen dat elk afzonderlijk exemplaar voor onderzoek bewaard blijft. Het lukte bij 'Tristan Otto', het skelet van een tyrannosaurus dat door de Londense investeringsbankier Niels Nielsen en een partner werd gekocht. De zakenman wil graag dat zijn bezit toegankelijk is voor het publiek en onderzoekers. Nielsen heeft 'Tristan Otto' van 2015 tot 2020 in bruikleen gegeven aan het natuurhistorisch museum in Berlijn. Maar zelfs bij die praktijk hebben deskundigen hun vragen. De Amerikaanse paleontoloog Thomas Carr vindt dat zijn discipline 'zichzelf in de voet heeft geschoten' toen zijn Berlijnse collega's 'Tristan Otto' onderzochten en er artikelen over publiceerden. Hij vreest dat elke wetenschappelijke publicatie de verkoopwaarde van zo'n object alleen maar verhoogt. En Clayton Phipps? Die kwam uiteindelijk als een gelukkig man uit het geschil over de 'duellerende dino's'. Een andere Amerikaanse rechtbank oordeelde dat de fossielen toch niet als mineralen mochten worden beschouwd. Wat daarna gebeurde, wordt onder dinospecialisten beschouwd als een ideaal scenario: de vondst kwam in het bezit van het museum in Raleigh. Daar zal het onder het oog van de wetenschap misschien geen 67 miljoen jaar, maar toch een behoorlijk lange tijd kunnen doorbrengen.