Het is een opvallende vaststelling: hoe erger de ecologische crisis, hoe intensiever de debatten de kern van het probleem onberoerd laten. En er zo misschien onbewust voor zorgen dat we het niet over de essentie moeten hebben.

Drie voorbeelden, met als eerste de voorbije verkiezingen. Haalden de groene partijen niet de verhoopte uitslag, dan is dat zonder meer een grondige discussie waard. De wijze waarop de uitschuiver over bedrijfswagens eindeloos herhaald wordt, uitgesmeerd op een mediasnelweg tot in Tokyo, is opmerkelijk. Ondertussen lijkt het wel alsof het klimaatprobleem van de baan is en ons land over een doortastend mobiliteits-, milieu- en energiebeleid beschikt. Quod non. En een startnota voor de Vlaamse regeringsvorming zonder ecologische ambitie? Er wordt gewoon akte van genomen.

Wat in het Amazonewoud gebeurt is niets minder dan ecocide en moet in het internationaal strafrecht.

Twee: het meest hoopgevende van de afgelopen twaalf maanden: jongeren die actieve burgers worden en aandacht vragen voor de klimaatontwrichting. En wat zien we ondertussen? De breuk tussen Anuna en Kyra wordt breed uitgesmeerd, zeker op sociale media lijken heel wat mensen dat geweldig te vinden. En ook de boottocht van Greta was in komkommertijd een hele groententuin aan media-aandacht waard. Waar ik minder over lees, is het fenomenale ontstaan van deze wereldwijde nieuwe burgerrechtenbeweging van tieners. Het gaat van Australië over Oeganda, van Zwitserland en de Verenigde Staten, etc.. Hun boodschap hebben ze helder neergeschreven in de Verklaring van Lausanne deze zomer: Las u daar veel over in onze media? Jammer genoeg niet.

Drie. Het Amazonewoud staat in brand, en dat is zeker niet de eerste keer. Een structurele ramp die zich al jaren voltrekt, maar nu in versneld tempo. Maar de focus gaat naar het gebruik van de term 'longen van de aarde', het gebruik van foute foto's. Het is goed dat dit wordt rechtgezet maar nu we weten dat er voldoende zuurstof in de atmosfeer zit, lijkt het alsof alles nog wel meevalt.

Dat was ook niet toevallig de boodschap van de inspirator van de ecomodernist Michael Shellenberg. Hij schreef in Forbes dat alles overdreven is en voegde er aan toe dat in de delen van het Amazonewoud waar er al soja verbouwd wordt, er minder bosbranden zijn. Is uiteraard volledig juist: het volledige woud doen verdwijnen, is de beste remedie tegen bosbranden.

De essentie

Ondertussen hoeven we het toch maar niet te hebben over de essentie. Dat onze way of life totaal onhoudbaar is, we anderhalve planeet nodig hebben, onze hyperconsumptie gebaseerd is op roofbouw op onze planeet. Onze kapitalistische groeieconomie reduceert al wat leeft tot koopwaar, bossen tot verzameling planken. In onze westerse hypocrisie vergeten we dat de soja in het Amazonewoud gekweekt wordt voor ons veevoeder, de palmolie voor onze eetwaren en het goud dat er gewonnen wordt de rivieren vervuilt met kwik.

Ik ben meestal beleefd maar nu zeg ik: Fuck it! Het is tijd om de koe bij de horens te nemen en duidelijk partij te kiezen. Zaken helder te benoemen en er ook naar te handelen.

Wat in het Amazonewoud gebeurt, maar evengoed in Peru door medogenloze mijnbouw, is niets minder dan ecocide. En dat moet in het internationaal strafrecht. Zodat we Bolsonaro kunnen aanklagen wegens misdrijven tegen de essentiële ecosystemen van onze planeet aarde. Want als de vernietiging van de aarde een misdrijf is, moet het recht haar werk doen. En het creëert op positieve wijze een wettelijke plicht om te zorgen voor het leven op aarde. En het kan, de voorbereidende werken hiervoor zijn gebeurd. Onder meer de recent overleden juriste Polly Higgins heeft het op de internationale fora uitgebreid voorgesteld, het Europees parlement heeft er in 2013 al over gediscussieerd.

Ook het negeren dat het Amazonewoud de thuis is van honderden etnische groepen wiens leefwereld op het spel staat, is niet langer aanvaardbaar. Daarom moet er een VN-verklaring komen voor de erkenning van global commons binnen de territoria van natiestaten.

Het gaat om mondiaal gemeengoed, bijzondere gebieden die van belang zijn voor heel de mensheid. Dat is waar het woordenspel tussen Bolsonaro en de Europese leiders om draaide: voor de Braziliaanse leider is het een interne aangelegenheid van zijn land, dus geen bijzonder gebied dat andere landen het recht geeft zich er mee te mengen.

Zoals de Franse antropoloog Philippe Descola in Le Monde aangeeft, heeft hij daar een punt: de Fransen zouden ook niet aanvaarden dat de Verenigde Naties het beheer over de Provence zouden overnemen als daar de bossen branden. Het gaat er om alle landen de notie van gemeengoed te doen erkennen. Daarbij krijgen bijzondere ecosystemen zoals waardevolle valleien een eigen juridisch statuut, krijgen de groepen die er wonen de verantwoordelijkheid om er zorg voor te dragen. Zo kende Nieuw-Zeeland al de rivier Whanganui een eigen juridisch statuut toe, wat toelaat haar belangen te verdedigen voor de rechtbank.

Andere economie

Met het erkennen van ecocide als misdrijf en de notie van gemeengoed als juridisch persoon, komen we al een heel eind. Maar het kan enkel succesvol zijn als het deel uitmaakt van de radicale trendbreuk naar een andere economie die de grenzen van de planeet respecteert. Daar hoort het handelsverdrag Mercosur tussen de Europese Unie en onder meer Brazilië niet bij. Er staan in het verdrag mooie woorden over duurzame ontwikkeling, maar de realiteit is dat er onder meer 180.000 ton kippevlees vanuit Zuid-Amerika jaarlijks naar ons komt, en meer auto's van Europa naar Zuid-Amerika. Twee zaken waarvan er nu al te veel is, en best vanuit de idee van circulaire economie dicht bij de plek van gebruik of consumptie geproduceerd worden.

Het milieuhoofdstuk in het Mercosur-verdrag is zoals de verhitte debatten over wat er zich afspeelt rond de hete ecologische brij. Het is een rookgordijn in de hoop we de acute problemen nog even kunnen wegschuiven, het is tijdverlies die we ons niet kunnen veroorloven, en geeft ruimte voor die machtsgroepen die nog steeds denken goed te gedijen bij een status quo. Maar die laatste smelt even snel weg als de voormalige gletsjer op IJsland, waar nu nog enkel een gedenkplaat rest.