Bennu (voorheen 1999 RQ36), een pikzwarte blok van een halve kilometer breed, is een venijnig kereltje. Hij scheert een keer om de zes jaar vrij dicht (althans in kosmische termen) langs de Aarde, maar komt sinds zijn ontdekking op 11 september 1999 steeds gevaarlijker dichter bij onze planeet.
...

Bennu (voorheen 1999 RQ36), een pikzwarte blok van een halve kilometer breed, is een venijnig kereltje. Hij scheert een keer om de zes jaar vrij dicht (althans in kosmische termen) langs de Aarde, maar komt sinds zijn ontdekking op 11 september 1999 steeds gevaarlijker dichter bij onze planeet. In 2135 zal Bennu in een baan tussen de maan en de Aarde terechtkomen en dat op zo'n kleine afstand dat de baan weleens zou kunnen beïnvloed worden door de zwaartekracht van de Aarde. Het gevaar bestaat dat de ruimtesteen dan in een baan gaat komen die ergens in de 22e eeuw recht op onze planeet afstevent. Vooralsnog is er geen reden tot paniek: de kans dat Bennu inslaat is 1 op 2.500. Maar als het gebeurt, zou dat hetzelfde zijn als een explosie van 3 miljard ton explosieven. Om je een idee te geven: dat is 80.000 keer de kracht van de atoombom op Hiroshhima. Toch is een mogelijke inslag op onze Aarde verrassend genoeg niet de reden waarom de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA deze missie doet. De Origins-Spectral Interpretation-Resource Identification-Security-Regolith Explorer (OSIRIS-Rex) - een hele mond vol, zelfs voor de NASA - is in eerste instantie bedoeld om ons meer informatie te verschaffen over de onveranderde bouwstenen van ons zonnestelsel en om inzicht te krijgen in de soorten aminozuren en ander organische moleculen die asteroïde-inslagen meebrachten in de beginperiode van onze Aarde. Om die informatie en inzichten te krijgen, zal de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie proberen om materiaal te verzamelen op de aan meer dan 100.000 km per uur voortschrijdende asteroïde. De aankomst van de OSIRIS-Rex bij Bennu was gepland voor augustus 2018, maar liep wat vertraging op. OSIRIS-REx is in september 2016 op Cape Canaveral gelanceerd en kwam maandag omstreeks 18.00 uur Belgische tijd aan. De aankomstpositie was ongeveer 20 km van Bennu en 124 miljoen km van ons. In tegenstelling tot eerdere berichten landde het tuig niet.De sonde zal nu twee jaar lang de asteroïde vanop een hoogte van 240 meter in kaart brengen om vervolgens in 2020 boven het oppervlak een soort van stofzuiger neer te laten om zandkorrels en stofdeeltjes te verzamelen. De NASA hoopt (licht euforisch) op een volume van 2 kilo, maar wellicht wordt het zo'n 60 gram. Technisch gezien wordt er dus niet geland op Bennu, maar er is wel fysiek contact gedurende 5 seconden.Wanneer OSIRIS-Rex de stofzuiger zal neerlaten op het oppervlak van Bennu, zal ze zo ver verwijderd zijn van de Aarde dat de communicatie 14 minuten nodig zal hebben om de sonde te bereiken en nog eens zoveel minuten om terug te komen. De stofzuig-operatie zal dus niet zonder slag of stoot gebeuren, vermoeden wetenschappers. Eens het materiaal zich veilig en wel aan boord bevindt, zal de sonde de aftocht blazen en de zandkorrels richting Aarde sturen in een capsule die uiteindelijk pas in 2023 in ware Hollywoodstijl met een parachute zal landen in de woestijn van de Amerikaanse staat Utah. Uiteraard zal het meegebrachte materiaal van deze maagdelijke asteroïde ook meer duidelijkheid kunnen geven over hoe we in de toekomst dergelijke objecten zullen kunnen ontginnen. En hoewel we het niet meer gewoon zijn van moderne ruimtevaartorganisaties, zal de NASA deze keer niet op zoek gaan naar tekenen van leven op de asteroïde. Simpelweg omdat wetenschappers er rotsvast van overtuigd zijn dat er geen leven is. Bennu wordt immers al honderdduizenden jaren blootgesteld aan een immense straling die alle leven onmogelijk maakt. En dan is er nog de secundaire missie van OSIRIS-Rex, die ook de interesse zal opwekken van veel niet-ruimtefans, namelijk hoe beweegt Bennu zich voort en hoe kunnen we ons beschermen tegen zulke potentieel gevaarlijke ruimteobjecten? Een belangrijke vraag die de wetenschappers zich bijvoorbeeld stellen is hoe het zonlicht de baan van asteroïden beïnvloedt. Aangezien ze dicht bij de zon tollen, warmen asteroïden voortdurend op om daarna weer af te koelen. De hitte die de asteroïde opnieuw afgeeft aan de ruimte zorgt voor een minuscuul opstootje dat op termijn de baan van de asteroïde kan doen veranderen. Dat noemen wetenschappers het Yarkovsky-effect, iets wat ze beter willen begrijpen en preciezer willen berekenen. Het effect kan ook gebruikt worden om asteroïden terug in de tijd te volgen en hun oorsprong te achterhalen.Voor alle duidelijk: het is vooralsnog niet de bedoeling om Bennu van baan te doen veranderen of 'Armageddon'-gewijs hem met atoomwapens te bestoken. Deze missie is vooral bedoeld als leerschool om expertise op te doen om andere potentieel gevaarlijke ruimtestenen in de toekomst een bezoekje te brengen.