Covid-19 is niet de eerste pandemie in de wereldgeschiedenis. Logischerwijs wordt dan ook naar het verleden gekeken om beter zicht te krijgen op de mogelijke economische gevolgen van pandemieën. Het is verleidelijk om daarbij pakweg de 14e-eeuwse Zwarte Dood die een derde van de Europese bevolking uitroeide, op één hoop te gooien met een aantal twintigste-eeuwse griep-pandemieën (zoals de Hong Kong Griep, H1N1, en natuurlijk de Spaanse Griep), maar ook met meer gelokaliseerde epidemische uitbraken zoals de cholera-uitbraken in de 19e eeuw of zelfs de pest van Marseille uit 1720.

Om de economische gevolgen op korte- en lange-termijn te modelleren, wordt dan gebruik gemaakt van reconstructies van het Bruto Binnenlands Product, voor landen die in de meeste gevallen nog niet eens als dusdanig bestonden op het moment van de desbetreffende epidemie.

Daaruit worden dan een aantal conclusies getrokken, die meestal wijzen op dalende rendementen op kapitaal, stijgende lonen en afnemende ongelijkheid. Al eind maart publiceerden economen verbonden aan de Amerikaanse Federal Reserve Bank te San Francisco een rapport in die richting dat gretig zijn weg vond in de internationale media (The Times, VOXEU, De Standaard).

Misbruik van de geschiedenis

Voor eens en voor altijd: dit is misbruik van geschiedenis. Er is maar één constante in de geschiedenis van pandemieën: ze brachten telkens opnieuw ziekte, dood en doffe ellende. De echt belangrijke vraag die aan de geschiedenis kan worden gesteld, is dan ook waarom sommige samenlevingen beter dan andere in staat bleken om te vermijden dat een ramp in een grote of zeer grote ramp uitmondde. De economische impact is niet zozeer gelinkt aan de dodentol of de omvang van de economische schade. Wanneer de Zwarte Dood in sommige regio's van middeleeuws Europa de bevolking haast halveerde, was er vanzelfsprekend een economische impact. Maar wanneer gespreid over de hele wereld 100.000 mensen stierven aan een cholera-epidemie was die er niet of nauwelijks. En hoe zou één dodelijke pest-uitbraak in Marseille in 1720 de economie van het Franse koninkrijk een halve eeuw later beïnvloeden? Ook kan men de economische impact van een epidemie niet isoleren van wat er verder in de wereld gebeurt. Wat voor zin heeft om de economische impact van de Spaanse Griep van 1918/19 te bestuderen los van de impact van de Eerste Wereldoorlog?

Veel belangrijker nog is dat zelfs sterftecijfers niets voorspellen over economische gevolgen. Lonen stegen echt niet automatisch als veel mensen stierven. Eventuele positieve of negatieve gevolgen van rampen worden haast uitsluitend bepaald door de maatschappelijke context. In de jaren na de veertiende-eeuwse pest verbeterde de onderhandelingspositie van loonarbeiders in sommige regio's en sommige sectoren, maar in andere regio's onderdrukten vorst en adel hardhandig elke poging tot loonhervorming. Van enige verbetering in de levensstandaard was geen sprake in de gebieden die verwoest werden door de Honderdjarige Oorlog, de Schots-Engelse grensconflicten of al die andere grote en kleine conflicten die de veertiende eeuw kenmerkten.

Heel wat Vlaamse, Engelse en Italiaanse industriesteden waren al jaren voor de Zwarte Dood in zwaar weer terechtgekomen. De traditionele textielsectoren die deze steden tot grote welvaart hadden gebracht, werden weggeconcurreerd vanuit toenmalige lage-loonlanden of op het platteland. De Zwarte Dood versnelde hoogstens enkele evoluties, maar bracht zeker geen soelaas voor aftakelende industrieën en hongerige arbeiders. Op dezelfde wijze hebben verbeterde levensomstandigheden na negentiende-eeuwse cholera-pandemieën of na de Spaanse Griep weinig te maken met virussen of bacteriën, maar veel meer met het ontstaan van de georganiseerde arbeidersbeweging, die vanaf de late negentiende-eeuw eindelijk over voldoende slagkracht beschikte om een eind te maken aan de meest mensonterende toestanden in de fabrieken.

Kortom, de "gouden eeuw" van hogere lonen na de Zwarte Dood, de vooruitgang in hygiëne en medische wetenschap tijdens de negentiende eeuw en de uitbouw van de welvaarsstaat na beide Wereldoorlogen waren geen natuurlijk voortvloeisel van pandemieën of crisissen, maar het resultaat van veel strijd en debat.

Op identieke wijze zal ook het coronavirus géén impact hebben op de economie. Het virus zal ook niets oplossen. Het is de mens, die via politiek en middenveld, zelf de economische impact van corona zal bepalen.

Tim Soens en Maïka De Keyzer, milieuhistorici verbonden aan UAntwerpen en KULeuven. Maïka De Keyzer is kernlid van denktank Minerva

Covid-19 is niet de eerste pandemie in de wereldgeschiedenis. Logischerwijs wordt dan ook naar het verleden gekeken om beter zicht te krijgen op de mogelijke economische gevolgen van pandemieën. Het is verleidelijk om daarbij pakweg de 14e-eeuwse Zwarte Dood die een derde van de Europese bevolking uitroeide, op één hoop te gooien met een aantal twintigste-eeuwse griep-pandemieën (zoals de Hong Kong Griep, H1N1, en natuurlijk de Spaanse Griep), maar ook met meer gelokaliseerde epidemische uitbraken zoals de cholera-uitbraken in de 19e eeuw of zelfs de pest van Marseille uit 1720. Om de economische gevolgen op korte- en lange-termijn te modelleren, wordt dan gebruik gemaakt van reconstructies van het Bruto Binnenlands Product, voor landen die in de meeste gevallen nog niet eens als dusdanig bestonden op het moment van de desbetreffende epidemie. Daaruit worden dan een aantal conclusies getrokken, die meestal wijzen op dalende rendementen op kapitaal, stijgende lonen en afnemende ongelijkheid. Al eind maart publiceerden economen verbonden aan de Amerikaanse Federal Reserve Bank te San Francisco een rapport in die richting dat gretig zijn weg vond in de internationale media (The Times, VOXEU, De Standaard). Voor eens en voor altijd: dit is misbruik van geschiedenis. Er is maar één constante in de geschiedenis van pandemieën: ze brachten telkens opnieuw ziekte, dood en doffe ellende. De echt belangrijke vraag die aan de geschiedenis kan worden gesteld, is dan ook waarom sommige samenlevingen beter dan andere in staat bleken om te vermijden dat een ramp in een grote of zeer grote ramp uitmondde. De economische impact is niet zozeer gelinkt aan de dodentol of de omvang van de economische schade. Wanneer de Zwarte Dood in sommige regio's van middeleeuws Europa de bevolking haast halveerde, was er vanzelfsprekend een economische impact. Maar wanneer gespreid over de hele wereld 100.000 mensen stierven aan een cholera-epidemie was die er niet of nauwelijks. En hoe zou één dodelijke pest-uitbraak in Marseille in 1720 de economie van het Franse koninkrijk een halve eeuw later beïnvloeden? Ook kan men de economische impact van een epidemie niet isoleren van wat er verder in de wereld gebeurt. Wat voor zin heeft om de economische impact van de Spaanse Griep van 1918/19 te bestuderen los van de impact van de Eerste Wereldoorlog? Veel belangrijker nog is dat zelfs sterftecijfers niets voorspellen over economische gevolgen. Lonen stegen echt niet automatisch als veel mensen stierven. Eventuele positieve of negatieve gevolgen van rampen worden haast uitsluitend bepaald door de maatschappelijke context. In de jaren na de veertiende-eeuwse pest verbeterde de onderhandelingspositie van loonarbeiders in sommige regio's en sommige sectoren, maar in andere regio's onderdrukten vorst en adel hardhandig elke poging tot loonhervorming. Van enige verbetering in de levensstandaard was geen sprake in de gebieden die verwoest werden door de Honderdjarige Oorlog, de Schots-Engelse grensconflicten of al die andere grote en kleine conflicten die de veertiende eeuw kenmerkten. Heel wat Vlaamse, Engelse en Italiaanse industriesteden waren al jaren voor de Zwarte Dood in zwaar weer terechtgekomen. De traditionele textielsectoren die deze steden tot grote welvaart hadden gebracht, werden weggeconcurreerd vanuit toenmalige lage-loonlanden of op het platteland. De Zwarte Dood versnelde hoogstens enkele evoluties, maar bracht zeker geen soelaas voor aftakelende industrieën en hongerige arbeiders. Op dezelfde wijze hebben verbeterde levensomstandigheden na negentiende-eeuwse cholera-pandemieën of na de Spaanse Griep weinig te maken met virussen of bacteriën, maar veel meer met het ontstaan van de georganiseerde arbeidersbeweging, die vanaf de late negentiende-eeuw eindelijk over voldoende slagkracht beschikte om een eind te maken aan de meest mensonterende toestanden in de fabrieken. Kortom, de "gouden eeuw" van hogere lonen na de Zwarte Dood, de vooruitgang in hygiëne en medische wetenschap tijdens de negentiende eeuw en de uitbouw van de welvaarsstaat na beide Wereldoorlogen waren geen natuurlijk voortvloeisel van pandemieën of crisissen, maar het resultaat van veel strijd en debat. Op identieke wijze zal ook het coronavirus géén impact hebben op de economie. Het virus zal ook niets oplossen. Het is de mens, die via politiek en middenveld, zelf de economische impact van corona zal bepalen. Tim Soens en Maïka De Keyzer, milieuhistorici verbonden aan UAntwerpen en KULeuven. Maïka De Keyzer is kernlid van denktank Minerva