Hoewel Knack al over het thema schreef, hoorde u wellicht nog nooit van het fenomeen CRISPR-Cas9. Onterecht, want het is een biotechnologie die mogelijk de biodiversiteit op aarde fundamenteel zal veranderen of beïnvloeden. En dat niet noodzakelijk op een positieve wijze.

De bedrijven en sommige wetenschappers achter deze technologieën zijn bang dat dit soort technologieën aanzien zullen worden als een vorm van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) omdat ze dan onder de bestaande Europese GGO-wetgeving zouden vallen.

Daarom kijkt de Brusselse bubbel, de wereld van de biotechnologie en de milieuorganisaties, reikhalzend uit naar een arrest dat het Europees Hof van Justitie deze week publiceert over de status van deze nieuwe technologie.

Veel wetenschappers vinden dat overheid en parlement van hun nieuwe speeltjes af moeten blijven.

De agrochemische-industrie ijvert er al jaren voor dat deze nieuwe technologieën (of de zogenaamde 'nieuwe teelttechnieken') niet onder de bestaande Europese ggo-wetgeving uit 2001 zouden vallen. Vanuit Vlaanderen wordt deze lobby vurig gesteund door het Vlaams Instituut Biotechnologie (VIB), officieel nog altijd een wetenschappelijk instituut, dat een zeer actieve rol speelt. Zij willen dat deze nieuwe technologie niet door de Europese Unie gereguleerd wordt. Dat betekent geen veiligheids- of risico-analyses, geen etikettering en geen traceerbaarheid.

De Europese Commissie beloofde reeds in 2015 een juridische analyse te publiceren en duidelijkheid te scheppen over welke van die nieuwe technologieën al dan niet onder de Europese wetgeving vallen. Door getouwtrek achter de schermen besloot men het oordeel van het Europees Hof van Justitie (EHJ) af te wachten. Er staan miljarden voor bepaalde bedrijven en het voortbestaan van soorten op het spel.

De advocaat-generaal van het EHJ publiceerde eerder dit jaar al een advies dat duidelijk stelt dat de meeste van die nieuwe technologieën wel degelijk onder de definitie ggo vallen. Tegelijkertijd wordt voor sommige technieken een uitzonderingsstatus voorzien en dat op basis van weinig duidelijke criteria. Als het Hof de advocaat-generaal volgt, blijft er dus sowieso een juridische onzekerheid die de kans biedt nieuwe ggo's ongereguleerd op de markt te brengen. En op de markt betekent ook op uw bord, zonder dat u op de hoogte bent, zonder dat u iets te zeggen heeft gehad.

Disclaimer

Voor ik verder ga, allereerst deze disclaimer voor bepaalde academici opnieuw beginnen schelden en zeggen dat ik 'anti-wetenschap' ben. Ik ben nooit tegen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, ook niet in de biotechnologie. Alleen moet de wetenschappelijke wereld het lef hebben om publiekelijk fundamentele vragen te stellen en het debat aan te gaan.

Mijn ervaring is dat men dat niet of bitter weinig doet. Ik heb het over antwoorden op vragen als: 'Wie bepaalt de onderzoeksagenda?' 'Waarom gaat er zoveel geld naar research voor groene biotechnologie en zo weinig naar agroecologie?' 'Houdt u echt nog steeds vol dat groene biotechnologie het antwoord op de honger in de wereld is?' 'Is het echt zo dat alles wat wetenschappelijk technisch mogelijk is ook moet worden toegelaten op onze akkers, in het milieu en op ons bord?'

Veel Vlaamse wetenschappers vinden blijkbaar dat overheidsinstanties en (kritische) parlementsleden vooral met hun 'regulerende poten' van hun nieuwe speeltjes af moeten blijven. Getuige daarvan is de zeer actieve lobby van het VIB via bijvoorbeeld het 'New Breeding Techniques Platform'.

Nieuwe ggo's

Nieuwe gentechnieken zijn die technieken die de laatste jaren werden ontwikkeld om het genoom van planten, dieren, bacteriën en mensen te wijzigen. Voorbeelden zijn cisgenese (kruising binnen dezelfde soort), op oligonucleotide gebaseerde technieken (toegepast op bijvoorbeeld een herbicide-tolerante koolzaadplant), nuclease (DNA-afbraak door enzymen) en het direct interveniëren in de genregulerende werking (epigenetica). De volledige lijst van nieuwe technieken kan geraadpleegd worden op de site van de Europese Commissie.

Het grote verschil tussen deze ggo's 2.0 en de 'oude' ggo's is dat ze meer gericht een gen kunnen veranderen.

Sommige wetenschappers claimen dat deze nieuwe technieken efficiënter, goedkoper en preciezer zijn. In plaats van een klassieke gentransfer uit te voeren kan men bijvoorbeeld het DNA rechtstreeks gaan 'fotoshoppen' en zo wijzigingen aanbrengen, het zogenaamde genome editing door middel van CRISPR-Cas9.

Maar ook bij deze technieken kunnen er ongewenste neveneffecten optreden. Feit is dat er nog slechts weinig onderzoek naar de veiligheid en langetermijneffecten van deze nieuwe technologieën gepubliceerd werd.

Onbedoelde effecten

Wat mij betreft beantwoorden deze nieuwe technieken wel degelijk aan de definitie van een 'genetisch gewijzigd organisme', zoals de Europese Richtlijn 2001/18 voorschrijft. Een genetisch gewijzigd organisme (ggo) is in die Europese richtlijn 'een organisme, met uitzondering van menselijk wezens, waarvan het genetisch materiaal veranderd is op een wijze welke van nature door voortplanting en/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is.' (Artikel 2.2)

Als Groenen vrezen we dat een deel van de nieuwe ggo's door het sterke gelobby uiteindelijk toch niet onder de bestaande ggo-wetgeving zal vallen.

Ook die nieuwe generatie ggo's zorgen voor risico's vergelijkbaar met die van de huidige generatie ggo's (transgenese). Maar nog voor de nieuwe varianten bij wijze van spreken het laboratorium ontgroeid waren, toeterden vele biotechnologen al dat 'dé wetenschappelijke wereld meent' dat 'deze technieken veilig zijn en veel preciezer dan de oude'.

Dat is feitelijk onjuist, want er zijn al meerdere wetenschappers die verklaarden dat het onmogelijk is nu al vast te stellen dat ze veilig zijn. Nieuw onderzoek laat zien dat er onbedoelde effecten in het genoom van die nieuwe ggo's plaatsvinden. Zo precies zijn de nieuwe technologieën dus blijkbaar niet. Of zijn de wetenschappers die bijvoorbeeld onlangs een uiterst kritisch artikel publiceerden in Nature volgens het VIB geen echte wetenschappers?

Als Groenen vrezen we dat een deel van de nieuwe ggo's door het sterke gelobby uiteindelijk toch niet onder de bestaande ggo-wetgeving zal vallen. Dan zouden de vereisten inzake veiligheidsanalyse, traceerbaarheid en etikettering voor consumenten die nu opgelegd worden via de ggo-wetgeving niet gelden.

'Weapons of mass destruction'

De industrie gebruikt de term 'nieuwe kweektechnieken' om het verschil met klassieke veredeling te minimaliseren. Dit terwijl deze nieuwe technieken wel degelijk direct ingrijpen op het niveau van cellen en het genoom en dus als zodanig niet als een klassieke veredelingstechniek kunnen beschouwd worden.

De genetische verandering komt immers niet van nature voor en kan leiden tot onverwachte wijzigingen in het genetisch materiaal. Ze kunnen met andere woorden dezelfde risico's vertonen voor het milieu en de volksgezondheid als de 'oude' genetische manipulatietechnieken

Voorstanders wijzen op de ongekende voordelen. Naast de klassieke, reeds veertig jaar bestaande argumenten als 'we gaan de honger de wereld uit helpen' door het manipuleren van landbouwgewassen, wordt uiteraard ook het wijzigen van het DNA van bacteriën en dieren omschreven als een 'fluitje van een cent'. Zo zou je bepaalde 'ongewenste' diersoorten zoals de malariamug kunnen uitroeien of zodanig wijzigen dat ze mensen niet meer ziek maken. Critici wijzen dan weer op de neveneffecten: voor hetzelfde geld creëer je gevaarlijkere insecten of wordt het makkelijker bacteriologische wapens te maken.

De Amerikaanse nationale veiligheidsdirecteur James R. Clapper stuurde twee jaar geleden nog schokgolven door de wereld van de biotechnologie door in het jaarlijke 'Worldwide Threat Assessment' te stellen dat 'genome editing' een mondiaal gevaar vormde. Hij gebruikte zelf de beladen term 'weapons of mass destruction'.

De uiterst populaire Amerikaanse komiek-journalist John Oliver wijdde ook al 20 minuten van zijn programma aan het onderwerp.

De ondertoon is duidelijk: naast veel tot de verbeelding sprekende grappen en grollen en angstaanjagende science fiction, stelt Oliver dat enige voorzichtigheid en publieke verantwoordelijkszin over wat we loslaten op het milieu verstandig zou zijn. Beter voorkomen dan genezen dus.

Semantische kwestie

Hoe dan ook zou het ongereguleerd goedkeuren van deze zogenaamde nieuwe kweektechnieken de kroon zijn op het werk zijn van de intensieve en agressieve lobby van biotechbedrijven als Monsanto en Syngenta, verenigd in EuropaBio. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat weliswaar met publiek geld gefinancierd wordt, stelt zich in dit dossier helaas ook eerder op als een commerciële belangenbehartiger dan als een neutraal wetenschappelijk instituut.

Het is duidelijk dat het hier vooral om een semantische kwestie gaat. De biotech-reuzen spreken over 'new breeding techniques' om elke relatie met de weinig populaire ggo's te vermijden. Voor mij en wetenschappelijke experts is het helder: deze technieken zijn ontwikkeld nadat de Europese wetgeving rond ggo's van kracht werd, ze beantwoorden aan de basisdefinitie en vallen dus onder deze wetgeving. Twee onafhankelijke expertenteams kwamen tot ditzelfde besluit. Eén ervan wordt gedragen door een Duitse groep ngo's, het andere door het Federal Nature Protection Agency. Het is nu afwachten of de Europese juristen deze visie delen.

Daar komt nog bovenop dat vanuit het geldende voorzorgsprincipe nieuwe risico's onderzocht moeten worden vooraleer ze in het milieu mogen worden losgelaten. Als deze biotechnologische technieken al verder gebruikt zouden worden in de toekomst, moeten ze dus traceerbaar zijn én gelabeld worden zodat boeren en consumenten een bewuste en geïnformeerde keuze kunnen maken.

Koppelverkoop

De geest en drijfveer van deze Europese Commissie is er één van deregulering. Op basis van gesprekken achter de schermen weten we dat ook in dit dossier naar deregulering wordt gekeken. En zo ondergraaft de Commissie andermaal wetgeving die onze volksgezondheid en biodiversiteit moet beschermen. De gedachte - die vaak als verdediging wordt opgeworpen - dat we ggo's nodig hebben om de honger in de wereld te bestrijden is al decennia vals en blijft het.

Ook bij de nieuwe generatie ggo's gaat het om landbouwgewassen die bestand zijn tegen allerhande landbouwgif of zelf toxines produceren. Het is niet meer dan een giftige en lucratieve koppelverkoop van agrochemische multinationals die hun gepatenteerde planten persé op de Europese akkers willen telen.

Het gebruik van herbiciden is de laatste jaren overigens ontzettend toegenomen, net door het gebruik van herbicide-tolerante ggo-gewassen. Het gevolg is namelijk dat steeds meer herbicideresistente onkruiden opduiken die bestreden moeten worden.

Het lobbywerk is hevig want er staat veel op het spel. Op sociale media kreeg ik onlangs te horen uit wetenschappelijke hoek dat ik geen politicus meer mag zijn en nooit meer op een leidende plaats op een lijst van mijn partij zou mogen staan omwille van mijn mening en engagement in dit dossier. Zelfs de Duitse autolobby of de tabaksindustrie - die ik ook durfde tegen te spreken - gingen nooit zo ver. Het zegt meer over hen dan over mijn inzet ten bate van het algemeen belang.

Hoewel Knack al over het thema schreef, hoorde u wellicht nog nooit van het fenomeen CRISPR-Cas9. Onterecht, want het is een biotechnologie die mogelijk de biodiversiteit op aarde fundamenteel zal veranderen of beïnvloeden. En dat niet noodzakelijk op een positieve wijze.De bedrijven en sommige wetenschappers achter deze technologieën zijn bang dat dit soort technologieën aanzien zullen worden als een vorm van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) omdat ze dan onder de bestaande Europese GGO-wetgeving zouden vallen. Daarom kijkt de Brusselse bubbel, de wereld van de biotechnologie en de milieuorganisaties, reikhalzend uit naar een arrest dat het Europees Hof van Justitie deze week publiceert over de status van deze nieuwe technologie.De agrochemische-industrie ijvert er al jaren voor dat deze nieuwe technologieën (of de zogenaamde 'nieuwe teelttechnieken') niet onder de bestaande Europese ggo-wetgeving uit 2001 zouden vallen. Vanuit Vlaanderen wordt deze lobby vurig gesteund door het Vlaams Instituut Biotechnologie (VIB), officieel nog altijd een wetenschappelijk instituut, dat een zeer actieve rol speelt. Zij willen dat deze nieuwe technologie niet door de Europese Unie gereguleerd wordt. Dat betekent geen veiligheids- of risico-analyses, geen etikettering en geen traceerbaarheid.De Europese Commissie beloofde reeds in 2015 een juridische analyse te publiceren en duidelijkheid te scheppen over welke van die nieuwe technologieën al dan niet onder de Europese wetgeving vallen. Door getouwtrek achter de schermen besloot men het oordeel van het Europees Hof van Justitie (EHJ) af te wachten. Er staan miljarden voor bepaalde bedrijven en het voortbestaan van soorten op het spel.De advocaat-generaal van het EHJ publiceerde eerder dit jaar al een advies dat duidelijk stelt dat de meeste van die nieuwe technologieën wel degelijk onder de definitie ggo vallen. Tegelijkertijd wordt voor sommige technieken een uitzonderingsstatus voorzien en dat op basis van weinig duidelijke criteria. Als het Hof de advocaat-generaal volgt, blijft er dus sowieso een juridische onzekerheid die de kans biedt nieuwe ggo's ongereguleerd op de markt te brengen. En op de markt betekent ook op uw bord, zonder dat u op de hoogte bent, zonder dat u iets te zeggen heeft gehad.Voor ik verder ga, allereerst deze disclaimer voor bepaalde academici opnieuw beginnen schelden en zeggen dat ik 'anti-wetenschap' ben. Ik ben nooit tegen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, ook niet in de biotechnologie. Alleen moet de wetenschappelijke wereld het lef hebben om publiekelijk fundamentele vragen te stellen en het debat aan te gaan.Mijn ervaring is dat men dat niet of bitter weinig doet. Ik heb het over antwoorden op vragen als: 'Wie bepaalt de onderzoeksagenda?' 'Waarom gaat er zoveel geld naar research voor groene biotechnologie en zo weinig naar agroecologie?' 'Houdt u echt nog steeds vol dat groene biotechnologie het antwoord op de honger in de wereld is?' 'Is het echt zo dat alles wat wetenschappelijk technisch mogelijk is ook moet worden toegelaten op onze akkers, in het milieu en op ons bord?'Veel Vlaamse wetenschappers vinden blijkbaar dat overheidsinstanties en (kritische) parlementsleden vooral met hun 'regulerende poten' van hun nieuwe speeltjes af moeten blijven. Getuige daarvan is de zeer actieve lobby van het VIB via bijvoorbeeld het 'New Breeding Techniques Platform'. Nieuwe gentechnieken zijn die technieken die de laatste jaren werden ontwikkeld om het genoom van planten, dieren, bacteriën en mensen te wijzigen. Voorbeelden zijn cisgenese (kruising binnen dezelfde soort), op oligonucleotide gebaseerde technieken (toegepast op bijvoorbeeld een herbicide-tolerante koolzaadplant), nuclease (DNA-afbraak door enzymen) en het direct interveniëren in de genregulerende werking (epigenetica). De volledige lijst van nieuwe technieken kan geraadpleegd worden op de site van de Europese Commissie.Het grote verschil tussen deze ggo's 2.0 en de 'oude' ggo's is dat ze meer gericht een gen kunnen veranderen.Sommige wetenschappers claimen dat deze nieuwe technieken efficiënter, goedkoper en preciezer zijn. In plaats van een klassieke gentransfer uit te voeren kan men bijvoorbeeld het DNA rechtstreeks gaan 'fotoshoppen' en zo wijzigingen aanbrengen, het zogenaamde genome editing door middel van CRISPR-Cas9.Maar ook bij deze technieken kunnen er ongewenste neveneffecten optreden. Feit is dat er nog slechts weinig onderzoek naar de veiligheid en langetermijneffecten van deze nieuwe technologieën gepubliceerd werd.Wat mij betreft beantwoorden deze nieuwe technieken wel degelijk aan de definitie van een 'genetisch gewijzigd organisme', zoals de Europese Richtlijn 2001/18 voorschrijft. Een genetisch gewijzigd organisme (ggo) is in die Europese richtlijn 'een organisme, met uitzondering van menselijk wezens, waarvan het genetisch materiaal veranderd is op een wijze welke van nature door voortplanting en/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is.' (Artikel 2.2)Ook die nieuwe generatie ggo's zorgen voor risico's vergelijkbaar met die van de huidige generatie ggo's (transgenese). Maar nog voor de nieuwe varianten bij wijze van spreken het laboratorium ontgroeid waren, toeterden vele biotechnologen al dat 'dé wetenschappelijke wereld meent' dat 'deze technieken veilig zijn en veel preciezer dan de oude'.Dat is feitelijk onjuist, want er zijn al meerdere wetenschappers die verklaarden dat het onmogelijk is nu al vast te stellen dat ze veilig zijn. Nieuw onderzoek laat zien dat er onbedoelde effecten in het genoom van die nieuwe ggo's plaatsvinden. Zo precies zijn de nieuwe technologieën dus blijkbaar niet. Of zijn de wetenschappers die bijvoorbeeld onlangs een uiterst kritisch artikel publiceerden in Nature volgens het VIB geen echte wetenschappers?Als Groenen vrezen we dat een deel van de nieuwe ggo's door het sterke gelobby uiteindelijk toch niet onder de bestaande ggo-wetgeving zal vallen. Dan zouden de vereisten inzake veiligheidsanalyse, traceerbaarheid en etikettering voor consumenten die nu opgelegd worden via de ggo-wetgeving niet gelden.De industrie gebruikt de term 'nieuwe kweektechnieken' om het verschil met klassieke veredeling te minimaliseren. Dit terwijl deze nieuwe technieken wel degelijk direct ingrijpen op het niveau van cellen en het genoom en dus als zodanig niet als een klassieke veredelingstechniek kunnen beschouwd worden. De genetische verandering komt immers niet van nature voor en kan leiden tot onverwachte wijzigingen in het genetisch materiaal. Ze kunnen met andere woorden dezelfde risico's vertonen voor het milieu en de volksgezondheid als de 'oude' genetische manipulatietechniekenVoorstanders wijzen op de ongekende voordelen. Naast de klassieke, reeds veertig jaar bestaande argumenten als 'we gaan de honger de wereld uit helpen' door het manipuleren van landbouwgewassen, wordt uiteraard ook het wijzigen van het DNA van bacteriën en dieren omschreven als een 'fluitje van een cent'. Zo zou je bepaalde 'ongewenste' diersoorten zoals de malariamug kunnen uitroeien of zodanig wijzigen dat ze mensen niet meer ziek maken. Critici wijzen dan weer op de neveneffecten: voor hetzelfde geld creëer je gevaarlijkere insecten of wordt het makkelijker bacteriologische wapens te maken.De Amerikaanse nationale veiligheidsdirecteur James R. Clapper stuurde twee jaar geleden nog schokgolven door de wereld van de biotechnologie door in het jaarlijke 'Worldwide Threat Assessment' te stellen dat 'genome editing' een mondiaal gevaar vormde. Hij gebruikte zelf de beladen term 'weapons of mass destruction'.De uiterst populaire Amerikaanse komiek-journalist John Oliver wijdde ook al 20 minuten van zijn programma aan het onderwerp.De ondertoon is duidelijk: naast veel tot de verbeelding sprekende grappen en grollen en angstaanjagende science fiction, stelt Oliver dat enige voorzichtigheid en publieke verantwoordelijkszin over wat we loslaten op het milieu verstandig zou zijn. Beter voorkomen dan genezen dus. Hoe dan ook zou het ongereguleerd goedkeuren van deze zogenaamde nieuwe kweektechnieken de kroon zijn op het werk zijn van de intensieve en agressieve lobby van biotechbedrijven als Monsanto en Syngenta, verenigd in EuropaBio. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat weliswaar met publiek geld gefinancierd wordt, stelt zich in dit dossier helaas ook eerder op als een commerciële belangenbehartiger dan als een neutraal wetenschappelijk instituut.Het is duidelijk dat het hier vooral om een semantische kwestie gaat. De biotech-reuzen spreken over 'new breeding techniques' om elke relatie met de weinig populaire ggo's te vermijden. Voor mij en wetenschappelijke experts is het helder: deze technieken zijn ontwikkeld nadat de Europese wetgeving rond ggo's van kracht werd, ze beantwoorden aan de basisdefinitie en vallen dus onder deze wetgeving. Twee onafhankelijke expertenteams kwamen tot ditzelfde besluit. Eén ervan wordt gedragen door een Duitse groep ngo's, het andere door het Federal Nature Protection Agency. Het is nu afwachten of de Europese juristen deze visie delen.Daar komt nog bovenop dat vanuit het geldende voorzorgsprincipe nieuwe risico's onderzocht moeten worden vooraleer ze in het milieu mogen worden losgelaten. Als deze biotechnologische technieken al verder gebruikt zouden worden in de toekomst, moeten ze dus traceerbaar zijn én gelabeld worden zodat boeren en consumenten een bewuste en geïnformeerde keuze kunnen maken.De geest en drijfveer van deze Europese Commissie is er één van deregulering. Op basis van gesprekken achter de schermen weten we dat ook in dit dossier naar deregulering wordt gekeken. En zo ondergraaft de Commissie andermaal wetgeving die onze volksgezondheid en biodiversiteit moet beschermen. De gedachte - die vaak als verdediging wordt opgeworpen - dat we ggo's nodig hebben om de honger in de wereld te bestrijden is al decennia vals en blijft het.Ook bij de nieuwe generatie ggo's gaat het om landbouwgewassen die bestand zijn tegen allerhande landbouwgif of zelf toxines produceren. Het is niet meer dan een giftige en lucratieve koppelverkoop van agrochemische multinationals die hun gepatenteerde planten persé op de Europese akkers willen telen. Het gebruik van herbiciden is de laatste jaren overigens ontzettend toegenomen, net door het gebruik van herbicide-tolerante ggo-gewassen. Het gevolg is namelijk dat steeds meer herbicideresistente onkruiden opduiken die bestreden moeten worden.Het lobbywerk is hevig want er staat veel op het spel. Op sociale media kreeg ik onlangs te horen uit wetenschappelijke hoek dat ik geen politicus meer mag zijn en nooit meer op een leidende plaats op een lijst van mijn partij zou mogen staan omwille van mijn mening en engagement in dit dossier. Zelfs de Duitse autolobby of de tabaksindustrie - die ik ook durfde tegen te spreken - gingen nooit zo ver. Het zegt meer over hen dan over mijn inzet ten bate van het algemeen belang.