Op het eerste gezicht zou je hem voor een van zijn fans op de sciencefictionbeurs kunnen houden: wanneer we voor hem gaan zitten, draagt Liu Cixin een veel te groot zwart T-shirt met een opdruk van een astronaut en de nerdy slogan ' I need space'. In China kent bijna elk kind het verhaal achter zijn wereldwijde succes, The Three-Body Problem uit 2007: een computertechnicus van een kleine waterkrachtcentrale in een afgelegen stadje begint uit verveling romans te schrijven over enorme zonnespiegels en superstringcomputers.
...

Op het eerste gezicht zou je hem voor een van zijn fans op de sciencefictionbeurs kunnen houden: wanneer we voor hem gaan zitten, draagt Liu Cixin een veel te groot zwart T-shirt met een opdruk van een astronaut en de nerdy slogan ' I need space'. In China kent bijna elk kind het verhaal achter zijn wereldwijde succes, The Three-Body Problem uit 2007: een computertechnicus van een kleine waterkrachtcentrale in een afgelegen stadje begint uit verveling romans te schrijven over enorme zonnespiegels en superstringcomputers. Het verhaal begint op het moment van de Culturele Revolutie, wanneer onderzoekers signalen het heelal insturen om contact te leggen met andere soorten - met catastrofale gevolgen. Na de vertaling naar het Engels wint Liu in 2015 op zijn 53e de Hugo Award, de grootste sciencefictionprijs ter wereld. Zijn trilogie over de menselijke struggle for life werd een miljoenenbestseller, een mijlpaal voor het genre. In de krant The New York Times roemde voormalig president Barack Obama de rijke fantasie van de reeks. Meer nog, hij was er zo van in de ban dat hij er de dagelijkse bekommernissen van het Witte Huis door vergat. De Chinese verfilming liep met een sisser af, maar in maart 2018 telde Amazon liefst 1 miljard dollar neer voor de tv-rechten. De auteur houdt niet van reizen en gaat zelden naar het buitenland. Zijn Hugo Award ophalen in Amerika? Dat doet de Engelse vertaler wel. Thuis interviews geven in Yangquan, waar hij met zijn vrouw en zijn dochter woont, wil hij ook al niet: hij neemt liever de sneltrein naar Peking, 400 kilometer verderop. Maar goed, wij zijn flexibel. The Three-Body Problem is intussen tien jaar oud. Werkt u aan een nieuwe roman? Liu Cixin: Ik probeer het. Maar eerlijk gezegd heb ik de laatste acht jaar bijna geen woord op papier gezet. U hebt al acht jaar een writer's block? Liu: Ideeën genoeg, maar ik vind het nooit helemaal goed. Ik heb in de voorbije tien jaar wel af en toe inspiratie voor een nieuw verhaal gehad, maar ik ben nooit echt overtuigd. Wat doet u als u niet schrijft? Liu: Ik denk na. Doe boodschappen, kook, breng mijn dochter naar school en lees. Onlangs heb ik het zevende deel van de Expanse-reeks van James S.A. Corey gelezen, en The Stone Sky van N.K. Jemisin. Maar het lijkt mij dat andere auteurs in hetzelfde schuitje zitten: sciencefictionromans worden steeds saaier. Hoe bedoelt u dat? Liu: Het zijn altijd weer dezelfde verhalen die terugkeren. De technologische ontwikkelingen nemen tegenwoordig zo'n vlucht dat de fantasie van de sciencefictionauteur bijna niet kan volgen. Dat is noodlottig voor het genre. De realiteit heeft de sciencefiction ingehaald. De smartphone heeft de wereld in heel korte tijd een nieuwe aanblik gegeven. Wie had dat kunnen voorspellen? Binnenkort gaan we met vakantie naar het heelal, en bestaan er zelfrijdende auto's. Maar sciencefiction moet het juist hebben van het mysterie van de wetenschappelijke vooruitgang. Als die niet langer fascineert, betekent dat de dood van de sciencefictionschrijver. Dat is kras. Mede dankzij uw succes gewagen recensenten van een bloeiperiode van de Chinese sciencefiction. Liu: Dat klopt. Maar heel wat collega's die sciencefiction schrijven zien er een manier in om aan maatschappijkritiek te doen of filosofische kwesties aan te snijden. Dat is niet aan mij besteed. Ik ben geen intellectueel. Ik schrijf harde sciencefiction. Mij interesseert de ongelooflijk snelle evolutie van de techniek. Denk aan sf-schrijver Isaac Asimov, die eind jaren zestig de missie van de Apollo volgde vanuit de toeschouwersruimte van de NASA. Toen een ingenieur wilde weten of de succesvolle landing op de maan geen fantastische inspiratiebron voor hem betekende, antwoordde hij: 'Integendeel. Jullie maken de sciencefictionauteurs overbodig.' En toch: de romans van uw trilogie werden wereldwijd 8 miljoen keer verkocht. Uw vrouwelijke collega Hao Jingfang werd een jaar na u ook met de Hugo Award bekroond. Steeds meer werk van jonge auteurs wordt in het Engels vertaald. Liu: In China heeft sciencefiction altijd al periodes van grote populariteit gekend, alleen werd dat in het buitenland niet opgepikt. Kijk naar de schrijver Liang Qichao, die aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw leefde. Ook in de beginjaren van het maoïsme, in de jaren vijftig, toen de Communistische Partij een door de Sovjet-Unie geïnspireerd optimistisch vooruitgangsdenken verspreidde, had je in China al sciencefiction. Halfweg de jaren zestig werd de meeste literatuur verboden. U bent geboren in 1963 en maakte als kind de Culturele Revolutie mee. Hoe bent u bij sciencefiction terechtgekomen? Liu: Mijn vader had een kist met boeken verstopt onder zijn bed: Shakespeare, Tolstoi, Balzac, noem maar op. Hij was een eenvoudige communistische soldaat. Toen Mao Zedong aan de macht kwam, kreeg hij een baantje bij de mijnadministratie. Maar omdat zijn broer voor de oorlog met de nationalisten naar Taiwan was gevlucht, werd hij bij wijze van straf duizend kilometer verder overgeplaatst, naar Shanxi, waar ik ben opgegroeid. We hadden er wel genoeg te eten, maar politiek stonden we helemaal onder aan de ladder. Op school werd ik overal buitengesloten. Toen opende die kist met boeken voor mij een compleet nieuwe wereld. Welke veranderingen bracht de dood van Mao in 1976 met zich mee? Liu: Met de economische opening door Deng Xiaoping verschenen er al gauw nieuwe vertalingen van H.G. Wells, Isaac Asimov en Arthur C. Clarke. Ik las alle boeken die ik maar kon vinden in onze schoolbibliotheek - mijn familie had geen geld voor boeken. In die tijd had je ook nogal wat Chinese sciencefictiontijdschriften. Sommige Chinese auteurs hadden een miljoenenoplage. Waarover ging de Chinese sf in die jaren? Liu: Over autosnelwegen dwars door de stad, computers, expedities naar Mars. Niets bijzonders als je er nu op terugkijkt. Het enthousiasme ging snel over. In 1983 kwam vanuit de regering de kritiek dat het westerse gedachtegoed in sciencefiction verderfelijk was voor de jeugd. De partijkrant schreef dat sciencefiction 'geestelijke verontreiniging' was. Van de ene dag op de andere werden alle tijdschriften opgeheven en boekpublicaties verboden. Na uw opleiding als elektrotechnicus vond u werk bij een waterkrachtcentrale. U hebt ooit gezegd dat u uit verveling bent beginnen te schrijven. Hoe kwam dat? Liu: In de middelbare school had ik al wat schetsen gemaakt, maar tot 1999 had ik nooit iets gepubliceerd. In de waterkrachtcentrale had ik een kantoor voor mij alleen. Af en toe kwam er een collega langs om een praatje te maken, maar eigenlijk had ik veel tijd, die ik in m'n eentje achter de computer doorbracht. Dat lijken de perfecte voorwaarden voor een beginnende schrijver. Liu: Mijn leven is nauwkeurig volgens plan verlopen. Ik wist dat ik een baan moest vinden met vaste werkuren en een geregeld inkomen, als ik als schrijver ooit iets zou willen bereiken. Daar heb ik me halsstarrig aan gehouden. Ik heb pas in 2012 ontslag genomen in de waterkrachtcentrale. Toen kon u wellicht al goed van uw boeken leven. Liu: Voor zover mij bekend ben ik de enige Chinese sciencefictionauteur die kan leven van de verkoop van zijn boeken. De meesten verdienen pas geld als hun boeken worden verfilmd. Hoe verklaart u de wereldwijde belangstelling voor sciencefiction uit China? Liu: Ik ken uitstekende Egyptische, Vietnamese en Filipijnse sciencefictionauteurs! Bijna niemand heeft belangstelling voor hun werk. Het succes ervan is een barometer voor de ontwikkelingsgraad van het land van herkomst. Frankenstein van Mary Shelly, de eerste sciencefictionroman ter wereld, stamt uit de bloeitijd van de Britse industrialisering. Of kijk naar de gloriejaren van de Amerikaanse sciencefiction tussen 1930 en 1960, die samenviel met de opkomst van Amerika als een supermacht. Dat de wereld nu Chinese sciencefiction leest, heeft te maken met de modernisering van ons land en de steeds grotere rol die het in de wereld speelt. In het Westen heerst er angst voor kunstmatige intelligentie, massamigratie en klimaatverandering. Wat vindt u van de doemscenario's van heel wat Hollywoodfilms? Liu: Wat film betreft, kan ik u als sciencefictionauteur een banale verklaring geven: sombere verhalen zijn makkelijker te schrijven dan optimistische. Maar eerlijk gezegd zie ik noch in de klimaatverandering, noch in de strijd tegen intelligente robots de grootste bedreiging voor de mensheid. Dan werken mensen over twintig jaar toch gewoon niet meer? Wat zou daar zo erg aan zijn? Ze zullen nog altijd een beter en comfortabeler leven leiden dan nu. Ik weet dat intellectuelen dat anders zien. Maar ik maak me vooral zorgen dat de technologische evolutie niet snel genoeg gaat. Ik heb de indruk dat steeds meer mensen bang zijn voor de negatieve gevolgen van kernenergie, genetische manipulatie en kunstmatige intelligentie. Ik vrees dat het onderzoek op die terreinen stilvalt als er te veel tegenkanting komt. De natuurkundige Stephen Hawking meende dat de mensheid uiterlijk over honderd jaar een nieuwe planeet zal moeten zoeken. En u zegt dat de klimaatverandering geen dreiging vormt? Liu: Daarom moeten we zo snel mogelijk nieuwe technologische wonderen volbrengen. Misschien kunnen we op een bepaald moment alle zwaar vervuilende industrieën overplaatsen naar het heelal, zodat we van de CO2-vervuiling verlost zijn. Klimaatingenieurs zouden de opwarming van de zeeën kunnen reguleren om nieuwe ijstijden te voorkomen. De aarde redden is wellicht geen oplossing, daar is het waarschijnlijk al te laat voor. Maar als we onderzoek tegenhouden, is ons lot bezegeld. In de Zuid-Chinese provincie Guizhou zoeken wetenschappers met behulp van de grootste radiotelescoop ter wereld naar signalen uit het heelal. Hoe belangrijk is het voor China om in contact te komen met buitenaardse wezens? Liu: Dat is geen dringende prioriteit, het komt na missies zoals moleculair onderzoek van het heelal. Het grootse probleem voor de onderzoekers is de verwerking van de enorme hoeveelheden gegevens die de telescoop ontvangt. Als schrijver hoop ik natuurlijk ten zeerste dat de zoektocht naar buitenaardse wezens iets oplevert. In het tweede deel van uw trilogie ontwikkelt u de theorie van het 'donkere woud'. U zegt dat het lichtzinnig is wanneer een beschaving zichzelf laat zien in het heelal, omdat elke soort er goed aan doet om andere intelligente wezens uit de weg te ruimen door ze als eerste te vernietigen. Is het onderzoeksprogramma in Guizhou dan geen gevaar? Liu: In Guizhou ontvangt de telescoop alleen signalen, hij zendt geen signalen uit. Als we een boodschap ontvangen, kunnen we ze negeren. Het zou onverantwoord zijn om erop in te gaan. U gaat ervan uit dat een confrontatie met buitenaardse wezens hoe dan ook tot oorlog en vernietiging zou leiden. Dat is een behoorlijk pessimistische visie. Gaat u niet al te zeer uit van de bloeddorstigheid van de mens tegenover andere beschavingen uit de geschiedenis? Liu: Ik sluit de mogelijkheid van een vreedzame ontmoeting helemaal niet uit. Het kan natuurlijk zijn dat we tegenover een moreel superieure soort komen te staan, die ook lagere wezens met respect behandelt. Maar het enige voorbeeldmateriaal dat we hebben, is de menselijke koloniale geschiedenis. Zijn uw overwegingen gebaseerd op de ervaringen die China in de negentiende eeuw heeft opgedaan met het Westen? Liu: De Chinezen zijn tot op heden al te zeer geneigd zichzelf in de slachtofferrol te zien. Al bij al heeft China meer geprofiteerd van de westerse cultuur dan dat het eronder geleden heeft. Wellicht zal bij een ontmoeting met buitenaardse wezens het verschil net zo groot zijn als tussen een mens en een mier. Daarom lijkt het mij verstandig om van het slechtste scenario uit te gaan. Stel dat u een boodschap zou kunnen versturen naar een andere soort, die ze zeker kan begrijpen, wat zou u dan over de mensheid vertellen? Liu: Ik zou zeggen dat de mensheid een relatief jonge soort is, die naar een beter leven streeft. Maar ik zou niet al te veel vertellen, dat zou geen al te goede indruk maken. Zou u waarschuwen voor de mens? Liu: Als de buitenaardse wezens een superieure soort zouden zijn, zou ik dat zeker doen. Kent u dit verhaal? Vlak voor de eerste maanlanding werd een Amerikaanse astronaut naar de woestijn gestuurd om te trainen voor zijn aanstaande missie. Toevallig belandde hij in een indianenreservaat. Een oude indiaan zag de astronaut en vroeg hem: 'Vlieg je naar de maan?' De astronaut knikte. De indiaan zei dat al zijn voorvaderen op de maan woonden, en vroeg om een gunst: of de astronaut hen iets zou kunnen meedelen? De astronaut zei 'ja', en omdat hij de taal van de indianen niet begreep, nam hij de woorden op. Eens terug bij de NASA vond hij een collega die de taal begreep. 'Wees op jullie hoede', had de oude indiaan gezegd. 'De vreemdelingen willen jullie land. Ze zijn helemaal niets goeds van plan.'