Om de vijf jaar duikt hij op in de kolommen van Knack. In 2010 interviewden we Frans De Clerk bij zijn pensioen na veertig jaar ethisch bankieren. In 2015 kreeg hij de Burgerschapsprijs van de Stichting P&V voor zijn vernieuwende bankierswerk, en belden we opnieuw bij hem aan. Nu heeft De Clerk met een team van de vereniging Grootouders voor het Klimaat - hij heeft vier kleinkinderen - een actieplan opgesteld. Met dat plan willen ze mensen aanmanen: ga met uw bank in dialoog over het duurzaam investeren van uw geld, en garandeer uw kleinkinderen zo een leefbaar bestaan.
...

Om de vijf jaar duikt hij op in de kolommen van Knack. In 2010 interviewden we Frans De Clerk bij zijn pensioen na veertig jaar ethisch bankieren. In 2015 kreeg hij de Burgerschapsprijs van de Stichting P&V voor zijn vernieuwende bankierswerk, en belden we opnieuw bij hem aan. Nu heeft De Clerk met een team van de vereniging Grootouders voor het Klimaat - hij heeft vier kleinkinderen - een actieplan opgesteld. Met dat plan willen ze mensen aanmanen: ga met uw bank in dialoog over het duurzaam investeren van uw geld, en garandeer uw kleinkinderen zo een leefbaar bestaan.Frans De Clerck: Sinds de coronacrisis is uitgebroken, krijg ik veel vragen van bezorgde mensen. 'Waarom kunnen centrale banken ineens geld bijdrukken om de ergste noden te lenigen?' willen ze bijvoorbeeld weten. Ze zijn bezorgd over wie dat zal moeten terugbetalen. Voor de klimaatcrisis zal het nog erger zijn, want die zal ons veel meer kosten. Zo ontstond het plan om onze stem te laten horen. Waarom doet u dat met Grootouders voor het Klimaat als platform? De Clerck: Als we voor het eerst grootouder worden, zijn we gemiddeld 52,5 jaar oud. De groep tussen 55 en 65 jaar heeft de grootste financiële slagkracht in onze maatschappij. Van het geld dat in België wordt gespaard of belegd in fondsen, verzekeringen of pensioenen, komt twee derde van 55-plussers. Het gaat om zo'n 1000 miljard euro. Onze leeftijdsgroep kan dus een verschil maken voor het klimaat. Moet je daarvoor van bank veranderen? De Clerck: Niet noodzakelijk. Banken investeren ons geld in bedrijven of sectoren, maar ze doen dat niet altijd transparant. Misschien komt het wel terecht bij vervuilende ondernemingen. Vroeger gingen banken ervan uit dat zij het beter wisten, vandaag willen mensen meebeslissen. Met ons plan sturen wij erop aan dat mensen actief met hun bank in dialoog gaan over wat er met hun geld gebeurt. Als ze dat op grote schaal doen, zullen banken meer geneigd zijn om duurzaam te gaan investeren. Staan voldoende mensen open voor duurzaam beleggen? De Clerck: Enquêtes, onder meer van de banken zelf, wijzen uit dat 41 procent van de Belgen vindt dat banken hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun kredieten en investeringen. Als ze systematisch de geldkraan dichtdraaien voor sectoren die zich niet duurzaam opstellen, zullen die finaal wel overstag gaan. Een derde van de ondervraagden vindt bovendien dat banken door hun beleggingen de strijd tegen de klimaatopwarming moeten ondersteunen. De anderen blijven uitsluitend geïnteresseerd in wat hun geld opbrengt? De Clerck: Ja, zo zijn we nu eenmaal opgevoed. Maar de tijd is voorbij dat morele overwegingen meestal een geringere financiële opbrengst impliceerden. De Amerikaanse Nobelprijswinnaar en klimaatactivist Al Gore zei in januari op een seminarie van de London School of Economics dat de cijfers het aantonen: op de lange termijn geven groene investeringen een hogere return dan andere. Omdat vervuilende bedrijven aan waarde verliezen? De Clerck: Onder meer, ja. De olievoorraden van fossielebrandstofbedrijven zijn steeds minder waard. Niet-duurzame projecten worden afgebouwd. Beseffen banken dat voldoende? De Clerck: Vroeger zaten duurzame beleggingen vooral bij kleine spelers in de markt. Vandaag doen ook de grote spelers mee. De beleggingsinstrumenten zijn er, met andere woorden. Nu moeten ze de mainstreamfocus van spaarders en beleggers worden. Je kunt natuurlijk de vraag blijven stellen: wat is duurzaamheid precies? Daarom heeft Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector, een duurzaamheidslabel voor fondsen voorgesteld: Towards Sustainability. Het is goed dat ethisch bankieren eindelijk doordringt in het mainstreambankwezen. We hebben veertig jaar gewerkt om tot dit niveau te komen, maar we hebben niet nog eens veertig jaar. De klimaatverstoring is zo ernstig dat de tijd dringt. Wat was voor u de trigger om duurzaam te gaan bankieren? De Clerck: Vooral de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl in 1986. We zijn toen gaan nadenken over andere vormen van energievoorziening. Vanuit het niets zijn we in windenergie beginnen te investeren. We zochten mensen die de technologie konden ontwikkelen, en financiële middelen om hen te ondersteunen. Binnenkort zullen wind en zon samen 50 procent van onze energie leveren. Is technologie voor u dé oplossing voor het klimaatprobleem? De Clerck: Nee. Het duurt dikwijls veel langer dan voorzien om nieuwe technologie te ontwikkelen. Als we daarop wachten, zullen we te laat zijn. Bovendien heeft de klimaatcrisis een sterke menselijke component: wijzelf moeten ook beter zorg leren dragen voor onze omgeving. U pleit voor een aanpassing van de bankierseed: die zou ook maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten dekken, en niet alleen deontologische verantwoordelijkheid. Wat is het verschil? De Clerck: De bankierseed is een Nederlands concept dat bij ons maar een flauwe aanhang heeft - de regering- De Croo wil ze wel invoeren, maar het lijkt geen prioriteit. Die eed is ontstaan om fraude in het bankwezen tegen te gaan en impliceert een morele verplichting om je werk als bankier te doen zoals het hoort. Wij willen met de Nationale Bank van België (NBB) gaan praten om hem uit te breiden naar maatschappelijk engagement. De NBB en de Europese Centrale Bank controleren de aanstelling van topmensen in banken: zij kunnen nagaan of topbankiers ook een hart hebben om goed te besturen, en niet alleen een hoofd. Behalve een visie op de toekomst moeten ze ook een sterke wil hebben om te doen wat nodig is. Op die manier moet duurzaam investeren voor een bank van doorslaggevend belang worden. U maakt het onderscheid tussen duurzaam beleggen en duurzaam sparen. De Clerck: Gewoon spaargeld kunnen banken in principe niet beleggen, want mensen moeten het onmiddellijk kunnen gebruiken als ze het nodig hebben. Maar in België laten mensen het relatief lang onaangeroerd staan, zodat banken er tóch mee gaan investeren. In die zin kun je dus aan je bank vragen: 'Wat doet u met mijn spaargeld?' En eventueel eisen dat er iets duurzamers mee gebeurt. Dat gebeurt veel te weinig, omdat veel mensen niet beseffen dat ze recht van spreken hebben. Moet de overheid het goede voorbeeld geven? De Clerck: Uiteraard. De Gentse universiteit heeft al haar beleggingen en pensioenfondsen duurzaam belegd, net zoals de stad Gent - twee voorbeelden die ik goed ken. Elke overheidsinstantie kan die oefening maken. Overheden hebben ook investeringsinstrumenten, zoals participatiemaatschappijen, die ze richting duurzaamheid kunnen heroriënteren. Die participatiemaatschappijen zijn nog niet altijd mee, zodat aanpassingen niet gebeuren op de schaal die je zou mogen verwachten. Op Europees vlak beweegt er wel van alles. De Clerck: Ja, dat is bemoedigend. De Green Deal en het relanceplan van de Europese Unie om de economische en sociale schade van de coronacrisis te herstellen zijn ongeziene investeringen in duurzaamheid en in de strijd tegen de klimaatopwarming. De EU is zelfs bezig om de Europese Investeringsbank om te bouwen tot een klimaatbank. Het kan nog sneller en grondiger, maar het klinkt in ieder geval al positief. Significant is ook dat grote vermogensbeheerders, bij ons en internationaal, stilaan mee op de kar springen - ze beheren gigantische financiële volumes. Dat was tot voor kort ondenkbaar. Denkt u dat het leven van onze kleinkinderen even rooskleurig kan zijn als het onze? De Clerck: Onlangs hoorde ik een mooie quote van Minouche Shafik, de directrice van de London School of Economics: 'De wil om iets te doen is op zichzelf een hernieuwbare energiebron.' Je moet blijven zoeken naar krachten om maatschappelijke transities in gang te zetten. Of we de deadlines zullen halen, weet niemand. Maar het is onze plicht het te proberen.