Een ploeg rond microbioloog Bart Lievens (KU Leuven) schrijft in Animal Behaviour dat sluipwespen niet meer dan een korte blootstelling van drie keer twee minuten aan een door specifieke gisten gefermenteerde nectar nodig hebb...

Een ploeg rond microbioloog Bart Lievens (KU Leuven) schrijft in Animal Behaviour dat sluipwespen niet meer dan een korte blootstelling van drie keer twee minuten aan een door specifieke gisten gefermenteerde nectar nodig hebben om er de volgende 24 uur sterker door aangetrokken te worden dan door niet-gefermenteerde nectar. De dieren kunnen zelfs generaliseren naar geuren van door verwante gisten gefermenteerde nectar. Gisten produceren geurstoffen die wespen (en bijen) kunnen detecteren. Veel dieren hebben hun kleur te danken aan pigmenten die ze opnemen uit hun voeding. Flamingo's zijn er het bekendste voorbeeld van. Maar ook piepkleine beestjes kunnen iets vergelijkbaars doen. Bioloog Nicky Wybouw (UGent) en zijn collega's rapporteren in Proceedings of the Royal Society B dat spintmijten een specifiek gen gebruiken voor het verwerken van stoffen uit hun voeding tot een rode kleur. Intrigerend is dat vogels er een verwant gen uit dezelfde familie voor gebruiken. Het is een mooi geval van convergente evolutie: een vergelijkbaar mechanisme dat op uiteenlopende plekken in het dierenrijk hetzelfde resultaat geeft.