Er is sprake van een koudegolf bij 5 opeenvolgende ijsdagen. Dat zijn dagen waarop de maximumtemperatuur onder het vriespunt blijft. Bovendien moeten drie nachten heel koud zijn, met temperaturen die niet boven de -10 graden stijgen.

Door de klimaatopwarming is de kans op een koudegolf gereduceerd tot één keer om de 12 jaar. Dat hebben klimaatwetenschappers van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) berekend op basis van de gegevens uit het Copernicus Climate Change-platform van de Europese Commissie.

In het verleden kwamen koudegolven volgens de wetenschappers geregeld voor: zowat één keer in de 6 jaar. 'Door de klimaatopwarming is de kans nu al dubbel zo klein: één keer om de 12 jaar', legt klimaatexpert Hendrik Wouters uit. De laatste koudegolf dateert al van 2012.

Verkeerschaos

Koudegolven hebben volgens Wouters een grote impact op onze samenleving, zoals de verkeerschaos die daardoor ontstaat en koudestress. 'Blootstelling aan extreme koude kan immers leiden tot onderkoeling en verhoogt indirect de kans op cardiovasculaire aandoeningen of luchtweginfecties. In dat opzicht is de verminderde kans op koudegolven een van de weinige positieve kanten van de klimaatverstoring vanwege de mens', aldus Wouters.

De hamvraag is volgens hem of dit positieve effect kan opwegen tegen de sterke opmars van hittegolven waarbij het verband met oversterfte veel duidelijker is. De verminderde kans op koudegolven heeft bovendien een negatieve keerzijde voor de natuur: planten en dieren uit onze streken zijn afgestemd op koude wintertemperaturen. Latere groeistadia, zoals de bloemzetting bij planten, gebeuren pas optimaal als de planten een koude periode hebben doorgemaakt.

De koudegolven zijn volgens Wouters ook goed om de opmars van invasieve soorten te stuiten. 'Deze soorten gedijen door de opwarming van de aarde steeds beter in meer noordelijke streken en vormen een bedreiging voor de inheemse soorten. Maar ze zijn veelal niet goed bestand tegen hele lage temperaturen die in hun oorspronkelijk leefgebied niet voorkomen', benadrukt de klimaatexpert. (Belga)

Er is sprake van een koudegolf bij 5 opeenvolgende ijsdagen. Dat zijn dagen waarop de maximumtemperatuur onder het vriespunt blijft. Bovendien moeten drie nachten heel koud zijn, met temperaturen die niet boven de -10 graden stijgen.Door de klimaatopwarming is de kans op een koudegolf gereduceerd tot één keer om de 12 jaar. Dat hebben klimaatwetenschappers van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) berekend op basis van de gegevens uit het Copernicus Climate Change-platform van de Europese Commissie. In het verleden kwamen koudegolven volgens de wetenschappers geregeld voor: zowat één keer in de 6 jaar. 'Door de klimaatopwarming is de kans nu al dubbel zo klein: één keer om de 12 jaar', legt klimaatexpert Hendrik Wouters uit. De laatste koudegolf dateert al van 2012. Koudegolven hebben volgens Wouters een grote impact op onze samenleving, zoals de verkeerschaos die daardoor ontstaat en koudestress. 'Blootstelling aan extreme koude kan immers leiden tot onderkoeling en verhoogt indirect de kans op cardiovasculaire aandoeningen of luchtweginfecties. In dat opzicht is de verminderde kans op koudegolven een van de weinige positieve kanten van de klimaatverstoring vanwege de mens', aldus Wouters.De hamvraag is volgens hem of dit positieve effect kan opwegen tegen de sterke opmars van hittegolven waarbij het verband met oversterfte veel duidelijker is. De verminderde kans op koudegolven heeft bovendien een negatieve keerzijde voor de natuur: planten en dieren uit onze streken zijn afgestemd op koude wintertemperaturen. Latere groeistadia, zoals de bloemzetting bij planten, gebeuren pas optimaal als de planten een koude periode hebben doorgemaakt. De koudegolven zijn volgens Wouters ook goed om de opmars van invasieve soorten te stuiten. 'Deze soorten gedijen door de opwarming van de aarde steeds beter in meer noordelijke streken en vormen een bedreiging voor de inheemse soorten. Maar ze zijn veelal niet goed bestand tegen hele lage temperaturen die in hun oorspronkelijk leefgebied niet voorkomen', benadrukt de klimaatexpert. (Belga)