Een befaamd fysicus zei ooit: 'Als het menselijke brein zo eenvoudig was dat je het gemakkelijk kon begrijpen, was de mens zelf zo eenvoudig geweest dat we het niet kónden begrijpen.' Het is een paradox waarmee wetenschappers blijven worstelen: door onze hersenen kunnen wij wat geen ander dier kan, en tegelijk schermen die hersenen zichzelf af tegen pogingen om ze te doorgronden.
...

Een befaamd fysicus zei ooit: 'Als het menselijke brein zo eenvoudig was dat je het gemakkelijk kon begrijpen, was de mens zelf zo eenvoudig geweest dat we het niet kónden begrijpen.' Het is een paradox waarmee wetenschappers blijven worstelen: door onze hersenen kunnen wij wat geen ander dier kan, en tegelijk schermen die hersenen zichzelf af tegen pogingen om ze te doorgronden. Hoe voert die minder dan anderhalve kilogram wegende klomp weefsel in ons hoofd zijn complexe taken uit? Dat is wel het laatste wat de mens ooit zal doorgronden. We weten wel dat hij een snel werkende neuronale computer is. Dat hij draait op de energie van een lampje van 20 watt. En dat hij zeven à acht keer groter is dan de hersenen die een ander dier met onze afmetingen zou hebben. Onze hersenen bestaan uit ongeveer 86 miljard cellen van minstens 75 types. Tussen die cellen is er gemiddeld zo'n 850.000 kilometer aan vezelverbindingen. De kracht van onze hersenen schuilt vooral in het netwerk in de hersenschors, het 'modernste' deel van het orgaan. Dat deel huisvest ongeveer 16 miljard dicht op elkaar gepakte neuronen. Maar hoe uit dat netwerk dingen als bewustzijn en ethiek ontstaan? Het blijft een raadsel. Iets als het internet zouden wij zonder ons hersenschorsnetwerk nooit uitgevonden hebben. Wetenschappers rekenen in het vakblad eLife trouwens uit dat de geheugencapaciteit van onze hersenen die van het wereldwijde web zou benaderen of zelfs overtreffen - nog iets dat haast onbegrijpelijk is. Ons geheugen is wel minder accuraat dan dat van machines. Onze hersenen zijn niet gemaakt om gegevens nauwkeurig op te slaan en bij te houden: ze spiegelen die constant aan wat al in ons hoofd aanwezig is en aan wat erbij komt. Subjectiviteit speelt een belangrijke rol. De informatie in ons hoofd wordt gekleurd door ervaringen én doordat de hersenen, ondanks hun grote opslagcapaciteit, niet alles wat ze binnenkrijgen kunnen bijhouden. Ze munten uit in 'vergeten', in loslaten wat ze niet meer nodig denken te hebben. Volgens neurologen kunnen ze alleen zo normaal functioneren. 'Vergeten is geen fout maar een functie van het geheugen', zegt een wetenschapper in Nature. Dat het internet snel en accuraat is, zorgt ervoor dat mensen tegenwoordig naar hun smartphone, iPad of laptop grijpen als ze iets niet meteen weten. Als je efficiënt zoekt, zul je in geen tijd de juiste informatie vinden. Helaas duwt de digitale wereld je, door de manier waarop zoekfuncties werken, ook in een bubbel: een kleine wereld bevolkt door gelijkgezinden. Zo cultiveer je langzaam maar zeker een tunnelvisie op de realiteit, vaak zonder het te beseffen. Het internet is nog maar een jaar of twintig op volle kracht, maar zijn impact op de mens is nu al groot. Zo groot zelfs dat wetenschappers zich zorgen maken. Studies over het effect van vooral smartphones op ons dagelijkse leven stapelen zich op. Liefst 81 procent van de westerse mensen heeft zijn smartphone altijd binnen handbereik. Ze gebruiken hem tot een uur of vijf per dag, ofwel een derde van hun actieve tijd. Een kwart beweert bijna constant online te zijn. Een vijfde van de jongeren zou zijn smartphone elke vijf minuten checken, telkens minder dan een halve minuut lang. Mensen onderschatten de intensiteit van hun smartphonegebruik systematisch, hoewel het redelijk consistent is: iemand zal zijn toestel, dag in dag uit, in min of meer hetzelfde ritme checken. Dat we het zo vaak doen, impliceert dat er een 'onbewust' gedrag is ontstaan. Veel mensen beseffen zelfs niet meer dat ze zo veel tijd met hun smartphone doorbrengen. Volgens analyses in Nature en Public Library of Science ONE hebben sommige mensen een symbiotische interactie met hun smartphone: ze beschouwen hem als een verlengstuk van hun lichaam. Je kunt je verloren voelen als je hem kwijt bent. De connectie met die kleine maar o zo dominante machine kan zelfs zo innig worden dat je last krijgt van 'fantoomvibraties': een nieuw syndroom waarbij je ten onrechte denkt dat je smartphone een signaal stuurt. Smartphonegebruik heeft onze relatie met onze duimen fundamenteel gewijzigd, zo blijkt uit een studie in Current Biology. En uit een studie in Epilepsy & Behavior leren we dat getokkel op een telefoonscherm een 'uniek' ritme in sommige hersengolven kan uitlokken - wat niet noodzakelijk positief is. Welk effect hebben smartphones op onze hersenactiviteit? Daarover bestaan weinig harde gegevens, zo blijkt uit een recent overzicht van de beschikbare kennis in het vakblad World Psychiatry. Dat de hersenen zich in geen tijd aan nieuwe omstandigheden aanpassen, wisten we al. Dat we gemakkelijk reageren op verslavende prikkels: ook dat was bekend. Reageren op onlineberichten, bijvoorbeeld door ze te liken, kan je online houden: via specifieke chemische prikkels in je hersenen krijg je een ononderbroken stroom van beloninkjes. 'Het potentieel van het internet om onze aandacht vast te houden is ongezien', lezen we in de overzichtsstudie. 'Daarom is het essentieel dat we de impact ervan begrijpen op onze denkprocessen en ons welzijn.' Welnu, de eerste resultaten zijn binnen. Internet- en smartphonegebruik, zo blijkt, fragmenteren onze aandacht. We switchen van het ene itempje naar het andere zonder dat we veel echt registreren. Naar 75 procent van de onlinecontent die we voorgeschoteld krijgen, kijken we minder dan 1 minuut. Mensen switchen gemiddeld na 19 seconden van het ene item naar het andere. Dat switchen kost tot 40 procent van de energie die onze hersenen nodig hebben om normaal te functioneren. Op de echte multitaskers na - die minder dan 5 procent van de bevolking vertegenwoordigen - ondervindt iedereen daar nadeel van. De activiteit van onze hersenen raakt aangepast, waardoor ze meer energie moeten verbruiken om zich op een taak te concentreren. Zelfs een tijd na het internetgebruik heeft het verminderde concentratievermogen nog effect - het wordt dus overgedragen naar de offlinewereld. Voor de duidelijkheid: volgens een studie in PLoS ONE vindt dat concentratieverlies níét plaats bij wie magazines leest. De wetenschappers achter het overzicht in World Psychiatry vrezen dat de alombeschikbaarheid van internet en digitale technologieën ons geheugen aantast. Vooral ons geheugen voor feiten en plaatsen zou eronder lijden - niemand kijkt nog naar een kaart als hij ergens heen moet. Er zijn al experimenten uitgevoerd waaruit blijkt dat hersenen kennis 'delegeren' aan machines als ze weten dat die ter beschikking zijn. Wát er via die machines te vinden is, onthouden ze niet meer. Hoe meer je het internet gebruikt, hoe groter de kans dat je erop gaat leunen. Eerst als geheugensteuntje, daarna als volwaardige informatiebron. Dat blijkt uit een studie in het vakblad Memory. Op den duur doen mensen geen moeite meer om in hun eigen geheugen te graven. 'Om goed te kunnen functioneren, moeten we vandaag veel minder dingen te onthouden - van trivia over beelden tot cijfers', zo besloot de studie. Volgens een onderzoek in Computers in Human Behavior gaan vooral 'intuïtieve denkers', mensen die gemakkelijk op hun buikgevoel afgaan, het internet als een surrogaat voor hun eigen hersenen zien. Mentale luiheid impliceert niet noodzakelijk minder intelligentie, maar één studie (in The Journal of the Association for Consumer Research) linkt veelvuldig smartphonegebruik wel aan 'verminderde' intelligentie - zoals bekend is intelligentie efficiënt meten notoir moeilijk. Alleen al de aanwezigheid van een smartphone hindert je mentale vaardigheden, hij hoeft niet eens aan te staan. Een quote uit de studie: 'Als je online informatie verzamelt, sla je ze niet voor lange tijd op, omdat je er te weinig hersenzones mee activeert.' Het gaat om zones als de temporale gyrus, die informatie op lange termijn opslaan en ophalen. De connecties met andere nuttige hersenzones worden beperkter en dus fragieler. Door alle kleine taken die ons bezighouden en onze aandacht vragen, komt er ook meer 'ruis' op de signalen in de hersenen. Dat is meestal een veeg teken voor hun efficiëntie. De ruis lijkt na verloop van tijd niet te verminderen, hoewel dat meestal wel gebeurt als de hersenen een handeling als routine beginnen te beschouwen. Leiden verslavingsverschijnselen door smartphonegebruik tot veranderingen in de chemie van de hersenen? Psychology Today bespreekt een studie die eind 2017 voor het eerst het verband heeft gelegd. Ze focuste op de balans tussen een stof die signalen tussen hersencellen vertraagt (GABA) en een stof die ze stimuleert (GLX). In de voorste cingulate cortex van de hersenen van fanatieke smartphonegebruikers stijgt het aandeel van de vertrager beduidend - met angstigheid en slaperigheid als mogelijke neveneffecten. Te veel vertrager kan ook de integratie van cognitieve en emotionele informatie hinderen. Als de hersenen niet meer alles zelf hoeven te doen, zo suggereren sommige wetenschappers, kunnen ze de vrijgekomen energie elders gebruiken. Daardoor kunnen ze meer focussen op taken die niets met het internet te maken hebben. Voorbeelden daarvan geven die wetenschappers helaas niet. Hun idee botst ook met het minder efficiënte energiegebruik in de hersenen door smartphonegebruik. Het onderzoek naar dat gebruik vordert traag, met veel onduidelijkheden tot gevolg. Eén ding is wel duidelijk: door smartphonegebruik kunnen we in een toestand van chronische lage stress raken. Constant worden we geprikkeld door signaaltjes van berichten en door wat we op het schermpje te zien krijgen. Dan komen stresshormonen in actie en verhoogt de frequentie van de hartslag en ademhaling, waardoor het lichaam meer energie nodig heeft. Die stress zet de hersenschors geleidelijk aan buitenspel. Het is bevreemdend dat uitgerekend onze modernste technologische ontwikkelingen een verlammend effect hebben op het modernste deel van de hersenen, het deel dat ons in staat stelt de dingen te doen die van ons zo'n buitengewone soort maken, zoals logisch redeneren en analyseren. Wat is het effect van smartphone- en internetgebruik op kinderen en vooral tieners? Zij worden als digital natives gelabeld - als digitale autochtonen, omdat ze grootgebracht zijn met het internet. Sommige studies waarschuwen voor slechtere schoolresultaten door de effecten van digitale media op hun concentratie, geheugen en leervermogen. Andere besluiten dat digitale media uitsluitend 'kwetsbaarheden' uitvergroten die al aanwezig zijn. Kinderen die verslaafd zijn aan hun schermpjes zijn ongelukkiger dan andere, zo blijkt uit een studie in het vakblad Emotion. Ze benadrukt dat de schermtijd hen ongelukkig maakt, en niet het omgekeerde: dat ongelukkige kinderen meer met schermpjes bezig zijn. Géén schermtijd maakt kinderen evenmin gelukkig. Zelfs op het platteland vertoeven ze soms liever voor een schermpje dan buiten. De gelukkigste kinderen hebben een schermtijd van gemiddeld een uur per dag. Een studie in Psychiatric Quarterly ziet geen verband tussen schermtijd en de kans op depressie of delinquentie bij tieners. Zelfs niet als ze tot zes uur per dag met een scherm bezig zijn. En een studie Psychological Science besluit dat 'de relatie tussen schermtijd en welzijn hoogstens zwak is'. Voor elk kind is een andere schermtijd optimaal, lezen we er voorts in. Houdt een kind zich daaraan, dan zal het er meer voor- dan nadelen van ondervinden. Het probleem is dat die optimale schermtijd van het soort scherm afhangt: voor een smartphone gaat het om bijna twee uur, voor een computer om vier uur. Dat digitale media op senioren een positief effect hebben, daarover is bijna iedereen het eens. Het kennisoverzicht in World Psychiatry besluit, misschien wat verrassend, dat er weinig verschil is tussen de sociale netwerken in de digitale en de echte wereld. Als koppels en vrienden samen zijn, houden ze zich soms meer met hun smartphones bezig dan met elkaar - dat klopt. Maar als ze niet samen zijn, kan digitaal contact hun interactie versterken. Als een digitaal bestaan tot problemen leidt, draaien die vaak rond mensen die ontevreden zijn over hun eigen leven en zich spiegelen aan het (al dan niet fake) succes van anderen. Voor oudere mensen gaat dat niet meer op. Digitale media kunnen hun gevoelens van eenzaamheid en isolement niet alleen wegmasseren, ze kunnen hun hersenen ook een verjongingskuur geven. Een verouderd brein krijgt zo de capaciteiten van een jong exemplaar. Ons hoofd kan dus al eeuwig jong blijven. Nu de rest van ons lichaam nog.