Maart 2020, het begin van de coronacrisis, was een cruciaal moment voor uw bedrijf, Curevac. Uitgerekend op dat moment kreeg u een hersenbloeding, u lag wekenlang in coma. Hoe gaat het nu met u?
...

Maart 2020, het begin van de coronacrisis, was een cruciaal moment voor uw bedrijf, Curevac. Uitgerekend op dat moment kreeg u een hersenbloeding, u lag wekenlang in coma. Hoe gaat het nu met u? Ingmar Hoerr: Ik ben nog niet helemaal fit, maar als je bedenkt hoe ik eraan toe was, hebben we al een hele weg afgelegd. Ook de artsen zijn stomverbaasd. Ach, alles welbeschouwd is mijn hele leven via een hobbelig pad verlopen. Ik heb altijd moeten knokken. Op school ben ik in het technisch onderwijs begonnen, via allerlei omwegen ben ik aan de universiteit terechtgekomen en uiteindelijk heb ik gedoctoreerd. Zo loopt het nu eenmaal in mijn leven. Ook voor de RNA-technologie, die gebruikt wordt bij de ontwikkeling van sommige coronavaccins, hebt u moeten knokken. Hoe hebt u die ontdekt? Hoerr: Tijdens mijn doctoraatsonderzoek, aan het eind van de jaren negentig, ging ik met DNA aan de slag, zoals dat toen gebruikelijk was. Het was het tijdperk van de gentherapie. Ik werkte met liposomen, dat zijn vetbolletjes waarmee je DNA kunt 'inpakken'. Nu wordt het even technisch. Als positieve controle voor een experiment pakte ik DNA in omdat het positieve effect daarvan bekend was. Daarna pakte ik ribonucleïnezuur (RNA) in, en als negatieve controle gebruikte ik zuiver, onverpakt RNA, want onbeschermd RNA wordt zeer snel vernietigd door afbrekende enzymen. In mijn experiment viel de positieve controle positief uit - dat was niets nieuws. Het ingepakte RNA werkte wel, maar niet bijzonder goed. Maar wat wel verraste was het zuivere RNA, dat bedoeld was voor de negatieve controle. Hoewel dat snel afgebroken wordt, was het stabiel genoeg om een cel binnen te dringen. Dat was het eurekamoment. Ik dacht: als het zo werkt, kunnen we de gentherapie helemaal vervangen. Wat zijn de voordelen van RNA-technologie? Hoerr: In die tijd stond ik zeer kritisch tegenover DNA-procedures omdat het om genomisch materiaal gaat, een stabiel genetisch materiaal dat de celkern binnenkomt en lange tijd in de cellen aanwezig blijft. Met RNA daarentegen beschikt de natuur over een molecule die gemaakt wordt om informatie over te brengen en die meteen weer afgebroken wordt. RNA dringt door tot in de cel, maar niet tot in de celkern. Dat is ideaal voor een vaccin dat als boodschapper-RNA (mRNA) informatie moet leveren voor de immuunafweer en daarna weer moet verdwijnen. U hebt de technologie ontdekt, maar uw concurrent BioNTech lanceerde het eerste covid-19-vaccin. Wringt dat? Hoerr: Integendeel, ik ben blij dat er zo snel een vaccin is gekomen, en dan nog een vaccin dat op RNA gebaseerd is. Ik wil net als u dat we de pandemie onder controle krijgen. Bovendien bewijst de goedkeuring van andere RNA-vaccins dat het principe werkt. Bij Curevac hebben we een duidelijk productprofiel opgesteld voordat we met het onderzoek begonnen. Door de instabiliteit van RNA was de belangrijkste vraag hoe we daarmee stabiele vaccins konden ontwikkelen. Vaccins die moeten worden gekoeld tot temperaturen van meer dan tien graden onder nul kunnen niet overal ter wereld worden gebruikt. Dat kan wel in gespecialiseerde ziekenhuizen, maar je moet ook denken aan landen in Afrika of Azië. Daarom hebben wij er vanaf het begin naar gestreefd dat het vaccin minstens bij koelkasttemperatuur moest kunnen worden bewaard. BioNTech en Moderna hebben er in de eerste plaats naar gestreefd zo snel mogelijk een vaccin te ontwikkelen - wat volledig legitiem is. Dat is een belangrijke parameter, maar niet de enige. Kwatongen beweren dat Curevac te traag is geweest. Dat is niet eerlijk: wij hebben ook erg snel gewerkt, maar tegelijk hebben we rekening gehouden met de temperatuurstabiliteit en de dosissen. In het verleden werd RNA vooral geassocieerd met kankertherapie, nu met covid-19. Hoerr: Ik was me vanaf het begin bewust van de mogelijkheden van RNA voor vaccins, maar er was geen belangstelling voor. Toen we investeerders opzochten met het voorstel van een mazelenvaccin, zeiden ze: ' So what? Dat is een goedkope markt.' Dus moesten we ons op kankertherapie richten. Ik denk nog altijd dat RNA-technologie ook op dat terrein een belangrijke rol zal spelen. Haar kracht is dat je erg snel de sequenties kunt wijzigen en de vaccins kunt aanpassen aan de veranderingen in de tumor. Dat was aanvankelijk onze droom: op maat gemaakte, gepersonaliseerde geneesmiddelen voor kankerpatiënten. Hoe is Curevac in 2000 opgericht? Hoerr: Als doctoraatsstudent had ik een klassieke carrière in de farmacie voor ogen. Toen mijn scriptie tot de RNA-resultaten leidde, wilde ik die binnenbrengen in de farmaceutische industrie. Maar bij sollicitatiegesprekken had niemand er belangstelling voor. Dus kon ik niet anders dan mijn eigen zaak te beginnen. Een cruciaal moment was een beurs op de universiteitscampus over hoe je een eigen bedrijf kunt opzetten: wat heb je nodig, hoe registreer je een naamloze vennootschap, waar kun je geld vinden? Toevallig liep er in Baden-Württemberg een programma dat Young Innovators heette en mogelijkheden bood om voor onderzoek samen te werken met een universiteit en de laboratoria te gebruiken. Daar heb ik me kandidaat voor gesteld, samen met medeoprichter Florian von der Mülbe, die nu chief production officer van Curevac is. Met succes. Zonder dat overheidsprogramma zouden wij nu niet bestaan. Konden jullie daar in het begin van leven? Hoerr: Florian en ik hadden allebei geen eigen kapitaal. We leefden van de hand in de tand. Zo stonden we ooit op een medische vakbeurs in Düsseldorf, waar we een gesubsidieerde stand gekregen hadden. We mochten niet parkeren op het parkeerterrein voor de exposanten, maar ver weg op de parkeerplaats voor de gewone bezoekers. Het regende pijpenstelen, de folders die we hadden meegebracht werden nat, en ik zei: 'Florian, ik hou het voor bekeken. Hier heb ik geen zin in.' Florian, die normaal gezien altijd rustig blijft, kwam voor me staan en zei: 'Ingmar, we gaan hier doen waarvoor we gekomen zijn of ik doe niet meer mee.' Ik wist dat hij het meende. Dus deden we waarvoor we gekomen waren. We kregen daar uiteindelijk een stand in de verste uithoek van de hal, waar bijna niemand kwam kijken. Hoe ging het daarna verder? Hoerr: Er bestond in die periode een website waarop je je programma kon voorstellen. Durfkapitalisten gingen daar op zoek naar interessante starters. Een Schot nam contact met ons op, en zei dat hij geldschieters wilde zoeken. Hij kwam naar Tübingen, hielp ons om ons businessplan te verbeteren en zocht samen met ons naar business angels. Maar ons idee sloeg niet aan. Een risico-investeerder die al zo'n 100.000 euro eigen geld had geïnvesteerd, trok zich niet veel later terug. Zijn advocaat liet ons per aangetekende brief weten dat hij gerechtelijke stappen zou ondernemen en eiste dat we het geld binnen de paar dagen zouden terugbetalen. Maar dat ging niet, we hadden het grootste deel al uitgegeven. We zijn toen naar een plaatselijk bankfiliaal gestapt en zeiden: 'We hebben een probleem. We hebben een lening nodig, maar we hebben geen onderpand.' De bankadviseur keek Florian en mij aan en zei: 'Oké. We doen het, omdat we weten dat jullie verstandig genoeg zijn om ons terug te betalen. Zelfs als jullie idee niet aanslaat, vinden jullie wel een job om de lening af te betalen.' Die man heeft ons gered van het faillissement. Met Dietmar Hopp, medeoprichter van softwarebedrijf SAP, hadden jullie meer geluk. Hoerr: In 2003 hebben we Friedrich von Bohlen van de Krupp-familie ontmoet. Hij is zelf actief in de biotechnologie. Friedrich vroeg me om op maximaal drie pagina's op te schrijven wat we deden. Hij wilde geen businessplan, hij wilde weten wat onze visie was. Het was de eerste keer dat we onze visie opschreven, in plaats van die eindeloze droge rekensommen die iedereen altijd wilde zien. Hij is toen met de Zwitserse investeringsbankier Chris Tanner naar Tübingen gekomen. We hielden onze presentatie, en ik zag hoe zijn ogen begonnen te blinken. Terwijl we onze visie aan het uiteenzetten waren, flapte Frederick er plotseling uit: 'Meneer Hoerr, als dit echt aanslaat, spreken we over een miljardenomzet, uw bedrijf zal een revolutie ontketenen.' Toen wist ik dat we hem overtuigd hadden. Daarna introduceerde hij ons in het netwerk van Dietmar Hopp. Ook Bill Gates heeft geïnvesteerd. Hoe is dat in zijn werk gegaan? Hoerr: Op een vergelijkbare manier. Ik heb Bill Gates in Parijs ontmoet door contact via Dietmar Hopp. Het ging me bij zulke ontmoetingen altijd om de persoonlijke kennismaking. Met Gates ging dat moeilijk, hij vertrok geen spier, bleef op een afstand staan en hield zich aan de feiten. Maar uiteindelijk zei hij: 'Doe de groeten aan mijn oude vriend Dietmar.' Toen besefte ik dat we het waarschijnlijk niet slecht hadden gedaan. Maar hij zei nog niet dat hij zou investeren. Waarschijnlijk moest dat nog door zijn commissies. Niet veel later stroomde het geld al binnen. Vanaf mei 2018 was u voorzitter van de raad van commissarissen van Curevac. Een paar dagen voor uw hersenbloeding hebt u de toenmalige ceo vervangen en zelf weer het roer in handen genomen. Waarom? Hoerr: In tegenstelling tot wat daar in sommige media over gezegd werd, had het niets te maken met zijn ontmoeting met toenmalig president Donald Trump. We waren het oneens over strategische beslissingen. Als oprichter van het bedrijf had ik het gevoel dat we ons vanwege de coronapandemie moesten toeleggen op vaccinonderzoek, omdat mRNA daar op maat voor is gemaakt. Onze ceo had andere prioriteiten. Daarom moesten onze wegen scheiden.