Als jonge consulent hartrevalidatie in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) viel het Johan Denollet op dat mensen zeer verschillend konden reageren op hun operatie. Sommige patiënten met een beperkt hartinfarct en een goede prognose, bleken méér last te hebben dan lotgenoten met een groter infarct en een slechtere prognose. Moeheid, pijn op de borst, gevoelens van angst en depressie...
...

Als jonge consulent hartrevalidatie in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) viel het Johan Denollet op dat mensen zeer verschillend konden reageren op hun operatie. Sommige patiënten met een beperkt hartinfarct en een goede prognose, bleken méér last te hebben dan lotgenoten met een groter infarct en een slechtere prognose. Moeheid, pijn op de borst, gevoelens van angst en depressie...Is er misschien een verband met de persoonlijkheid?, vroeg hij zich af. Het antwoord op die vraag kon wel eens belangrijk zijn. Niet alleen om risicopatiënten beter te kunnen begeleiden na de ingreep en zo levens te redden, maar ook voor de preventie van hart- en vaatziekten.Type D-persoonlijkheidNa jarenlang, doorgedreven onderzoek en talloze patiëntengesprekken kon hij het persoonlijkheidstype D (naar 'Distressed') in kaart brengen. 'Een risicofactor zeker zo belangrijk als hoge cholesterol of bloeddruk'. Type D-mensen hebben meer moeite met alledaagse, stressvolle situaties en kroppen spanningen op - het type 'binnenvetter'. Zelfs bij een optimale medische behandeling hebben ze een bijna vier keer zo grote kans om te overlijden.In 1996 publiceerde hij zijn bevindingen in het medisch tijdschrift The Lancet. Het nieuws sloeg in als een bom. Het magazine Newsweek wijdde zelfs een coverstory aan deze 'doorbaak in de cardiologie'. 'Bij wie aanhoudend stress heeft, is het lichaam constant in gevecht', legde Denollet uit. 'Aders kunnen ook verstopt raken door de stresshormonen die vrijkomen. Dat is desastreus. Maar niemand spreekt erover.' ScepsisProfessor Denollet moest heel wat scepsis en tegenwind incasseren, zeker ook van cardiologen. 'Dat is altijd zo in de wetenschap, als je een nieuw concept lanceert'. Maar hij liet zich niet van de wijs brengen, wel integendeel. Met als resultaat meer nuancering en differentiëring in zijn conclusies. Bijvoorbeeld dat er géén causaal verband is bij patiënten met hartfalen, omdat zij gemiddeld ouder zijn en vaak al ernstig ziek. 'Risicofactor nummer één voor overlijden is nog altijd leeftijd.'Het persoonlijkheidstype speelt vooral een rol bij (nieuwe) hartaanvallen bij patiënten van middelbare leeftijd, tussen de 40 en 60. Mensen met een type D-profiel hebben een twee tot drie keer zo groot risico op een nieuwe hartaanval binnen de vijf tot tien jaar. Dus iets minder dan zijn eerste studies suggereerden, maar nog altijd erg relevant. In 2005 lanceerde hij een vragenlijst die het mogelijk maakt mensen te screenen op hun mogelijk type D-profiel, om zo patiënten te kunnen selecteren voor wie bijzondere psychologische ondersteuning aangewezen is. Erkenning wereldwijdIntussen is het belang van de stressfactor voor preventie en behandeling van hart- en vaatziekten algemeen erkend. Een opsteker voor Denollet betekende de erkenning door de Europese Vereniging voor Cardiologie, die sinds 2012 het advies geeft om te screenen op psychologische risico's. De vragenlijst is intussen vertaald in meer dan dertig talen. Wereldwijd hebben wetenschappers het concept van Denollet opgepikt om verder onderzoek te doen naar het belang van het persoonlijkheidstype voor de gezondheidszorg. Ook als verhoogde risicofactor voor chronische ziekten, depressie, angststoornis en burn-out. Uit een grote populatiestudie blijkt dat Type D voorkomt bij ongeveer een kwart van de bevolking. Het is niet cultuurgebonden, zoals uit studies wereldwijd is gebleken. Zo hebben Chinese wetenschappers aangetoond dat mensen met dat profiel veel meer vernauwingen hebben in de kransslagaders.Universiteit TilburgEen groot deel van zijn baanbrekend onderzoek heeft Johan Denollet gedaan vanuit de universiteit van Tilburg. Na 14 jaar UZA was hij in 2000 overgestapt, omdat hij in Noord-Brabant alle ruimte kreeg om zijn onderzoek verder te zetten. Hij kreeg daarvoor ook een forse beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).In 2005 startte hij een opleiding medische psychologie, uniek in Europa. Hij was trouwens een gepassioneerd voorstander van multidisciplinair onderzoek én van meer interactie geneeskunde-psychologie, vooral om de toename van chronische ziekten - momenteel de grootste uitdaging voor de gezondheidszorg - beter aan te pakken, zowel preventief als curatief. Aan de universiteit had hij daartoe het Center of Research on Psychological and Somatic Disorders (CoRPS) opgericht, met een 50-tal medewerkers. Het doet onder meer onderzoek bij overlevenden van borstkanker en diabetespatiënten naar het belang van psychologische factoren. In 2017 wordt hem nog gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor een nieuw initiatief, dat academische kennis inzake gezondheidspychologie bruikbaar wil maken voor het welzijn van de samenleving. Maar omdat intussen de diagnose blaaskanker was vastgesteld, moest hij die opdracht overdragen.Toch is Johan Denollet nog zo lang mogelijk blijven doorwerken. Ook in het UZA, waar hij om de twee weken een dag assisteerde in de afdeling hartrevalidatie, om in voeling te blijven met de klinische realiteit op de werkvloer. Denollet was in de eerste plaats een gepassioneerd, sociaal geëngageerd onderzoeker. Maar ook een enthousiaste professor en - ondanks al zijn successen - een bescheiden en empathische persoonlijkheid.