'Bij het zien van zo'n kust krijgt elke landrot een week lang nachtmerries over schipbreuken, afzien en doodgaan', schreef Charles Darwin ooit over het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika: Kaap Hoorn. De naar de Nederlandse gemeente Hoorn vernoemde kaap - op 25 januari 1616 voer kapitein Willem Schouten van de Verenigde Oost-Indische Companie er als eerste voorbij - is berucht om haar stormachtige weer. Darwin en de zijnen verdronken er bijna toen ze er op 13 januari 1833 met hun schip de Beagle in een hevige storm terechtkwamen. Wat betekend zou hebben dat we nooit over darwiniaanse evolutie zouden hebben gesproken. Maar de evolutietheorie zou er wél gekomen zijn: het is zo'n krachtig model voor het veranderlijke leven dat iemand anders ze wel zou hebben bedacht.
...

'Bij het zien van zo'n kust krijgt elke landrot een week lang nachtmerries over schipbreuken, afzien en doodgaan', schreef Charles Darwin ooit over het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika: Kaap Hoorn. De naar de Nederlandse gemeente Hoorn vernoemde kaap - op 25 januari 1616 voer kapitein Willem Schouten van de Verenigde Oost-Indische Companie er als eerste voorbij - is berucht om haar stormachtige weer. Darwin en de zijnen verdronken er bijna toen ze er op 13 januari 1833 met hun schip de Beagle in een hevige storm terechtkwamen. Wat betekend zou hebben dat we nooit over darwiniaanse evolutie zouden hebben gesproken. Maar de evolutietheorie zou er wél gekomen zijn: het is zo'n krachtig model voor het veranderlijke leven dat iemand anders ze wel zou hebben bedacht. Vandaag staan er op Kaap Hoorn een vuurtoren en een modern monument dat een albatros voorstelt, als eerbetoon voor de meer dan tienduizend zeelui die er de voorbije eeuwen zijn verdronken. De 110 lezers van Knack en de Artsenkrant die er op 18 maart passeerden, aan boord van het Chileense cruiseschip Ventus Australis, konden de kaap ook uitsluitend vanaf het schip bewonderen. Door de woelige zee was het niet mogelijk om met zodiacs aan land te gaan. Maar de Kaap Hoorn hoor je sowieso vanaf een wilde zee te zien, en niet tijdens een zondagswandelingetje naar de vuurtoren en het monument - naar verluidt staat er zelfs een toeristenwinkeltje. En de duizenden pijlstormvogels die boven de golven hingen, boden in de woeste wind een schitterend vliegschouwspel. De cruise vertrok in de Zuid-Chileense havenstad Punta Arenas, gelegen aan de ook al beruchte Straat van Magellaan. Die werd bijna vijfhonderd jaar geleden ontdekt door de in Spaanse dienst varende Portugees Ferdinand Magellaan. Hij vertrok op 20 september 1519 met 5 schepen en 267 bemanningsleden in Spanje en voer op 1 november 1520 vanuit de Atlantische Oceaan de Straat binnen. De overlevering wil dat het een Vlaming was die op 15 november 1520 de doorgang naar de Stille Oceaan vond: de Bruggeling Roeland Herregods (in Magellaans bemanningslijsten vermeld als kanonnier Roldan de Argote). De Bruggeling was een van de 35 manschappen die de reis voltooiden en dus officieel als eersten rond de wereld voeren. Magellaan stierf onderweg in de Filipijnen. Centraal op het marktplein van Punta Arenas prijkt een groot standbeeld van Magellaan, die hoog boven het gepeupel naar de hemel tuurt. Het plein biedt nog meer herinneringen aan helden-ontdekkingsreizigers die geen moeite spaarden om het einde van de wereld in kaart te brengen en open te stellen voor menselijke exploratie. Er is een stemmige bar die vernoemd is naar de Brit Ernest Shackleton, beroemd omdat hij er in het begin van de twintigste eeuw na een compleet mislukte Zuidpoolexpeditie toch in slaagde zijn voltallige bemanning heelhuids weer thuis te krijgen. Er is een Drakes koffiebar, verwijzend naar de gentleman-piraat die er op het einde van de zestiende eeuw ronddwaalde en naar wie de zee tussen Zuid-Amerika en Antarctica is vernoemd, waarschijnlijk de wildste zee ter wereld. Aan het oude postgebouw hangt een vergulde gedenkplaat met de tekst dat de Britse Zuidpoolreiziger Robert Scott er op 8 juli 1904 vierhonderd brieven voor het thuisfront afleverde, met de boodschap dat hij met succes zijn (eerste) Zuidpoolexpeditie had afgerond en op weg was naar huis. Zijn tweede expeditie zou hem fataal worden. In een rommelig maar stemmig museum in het hart van de stad staat het oude kruis van het graf van Pringle Stokes: de eerste kapitein van de Beagle, waarmee Darwin later zijn belangrijke reis rond de wereld zou maken. De man bleek niet bestand tegen het zware weer in de Straat van Magellaan en schoot er zich op 1 augustus 1828 door het hoofd - hij stierf twee weken later. Het oorspronkelijke houten kruis op zijn graf werd later naar het museum verplaatst om te vermijden dat het zou wegrotten. Op het kruis staat dat de man stierf als gevolg van 'de angsten en ontberingen die hij onderging terwijl hij de westelijke kusten van Vuurland aan het verkennen was'. Ook Magellaan had het er niet gemakkelijk. In de naar hem vernoemde Straat deserteerde de San Antonio, een van de vijf schepen waarmee hij vertrokken was. Net als Kaap Hoorn heeft de Straat een kwalijke reputatie. Maar wij voeren erdoor met een gezellige zeebries en konden rustig genieten van het landschap met zijn opvallende vogels, zoals dolfijnmeeuwen en reuzenstormvogels, die als afvalverwerkers ook wel de gieren van de zee worden genoemd. De eerste magellaanpinguïns doken op, de eerste wenkbrauwalbatrossen en de eerste zeeleeuwen. Ze zouden ons de hele reis vergezellen. Van Punta Arenas voeren we via het Beaglekanaal naar Kaap Hoorn en vervolgens naar het Argentijnse stadje Ushuaia waar de reis eindigde. De hele week doorkruisten we majestueuze, woeste landschappen. Het Beaglekanaal met zijn vele gletsjers, afkomstig van een bergketen die Darwin Cordillera heet, loste alle verwachtingen in. De gletsjers leken te zweten, het water sijpelde of stroomde eruit via honderden watervallen. Met grote regelmaat zagen we bultrugwalvissen, meestal moeders met een jong. Boven een winderig eiland wiegden een twintigtal condors met hun lange vleugels in de wind. Deze gieren behoren tot de grootste vliegende vogels ter wereld. We zagen ook merkwaardige vogels met vleugels die te klein (geworden) zijn om ermee te kunnen vliegen: reuzenbooteenden. Ze zijn te zwaar om door hun vleugels gedragen te worden. Maar ze gebruiken ze wel voor hun verdediging: op elke vleugel staan twee knobbels die hun nut hebben in de knokpartijen waar vooral de mannelijke eenden berucht om zijn. Ze gebruiken die zelfs om schijnbaar zonder reden exemplaren van andere eendensoorten zo te molesteren dat die de aanval niet altijd overleven. Kennelijk weten de mannetjes daarmee diepe indruk te maken op de vrouwtjes. Zinloos geweld als versierstrategie, het is eens wat anders. In het Beaglekanaal zagen we één ander schip, een cruiseschip van dezelfde rederij - het cruiseverkeer in de regio wordt streng onder controle gehouden. Vroeger zou een onverwachte ontmoeting met een schip tot spanning hebben geleid: behoorde het toe aan een vijandige natie? Waren het piraten? Vandaag is gezelligheid troef in het Beaglekanaal. Zelfs aan het einde van de wereld zijn de tijden veranderd. Toch is ook daar de menselijke invloed zichtbaar. De gletsjers zijn bijna allemaal gekrompen in de laatste decennia. En als ze zich lijken uit te breiden, worden ze dunner en dus lichter. Alle gletsjers in Vuurland verliezen massaal ijs. Wat de klimaatontkenners ook mogen beweren, het is duidelijk dat de klimaatopwarming zich overal in de wereld laat voelen. De landexcursies tijdens de cruise waren prachtig. We bezochten de Tuckers Islets met hun vele pinguïns, kelp- en magellaanganzen - een goed deel van de fauna in de regio is vernoemd naar de befaamde ontdekkingsreiziger. Vlak bij de baai waar Magellaans San Antonio zich verstopte alvorens weer zeil te zetten naar Spanje, bezochten we een fantastisch beukenbosachtig landschap met mooie watervallen en een veenbodem vol besjes. Elke boom torst er zijn miniatuurwoudje van mossen en korstmossen. Het zijn van de mooiste bossen die je in de wereld kunt vinden. Het enige minpuntje is dat de biodiversiteit er laag is. Zelfs voor de meeste dieren (en planten) is het leven in Vuurland te hard. Er zijn weinig insecten omdat er ook weinig zoogdieren zijn waar ze bloed uit kunnen zuigen. En dus zijn er ook weinig insectenetende vogeltjes en nog minder grotere vogeltjeseters, conform de alomtegenwoordige ecologische cascade. Een eeuw geleden dachten enkele ondernemers een gouden zaak te doen door er twaalf koppels bevers uit Canada te introduceren. Ze zagen gelijkenissen in het landschap van Canada en Vuurland en hoopten een slaatje te slaan uit de handel in beverpelsen die toen welig tierde. Het plan mislukte. De omstandigheden in Vuurland bleken te moeilijk om de pelshandel lucratief te maken. Bovendien hebben bevers in Canada natuurlijke vijanden (zoals arenden, beren en wolven), en in Vuurland niet. Daardoor zouden de dieren minder tijd onder water doorbrengen, wat nadelig is voor de kwaliteit van hun pels. Een mislukt initiatief dus, maar ondertussen leven er naar schatting wel driehonderdduizend bevers in Vuurland en palmen ze grote delen van het landschap in. Om het gebrek aan roofdieren te compenseren werden er later nertsen uitgezet, ook al omwille van de waarde van hun pels. Helaas eten nertsen geen bevers, maar ze doen zich wel massaal te goed aan zeldzame Vuurlandvogels, zoals de grote magellaanspecht van wie ze de vrouwtjes in hun hol van hun nest plukken - de spechten zijn het nog altijd niet gewoon dat ze met predatoren te maken krijgen. Daardoor crasht de populatie van de spectaculaire specht. De nertsen doen het ondertussen zo goed dat je ze gewoon ziet rondlopen in de kleine nederzettingen die hier en daar in Vuurland overleven. De darwiniaanse evolutiemechanismen spelen volop in dit door de mens gestarte natuurlijk experiment. De bevers en de nertsen hebben zich perfect aan de nieuwe omstandigheden aangepast en dwingen de lokale soorten op hun beurt tot aanpassingen om te overleven. Intrigerend was het bezoek aan de Wulaiabaai, waar kapitein Robert Fitzroy tijdens zijn eerste reis met de Beagle vier indianen oppikte en mee naar Engeland nam. Twee jaar later, tijdens de reis met Darwin, waren drie van hen (één man overleed in Engeland) weer aan boord om opnieuw in de baai afgezet te worden. Ze hadden in Engeland een spoedcursus 'beschaving' gekregen. Het was de bedoeling dat ze hun 'goede manieren' als een soort virus in hun oorspronkelijke bevolking zouden laten verspreiden.Het experiment mislukte jammerlijk. Binnen de kortste keren waren de drie, in de woorden van Darwin, 'opnieuw gedegenereerd tot de wilden die ze waren voor ze naar Engeland waren gebracht'. Volgens Darwin werkten de moeilijke leefomstandigheden in Vuurland 'beschaving' tegen. Het is inderdaad moeilijk voor te stellen dat er überhaupt menselijk leven mogelijk was in deze onherbergzame regio. De indianen zouden er nochtans achtduizend jaar lang in kleine aantallen stand hebben gehouden, als jagers-verzamelaars die voortdurend rondtrokken en regelmatig conflicten met andere stammen uitvochten. Tot ze aan het kortste eind trokken na de komst van kolonisten.Vandaag zijn de enige restanten van de Vuurlandindianencultuur te vinden in een handvol foto's (in alle musea zijn dezelfde foto's te zien), wat werktuigen, memorabilia en nagebouwde takkenhutten en boomstamprauwen, en hier en daar een plaatselijke benaming voor een eiland of een baai. De 'beschaving' heeft het uiteindelijk toch gehaald. Maar ook dat heeft gevolgen. In het piepkleine Chileense stadje Puerto Williams, dat zichzelf tot zuidelijkste stad ter wereld heeft gebombardeerd, hebben de 2500 inwoners vandaag andere katten te geselen. De voorbije zomer werd er een recordtemperatuur van 32 °C gemeten, maar er was ook een storm met windsnelheden tot meer dan 300 kilometer per uur. Beide effecten worden toegeschreven aan het extremere weer dat met de klimaatopwarming gepaard gaat. In de plaatselijke koffiebar is het wachtwoord om toegang tot het internet te krijgen sinsalmon ('zonder zalm'): een verwijzing naar acties om zalmkwekerijen uit de buurt van het stadje te houden. Elders in Chili hebben die grote verwoestingen van het mariene milieu aangericht. Zelfs aan het einde van de wereld moeten mensen vechten tegen aanslagen op hun leefmilieu. Toen we na een adembenemende week aanmeerden in het Argentijnse Ushuaia, met zijn 60.000 inwoners, zijn files en zijn overaanbod aan toeristenshops officieel de zuidelijkste stad ter wereld, bleek dat we naast een drijvende visfabriek kwamen te liggen: een gigantisch vissersschip waaruit tientallen arbeiders duizenden dozen met diepgevroren vis laadden. Een schip waarin de massa vis die gevangen werd, meteen industrieel wordt verwerkt om over de hele wereld geëxporteerd te worden. Ook dat is de realiteit van de mensheid van vandaag: overexploitatie van steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen. Zelfs het einde van de wereld blijft er niet van gespaard.