Kijk eens goed naar de figuur hieronder. Welk van de lijnstukken A, B en C is even lang als lijnstuk 1? Dat was de vraag die de Amerikaanse psycholoog Solomon Asch stelde aan de deelnemers van zijn experiment over groepsdruk. In elk groepje van acht proefpersonen zaten zeven medewerkers van Asch. Ze antwoordden allemaal zonder te verpinken 'lijnstuk B'.

De achtste deelnemer - de enige echte proefpersoon - gaf overwegend hetzelfde antwoord als zijn voorgangers. Slechts 25 procent sprak consequent uit wat zelfs een blinde kan zien: niet lijnstuk B maar lijnstuk C is even lang als lijnstuk 1.

Na het experiment vertelden sommige proefpersonen dat ze wel degelijk het juiste antwoord kenden maar niet durfden ingaan tegen de groep. Nog interessanter is dat anderen toegaven dat ze onder druk van de groep aan hun eigen oordeel waren beginnen twijfelen en uiteindelijk het absurde groepsoordeel voor waar aannamen.

/
© /

We moeten het onder ogen zien: ook in de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk dat het gerapporteerde aantal coronadoden in woonzorgcentra veel te hoog was omdat men àlle doden telde, maar ook tal van andere gerapporteerde cijfers, bijvoorbeeld de besmettingsgraad en het reproductiegetal, waren onrealistisch.

Hoe verkeerd ook, dergelijke boodschappen bepalen de publieke opinie. Ze worden naar voor geschoven door experts, vaak op de nationale televisie, waardoor het lijkt alsof ze algemeen aanvaard worden. Net als in het experiment van Asch volstaat dit voor veel mensen als bewijs van hun juistheid: 'Het kan toch niet dat iederèèn verkeerd is', 'Ze zouden het toch niet zeggen als er niets van aan is', enz.

Er dienen zich hier een aantal vragen aan: waarom is een boodschap die door een massa gedragen wordt, zelfs als ze niet correct is, zo overtuigend? Hoe komen intelligente mensen - de experts - ertoe om zulke discutabele boodschappen de wereld in te sturen? Welke gevaren zijn er aan dergelijke massapsychologische fenomenen verbonden en hoe moeten we er als maatschappij mee omgaan?

In de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen.

Massavorming rijst vaak op in een maatschappelijk klimaat verzadigd van onbehagen, angst en gebrek aan zingeving (zie bv. de 300 miljoen dosissen antidepressiva per jaar in België en de burn-outepidemie). In zo'n sfeer is de bevolking buitengewoon gevoelig voor verhalen die de oorzaak van hun angst benoemen en op die manier een gemeenschappelijke vijand in het leven roepen - het virus - die vervolgens 'vernietigd' moet worden.

Dit levert psychologische winst op. Ten eerste wordt de angst die voorheen onbestemd aanwezig was in de maatschappij, nu heel concreet en daardoor mentaal beter beheersbaar.

Ten tweede vindt de uiteenvallende maatschappij in de gemeenschappelijke strijd met 'de vijand' een minimale samenhang, energie en zinverlening terug; het gevecht tegen corona wordt een met pathos en groepsheroïek beladen missie.

Verengd

In extremere gevallen brengt dit de maatschappij in een soort roes die ook optreedt in een massa die samen zingt of leuzen scandeert (bv. in een voetbalstadion). De stem van het individu lost daarbij op in de overweldigend vibrerende groepsstem; het individu voelt zich gedragen door de massa en 'erft' haar zinderende energie. Wàt er precies gezongen wordt, doet er niet toe; wat telt is dat men het samen zingt. Het experiment van Asch toont de cognitieve variant daarvan: wàt men denkt doet er niet toe, wat telt is dat men het samen denkt.

Zoals Gustave Le Bon, een Frans socioloog, rond 1900 al opmerkte, lijkt het effect van massavorming op dat van hypnose. In beide gevallen zuigt een eng verhaal alle aandacht naar zich toe en vernauwt het bewustzijnsveld zich. Vergelijk het met de lichtcirkel van een lamp die inkrimpt en alles wat erbuiten valt in de duisternis laat verdwijnen (zie figuur).

/
© /

In de coronacrisis zie je dat bijvoorbeeld hierin: slachtoffers die door de maatregelen vallen (bv. sterfgevallen door emotionele en fysieke verwaarlozing in woonzorgcentra, niet-corona patiënten waarvan de behandeling uitgesteld werd, slachtoffers van agressie binnenshuis, ...) krijgen, alleszins in vergelijking met coronaslachtoffers, nauwelijks aandacht en empathie (van deze slachtoffers geen dagelijkse statistieken, gevalsbeschrijvingen, getuigenissen van familieleden, etc.). Zij vallen buiten de lichtcirkel.

Dit gebrek aan empathie mag niet verward worden met ordinair egoïsme. Le Bon noteerde dat zowel massavorming als hypnose ervoor zorgen dat individuen hun egoïstische strevingen, ja, zelfs hun eigen pijn, radicaal kunnen negeren. Met een eenvoudige hypnotische procedure kan men patiënten dermate verdoven dat men tijdens operaties probleemloos insnijdingen kan maken. Op dezelfde manier aanvaardt een groot deel van de bevolking tijdens de coronacrisis merkwaardig gemakkelijk maatregelen die diep in hun plezier, vrijheid en welvaart 'snijden'.

Maar er is ook een belangrijk verschil tussen massavorming en hypnose. Bij hypnose is enkel het bewustzijnsveld van de gehypnotiseerde vernauwd; degene die het hypnotiserende verhaal uitspreekt (de hypnotiseur) is 'wakker'. Bij massavorming is ook degene die het verhaal articuleert - in deze crisis de expert - mentaal in de greep van het verhaal. Meer zelfs: het aandachtsveld van de viroloog is door zijn opleiding (die eenzijdig op virussen gericht is) en door de secundaire voordelen die het verhaal hem brengt (excessief aanzien, autoriteit, onderzoeksfinanciering, enz.) nog meer vernauwd dan dat van de bevolking. Dit verklaart de bevreemdende vaststelling dat experts fouten maken die een leek niet snel zou maken (een fenomeen dat soms 'expert blindness' wordt genoemd).

Degenen die fanatiek vertrouwen op de experts èn degenen die hen volledig wantrouwen (en er complotteurs in zien) maken hier dus wellicht dezelfde fout: ze schrijven aan de experts een te absoluut weten (en macht) toe, de eerste groep in positieve zin, de tweede in negatieve. De eigenlijke meesters van de toestand zijn niet de experts maar de verhalen en hun achterliggende ideologieën; de verhalen bezitten iedereen en behoren niemand toe; iedereen speelt er een rol in, niemand kent het volledige script (ook all American hero Bill Gates niet).

Massavorming zorgt ervoor dat het gedeelde maatschappelijke verhaal immuun wordt voor kritiek en zichzelf tot in het absurde toe bevestigt. Bijvoorbeeld: Op een paradoxale manier worden de slachtoffers die dòòr de maatregelen vallen (bv. door eenzaamheid in woonzorgcentra), gebruikt als argument vòòr de maatregelen. Men telt ze argeloos op bij de algemene oversterfte en gebruikt hen zo om de maatregelen te rechtvaardigen.

De VN waarschuwde dat hongersnoden ten gevolge van de lockdowns straks miljoenen slachtoffers kunnen maken. We lopen het risico dat ook die ten onrechte bij de coronaslachtoffers geteld worden en dat de angst en daarmee ook het draagvlak voor strengere maatregelen exponentieel toeneemt. Op die manier kan de maatschappij in een vicieuze cirkel belanden: hoe strenger de maatregelen, hoe meer slachtoffers; hoe meer slachtoffers, hoe strenger de maatregelen.

De maatschappij riskeert in een vicieuze cirkel te belanden: hoe strenger de maatregelen, hoe meer slachtoffers; hoe meer slachtoffers, hoe strenger de maatregelen.

Onderschat niet waartoe dit in de toekomst kan leiden. De idee die geopperd werd omtrent het onderbrengen van besmette individuen in isolatiecentra wordt nu nog als een 'disproportionele' maatregel beschouwd. Maar in zoverre de maatschappij mentaal aan een eng virologisch verhaal gekluisterd blijft, is er enkel een stijging van de angst nodig om ook dit als 'noodzakelijk voor de volksgezondheid' te beschouwen.

In combinatie met de manipuleerbaarheid van coronatests en een feodale herverdeling van de macht (gouverneurs en burgemeesters krijgen door de impasse van de nationale politiek ongeziene macht) zie je wat er aan de horizon verschijnt: naar willekeur oppakken, isoleren en 'behandelen' van 'besmette' mensen. Maatschappelijk systemen die naar het totalitaire toe tenderen, hanteren een verschillend discours maar ze doen allemaal ongeveer hetzelfde.

De massapsychologische dynamiek die oprijst rond de reële kern van de corona-epidemie vertoont alle kenmerken van een psychologisch symptoom en moet ook als dusdanig geanalyseerd worden. Net zoals een individueel symptoom heeft het een signaalfunctie. Het verwijst naar een onderliggend maatschappelijk probleem, dat we hogerop beschreven hebben als een gebrek aan zinverlening en eraan gekoppelde, epidemische angst en depressie.

Dat laat zich onder andere voelen op de werkvloer. Nu de lockdown en het erbij aansluitende verlof (dat niet echt als een verlof aanvoelde) zowat achter de rug zijn, moeten we zo langzaam terug naar het oude werkregime. Velen van ons zullen daar opnieuw geconfronteerd worden met de ervaring die in de bestseller Bullshit Jobs beschreven wordt: de werkdag lijkt een aaneenschakeling van verplichtingen die men jachtig moet nakomen zonder goed te weten wie er eigenlijk wel bij vaart.

Zoals iemand me onlangs zei: je zou bijna verlangen naar een nieuwe lockdown. Voor nogal wat mensen lijkt dit de enige manier om te ontsnappen aan de uitputtende ratrace en op zijn minst in de strijd tegen het virus wat zinvolheid en verbondenheid met de ander te ervaren. Zo vinden we in de huidige massavorming nog een kenmerk van psychische symptomen: het zijn pogingen om het onderliggende probleem op te lossen ... die op termijn nefast zijn.

Dit is de opdracht waar we voor staan: zin en verbondenheid vinden in het leven zonder dat we daar een oorlog met een virus voor nodig hebben. Waar zit er in ons westerse wereldbeeld een opening die uitzicht geeft op een zinvol bestaan als mens?

Kijk eens goed naar de figuur hieronder. Welk van de lijnstukken A, B en C is even lang als lijnstuk 1? Dat was de vraag die de Amerikaanse psycholoog Solomon Asch stelde aan de deelnemers van zijn experiment over groepsdruk. In elk groepje van acht proefpersonen zaten zeven medewerkers van Asch. Ze antwoordden allemaal zonder te verpinken 'lijnstuk B'. De achtste deelnemer - de enige echte proefpersoon - gaf overwegend hetzelfde antwoord als zijn voorgangers. Slechts 25 procent sprak consequent uit wat zelfs een blinde kan zien: niet lijnstuk B maar lijnstuk C is even lang als lijnstuk 1. Na het experiment vertelden sommige proefpersonen dat ze wel degelijk het juiste antwoord kenden maar niet durfden ingaan tegen de groep. Nog interessanter is dat anderen toegaven dat ze onder druk van de groep aan hun eigen oordeel waren beginnen twijfelen en uiteindelijk het absurde groepsoordeel voor waar aannamen. We moeten het onder ogen zien: ook in de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk dat het gerapporteerde aantal coronadoden in woonzorgcentra veel te hoog was omdat men àlle doden telde, maar ook tal van andere gerapporteerde cijfers, bijvoorbeeld de besmettingsgraad en het reproductiegetal, waren onrealistisch. Hoe verkeerd ook, dergelijke boodschappen bepalen de publieke opinie. Ze worden naar voor geschoven door experts, vaak op de nationale televisie, waardoor het lijkt alsof ze algemeen aanvaard worden. Net als in het experiment van Asch volstaat dit voor veel mensen als bewijs van hun juistheid: 'Het kan toch niet dat iederèèn verkeerd is', 'Ze zouden het toch niet zeggen als er niets van aan is', enz. Er dienen zich hier een aantal vragen aan: waarom is een boodschap die door een massa gedragen wordt, zelfs als ze niet correct is, zo overtuigend? Hoe komen intelligente mensen - de experts - ertoe om zulke discutabele boodschappen de wereld in te sturen? Welke gevaren zijn er aan dergelijke massapsychologische fenomenen verbonden en hoe moeten we er als maatschappij mee omgaan?Massavorming rijst vaak op in een maatschappelijk klimaat verzadigd van onbehagen, angst en gebrek aan zingeving (zie bv. de 300 miljoen dosissen antidepressiva per jaar in België en de burn-outepidemie). In zo'n sfeer is de bevolking buitengewoon gevoelig voor verhalen die de oorzaak van hun angst benoemen en op die manier een gemeenschappelijke vijand in het leven roepen - het virus - die vervolgens 'vernietigd' moet worden. Dit levert psychologische winst op. Ten eerste wordt de angst die voorheen onbestemd aanwezig was in de maatschappij, nu heel concreet en daardoor mentaal beter beheersbaar. Ten tweede vindt de uiteenvallende maatschappij in de gemeenschappelijke strijd met 'de vijand' een minimale samenhang, energie en zinverlening terug; het gevecht tegen corona wordt een met pathos en groepsheroïek beladen missie. In extremere gevallen brengt dit de maatschappij in een soort roes die ook optreedt in een massa die samen zingt of leuzen scandeert (bv. in een voetbalstadion). De stem van het individu lost daarbij op in de overweldigend vibrerende groepsstem; het individu voelt zich gedragen door de massa en 'erft' haar zinderende energie. Wàt er precies gezongen wordt, doet er niet toe; wat telt is dat men het samen zingt. Het experiment van Asch toont de cognitieve variant daarvan: wàt men denkt doet er niet toe, wat telt is dat men het samen denkt. Zoals Gustave Le Bon, een Frans socioloog, rond 1900 al opmerkte, lijkt het effect van massavorming op dat van hypnose. In beide gevallen zuigt een eng verhaal alle aandacht naar zich toe en vernauwt het bewustzijnsveld zich. Vergelijk het met de lichtcirkel van een lamp die inkrimpt en alles wat erbuiten valt in de duisternis laat verdwijnen (zie figuur).In de coronacrisis zie je dat bijvoorbeeld hierin: slachtoffers die door de maatregelen vallen (bv. sterfgevallen door emotionele en fysieke verwaarlozing in woonzorgcentra, niet-corona patiënten waarvan de behandeling uitgesteld werd, slachtoffers van agressie binnenshuis, ...) krijgen, alleszins in vergelijking met coronaslachtoffers, nauwelijks aandacht en empathie (van deze slachtoffers geen dagelijkse statistieken, gevalsbeschrijvingen, getuigenissen van familieleden, etc.). Zij vallen buiten de lichtcirkel. Dit gebrek aan empathie mag niet verward worden met ordinair egoïsme. Le Bon noteerde dat zowel massavorming als hypnose ervoor zorgen dat individuen hun egoïstische strevingen, ja, zelfs hun eigen pijn, radicaal kunnen negeren. Met een eenvoudige hypnotische procedure kan men patiënten dermate verdoven dat men tijdens operaties probleemloos insnijdingen kan maken. Op dezelfde manier aanvaardt een groot deel van de bevolking tijdens de coronacrisis merkwaardig gemakkelijk maatregelen die diep in hun plezier, vrijheid en welvaart 'snijden'. Maar er is ook een belangrijk verschil tussen massavorming en hypnose. Bij hypnose is enkel het bewustzijnsveld van de gehypnotiseerde vernauwd; degene die het hypnotiserende verhaal uitspreekt (de hypnotiseur) is 'wakker'. Bij massavorming is ook degene die het verhaal articuleert - in deze crisis de expert - mentaal in de greep van het verhaal. Meer zelfs: het aandachtsveld van de viroloog is door zijn opleiding (die eenzijdig op virussen gericht is) en door de secundaire voordelen die het verhaal hem brengt (excessief aanzien, autoriteit, onderzoeksfinanciering, enz.) nog meer vernauwd dan dat van de bevolking. Dit verklaart de bevreemdende vaststelling dat experts fouten maken die een leek niet snel zou maken (een fenomeen dat soms 'expert blindness' wordt genoemd).Degenen die fanatiek vertrouwen op de experts èn degenen die hen volledig wantrouwen (en er complotteurs in zien) maken hier dus wellicht dezelfde fout: ze schrijven aan de experts een te absoluut weten (en macht) toe, de eerste groep in positieve zin, de tweede in negatieve. De eigenlijke meesters van de toestand zijn niet de experts maar de verhalen en hun achterliggende ideologieën; de verhalen bezitten iedereen en behoren niemand toe; iedereen speelt er een rol in, niemand kent het volledige script (ook all American hero Bill Gates niet). Massavorming zorgt ervoor dat het gedeelde maatschappelijke verhaal immuun wordt voor kritiek en zichzelf tot in het absurde toe bevestigt. Bijvoorbeeld: Op een paradoxale manier worden de slachtoffers die dòòr de maatregelen vallen (bv. door eenzaamheid in woonzorgcentra), gebruikt als argument vòòr de maatregelen. Men telt ze argeloos op bij de algemene oversterfte en gebruikt hen zo om de maatregelen te rechtvaardigen.De VN waarschuwde dat hongersnoden ten gevolge van de lockdowns straks miljoenen slachtoffers kunnen maken. We lopen het risico dat ook die ten onrechte bij de coronaslachtoffers geteld worden en dat de angst en daarmee ook het draagvlak voor strengere maatregelen exponentieel toeneemt. Op die manier kan de maatschappij in een vicieuze cirkel belanden: hoe strenger de maatregelen, hoe meer slachtoffers; hoe meer slachtoffers, hoe strenger de maatregelen. Onderschat niet waartoe dit in de toekomst kan leiden. De idee die geopperd werd omtrent het onderbrengen van besmette individuen in isolatiecentra wordt nu nog als een 'disproportionele' maatregel beschouwd. Maar in zoverre de maatschappij mentaal aan een eng virologisch verhaal gekluisterd blijft, is er enkel een stijging van de angst nodig om ook dit als 'noodzakelijk voor de volksgezondheid' te beschouwen. In combinatie met de manipuleerbaarheid van coronatests en een feodale herverdeling van de macht (gouverneurs en burgemeesters krijgen door de impasse van de nationale politiek ongeziene macht) zie je wat er aan de horizon verschijnt: naar willekeur oppakken, isoleren en 'behandelen' van 'besmette' mensen. Maatschappelijk systemen die naar het totalitaire toe tenderen, hanteren een verschillend discours maar ze doen allemaal ongeveer hetzelfde.De massapsychologische dynamiek die oprijst rond de reële kern van de corona-epidemie vertoont alle kenmerken van een psychologisch symptoom en moet ook als dusdanig geanalyseerd worden. Net zoals een individueel symptoom heeft het een signaalfunctie. Het verwijst naar een onderliggend maatschappelijk probleem, dat we hogerop beschreven hebben als een gebrek aan zinverlening en eraan gekoppelde, epidemische angst en depressie. Dat laat zich onder andere voelen op de werkvloer. Nu de lockdown en het erbij aansluitende verlof (dat niet echt als een verlof aanvoelde) zowat achter de rug zijn, moeten we zo langzaam terug naar het oude werkregime. Velen van ons zullen daar opnieuw geconfronteerd worden met de ervaring die in de bestseller Bullshit Jobs beschreven wordt: de werkdag lijkt een aaneenschakeling van verplichtingen die men jachtig moet nakomen zonder goed te weten wie er eigenlijk wel bij vaart. Zoals iemand me onlangs zei: je zou bijna verlangen naar een nieuwe lockdown. Voor nogal wat mensen lijkt dit de enige manier om te ontsnappen aan de uitputtende ratrace en op zijn minst in de strijd tegen het virus wat zinvolheid en verbondenheid met de ander te ervaren. Zo vinden we in de huidige massavorming nog een kenmerk van psychische symptomen: het zijn pogingen om het onderliggende probleem op te lossen ... die op termijn nefast zijn. Dit is de opdracht waar we voor staan: zin en verbondenheid vinden in het leven zonder dat we daar een oorlog met een virus voor nodig hebben. Waar zit er in ons westerse wereldbeeld een opening die uitzicht geeft op een zinvol bestaan als mens?