Het vaccin van producent AstraZeca wordt nu al gebruikt in België, maar het wordt voorlopig nog niet toegediend bij 55-plussers. Die leeftijdsgrens werd ingesteld omdat er onvoldoende gegevens beschikbaar waren over de werkzaamheid van het vaccin bij ouderen. Maar uit drie verschillende onderzoeken, op basis van de vaccinatiecampagnes in Engeland, Schotland en Israël, is intussen gebleken dat het AstraZeneca-vaccin wel degelijk een hoge bescherming biedt aan de mensen in die leeftijdsgroep.

De Hoge Gezondheidsraad heeft dan ook beslist om ook in ons land het licht op groen te zetten voor het gebruik van het vaccin bij de ouderen. Het hernieuwde advies komt voort uit drie vragen die federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) aan de HGR had voorgelegd. Op de vraag of het mogelijk is om de tweede dosis van het Pfizer-vaccin niet na 21, maar na 42 dagen te geven, geeft de HGR een iets genuanceerder antwoord. Een langere tussenperiode tussen de twee prikken kan wel degelijk overwogen worden, maar er wordt wel aangeraden om die periode bij voorkeur te beperken tot 35 dagen. In principe blijft wel aangeraden om zo dicht mogelijk bij 21 dagen te blijven.

Enkel als het door de epidemiologische omstandigheden nodig lijkt om het toedienen van eerste dosissen te versnellen, kan dus wel worden overgegaan tot een tussenperiode van vijf weken.

Voorts was ook aan de HGR gevraagd of het mogelijk zou kunnen zijn om de tweede prik volledig weg te laten. Maar de HGR raadt dit niet aan, omdat er momenteel geen wetenschappelijke gegevens zijn om die strategie te ondersteunen.

Wat deze aanbevelingen concreet inhouden voor de vaccinatiestrategie, is nog niet helemaal duidelijk. De taskforce vaccinaties bekijkt de adviezen nog en gaat later oordelen of het tempo kan worden versneld.

Verlenging termijn voor 2de dosis Pfizer-vaccin mogelijk, maar bij voorkeur tot 35 dagen

Het is in bepaalde omstandigheden mogelijk om het toedienen van de tweede dosis van het Pfizer-vaccin uit te stellen, maar dat gebeurt dan bij voorkeur tot 35 dagen na de eerste prik. Dat staat in het advies van de Hoge Gezondheidsraad.

Momenteel wordt bij het vaccin van Pfizer gemikt op het toedienen van twee dosissen, met een interval van 21 dagen. Een langere periode tussen de twee dosissen kan overwogen worden tot 42 dagen, maar de Hoge Gezondheidsraad raadt toch aan om het interval bij voorkeur tot 35 dagen te beperken.

In principe blijft wel aangeraden om zo dicht mogelijk bij 21 dagen te blijven. Maar in bepaalde epidemiologische omstandigheden kan die periode dus worden verlengd tot vijf weken, wanneer het nodig wordt geacht om sneller een eerste dosis toe te dienen aan meer mensen.

Het vaccin van producent AstraZeca wordt nu al gebruikt in België, maar het wordt voorlopig nog niet toegediend bij 55-plussers. Die leeftijdsgrens werd ingesteld omdat er onvoldoende gegevens beschikbaar waren over de werkzaamheid van het vaccin bij ouderen. Maar uit drie verschillende onderzoeken, op basis van de vaccinatiecampagnes in Engeland, Schotland en Israël, is intussen gebleken dat het AstraZeneca-vaccin wel degelijk een hoge bescherming biedt aan de mensen in die leeftijdsgroep. De Hoge Gezondheidsraad heeft dan ook beslist om ook in ons land het licht op groen te zetten voor het gebruik van het vaccin bij de ouderen. Het hernieuwde advies komt voort uit drie vragen die federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) aan de HGR had voorgelegd. Op de vraag of het mogelijk is om de tweede dosis van het Pfizer-vaccin niet na 21, maar na 42 dagen te geven, geeft de HGR een iets genuanceerder antwoord. Een langere tussenperiode tussen de twee prikken kan wel degelijk overwogen worden, maar er wordt wel aangeraden om die periode bij voorkeur te beperken tot 35 dagen. In principe blijft wel aangeraden om zo dicht mogelijk bij 21 dagen te blijven. Enkel als het door de epidemiologische omstandigheden nodig lijkt om het toedienen van eerste dosissen te versnellen, kan dus wel worden overgegaan tot een tussenperiode van vijf weken. Voorts was ook aan de HGR gevraagd of het mogelijk zou kunnen zijn om de tweede prik volledig weg te laten. Maar de HGR raadt dit niet aan, omdat er momenteel geen wetenschappelijke gegevens zijn om die strategie te ondersteunen. Wat deze aanbevelingen concreet inhouden voor de vaccinatiestrategie, is nog niet helemaal duidelijk. De taskforce vaccinaties bekijkt de adviezen nog en gaat later oordelen of het tempo kan worden versneld. Het is in bepaalde omstandigheden mogelijk om het toedienen van de tweede dosis van het Pfizer-vaccin uit te stellen, maar dat gebeurt dan bij voorkeur tot 35 dagen na de eerste prik. Dat staat in het advies van de Hoge Gezondheidsraad.Momenteel wordt bij het vaccin van Pfizer gemikt op het toedienen van twee dosissen, met een interval van 21 dagen. Een langere periode tussen de twee dosissen kan overwogen worden tot 42 dagen, maar de Hoge Gezondheidsraad raadt toch aan om het interval bij voorkeur tot 35 dagen te beperken. In principe blijft wel aangeraden om zo dicht mogelijk bij 21 dagen te blijven. Maar in bepaalde epidemiologische omstandigheden kan die periode dus worden verlengd tot vijf weken, wanneer het nodig wordt geacht om sneller een eerste dosis toe te dienen aan meer mensen.