De Nederlander Carel van Schaik begon zijn wetenschappelijke carrière als botanicus, in de jaren zeventig. Maar toen werd hij verliefd op een primatologe, Maria van Noordwijk. Ze trokken naar Indonesië, trouwden en bestudeerden orang-oetans. Als biologisch antropoloog is Van Schaik vooral geboeid door het erfelijk materiaal dat van de aap terug te vinden is bij de huidige homo sapiens. Sinds 2004 is hij directeur van het Antropologisch Instituut van de Universiteit van Zürich. Samen met de Duitse historicus Kai Michel heeft hij nu De waarheid over Eva gepubliceerd, een boek over het ontstaan en de toekomst van het patriarchaat.
...

De Nederlander Carel van Schaik begon zijn wetenschappelijke carrière als botanicus, in de jaren zeventig. Maar toen werd hij verliefd op een primatologe, Maria van Noordwijk. Ze trokken naar Indonesië, trouwden en bestudeerden orang-oetans. Als biologisch antropoloog is Van Schaik vooral geboeid door het erfelijk materiaal dat van de aap terug te vinden is bij de huidige homo sapiens. Sinds 2004 is hij directeur van het Antropologisch Instituut van de Universiteit van Zürich. Samen met de Duitse historicus Kai Michel heeft hij nu De waarheid over Eva gepubliceerd, een boek over het ontstaan en de toekomst van het patriarchaat. Als twee mannen over het patriarchaat schrijven, meneer Van Schaik, is de lezer dan wel verzekerd van een onbevooroordeelde blik op de vrouwelijke homo sapiens? Carel van Schaik: Die blik heeft niemand. Maar het goede aan de wetenschap is dat je je resultaten ter discussie stelt. Ze kunnen worden weerlegd. De waarheid over Eva is vooral een boek over de relatie tussen de geslachten, over vrouwen én mannen. In zekere zin is het een alternatieve geschiedenis van de mensheid. Wijst de verkiezing van Kamala Harris tot eerste vrouwelijke vicepresident van de Verenigde Staten op een kentering in de relatie tussen de geslachten? Van Schaik: In ieder geval werd na de vorige Amerikaanse presidentsverkiezingen, in 2016, nog gezegd dat Donald Trump alleen had gewonnen omdat veel mensen - vooral mannen - niet geneigd waren op een vrouw - Hillary Clinton, dat jaar - te stemmen. Zou Kamala Harris ook verkozen geweest zijn in een scenario met haar als presidentskandidaat en Joe Biden als vicepresident? Dat is een interessant gedachte-experiment, niet? Hoe zou u de vrouwen die vandaag aan de top staan vergelijken met de beroemde vrouwelijke heersers uit de geschiedenis, van farao Hatsjepsoet tot Elizabeth I? Van Schaik: Het verschil is hemelsbreed. Politica's als Kamala Harris of de Duitse bondskanselier Angela Merkel hebben hun succes te danken aan hun eigen verwezenlijkingen, de zeldzame heerseressen uit de geschiedenis konden de top alleen bereiken omdat ze een machtige vader of man hadden. Merkel en co. vormen een totaal nieuw fenomeen. De wetenschap heeft in de loop der eeuwen proberen aan te tonen dat vrouwen om biologische redenen inferieur zijn aan mannen. Zelfs Charles Darwin, de grondlegger van de evolutietheorie, beweerde dat hun evolutie op een gegeven moment tot stilstand was gekomen. Van Schaik:(zucht) O, mijn idool... Ik weet dat Charles Darwin zich daaraan heeft bezondigd. Net als belangrijke biologen na hem, of denkers als Sigmund Freud. Volgens de Israëlische historicus Yuval Noah Harari zou 'de superieure sociale competentie en de grotere bereidheid om samen te werken' de grondslag vormen van het mannelijke succesverhaal. Begrijpt u dat veel vrouwen bij zo'n uitspraak met de ogen rollen? Van Schaik: Zeker. Ik doe dat zelf ook. Maar we kunnen het onderzoek naar iets niet tegenhouden omdat we er een ongemakkelijk gevoel bij hebben. Het alternatief voor slechte wetenschap is niet geen wetenschap maar betere wetenschap. Nee, maar misschien moeten we een onderscheid maken tussen wilde theorieën en goed onderbouwde feiten. Van Schaik: Natuurlijk, maar dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan, want we houden allemaal van eenvoudige verklaringen. En natuurlijk zijn bepaalde kenmerken biologisch verankerd, waardoor mannen en vrouwen van elkaar verschillen. Maar... Van Schaik: ... ik weet het, zodra vastgesteld is dat er verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan, komen er een heleboel 'maar-vragen'. De belangrijkste is de vraag of de biologie ons kan dicteren hoe we moeten leven. Het antwoord is eenvoudig: nee. Maar de biologische constitutie van vrouwen en mannen heeft ook altijd een politieke lading, bijvoorbeeld wanneer in Duitsland een AfD-politica beweert dat vrouwen de 'behoeders van het vuur' zijn en dat we de biologie 'niet zomaar naast ons neer kunnen leggen'. De vrouw uit de steentijd wordt dan met terugwerkende kracht verbannen naar de keuken, waar ze net als haar hedendaagse nakomelingen thuishoort. Van Schaik: Het is ongelofelijk dat het beeld van de machoman uit de steentijd, die zijn vrouw bij de haren naar de grot sleept, zo lang overeind is kunnen blijven. Het probleem is natuurlijk dat het eeuwenlang is doorgegeven via geschiedenisboeken geschreven door mannen. Die boeken waren net zo goed een exponent van het patriarchaat. Als antropoloog is mijn perspectief anders. Van de hele ontwikkeling van de homo sapiens neemt de fase waarin de vrouw wordt onderdrukt maar één tot twee procent in beslag. Het patriarchaat is een anomalie in de menselijke geschiedenis. O ja? Van Schaik: Als Kai Michel en ik ons boek tienduizend jaar geleden hadden geschreven, was het waarschijnlijk over arme mannen gegaan die niets meer omhanden hadden. In die tijd ontstonden matriarchale landbouwculturen. De vrouwen bewerkten het land in gemeenschappelijk bezit en hadden dus grote sociale invloed. En de mannen hadden intussen niets meer om op te jagen, omdat het wild rond die kleine nederzettingen op een bepaald moment uitgestorven was. Waarschijnlijk rouwden ze om hun glorieuze verleden als jager. Laten we nog een stap verder terug in de tijd zetten. Heeft de met een speer bewapende mammoetjager, die thuis een vrouw had om de huiden te schrapen, ooit écht bestaan in de gemeenschappen van jagers en verzamelaars? Van Schaik: Nee. Het is waar dat vooral mannen gingen jagen op wild, maar vrouwen gingen evenzeer op pad om bij te dragen aan de voedselvoorziening, al brachten zij eerder knollen, vruchten en klein wild mee. In november meldden archeologen dat ze in een 9000 jaar oud graf in de Andes een vrouwelijke jager op groot wild hadden gevonden. Heeft dat uw blik veranderd? Van Schaik: Nee, want dat past nog altijd in het plaatje. Niemand zegt dat vrouwen niet konden jagen. Het succes van de mens komt voort uit zijn unieke vermogen om samen te werken. Wij wetenschappers beschrijven een heel spectrum van die samenwerking. Als je het alleen over uitersten hebt - de heldhaftige mammoetkiller versus de behoedzame bessenplukster - krijg je zulke clichés. Daartussenin liggen heel wat bezigheden die bij de jagers en verzamelaars door mannen en vrouwen werden verricht. Het was de situatie ter plekke die bepaalde hoe ze samenwerkten. En de vrouwelijke jager uit de Andes toont aan dat die systemen erg flexibel waren. Met andere woorden: we zijn geen gevangenen van de biologie. Er is geen natuurlijke voorbestemming die bepaalt hoe we moeten leven. Hoe zit het met lichaamslengte en spierkracht? Wat zeggen zulke fysieke verschillen tussen de geslachten over de mannelijke dominantie? Van Schaik: Eerder weinig. Je hoeft maar te kijken naar onze verwanten in het dierenrijk. Sommige soorten, zoals de bonobo's, leven in groepen zoals wij. De mannetjes zijn heel wat groter dan de vrouwtjes, maar de vrouwtjes domineren nog altijd de gemeenschap. Ze hebben een verborgen eisprong, net zoals de mens. De mannetjes weten dus niet wanneer ze vruchtbaar zijn. Als ze het juiste moment voor de geslachtsgemeenschap niet willen missen, moeten ze rekening houden met de eisen en de voorkeuren van de vrouwtjes. En als een mannetje te brutaal wordt, gaan de vrouwtjes samen in de aanval om hem een lesje te leren. Het is best mogelijk dat onze voorouders ook zo met elkaar zijn omgegaan. In hedendaagse gemeenschappen van jagers en verzamelaars zien etnologen dat overigens nog altijd. De mannen kunnen de vrouwtjes daar niet zomaar domineren. En zeker niet met geweld, dat laten die samenlevingen niet toe. Biologen zeggen dat vrouwen van nature meer geneigd zijn om voor de kinderen te zorgen. Kleine meisjes zijn inderdaad meer geïnteresseerd in poppen en jongens in graafmachines. Hoe verklaart u dat? Van Schaik: Als we het nu over bonobo's of orang-oetans zouden hebben, zou ik het eens zijn met die biologen, maar bij mensen ligt dat anders. Wij doen aan cooperative breeding, we kweken samen de kinderen op. En zo komen we weer bij de succesformule van de homo sapiens: teamwork. 'Het moederinstinct, als dat er al is, is niet aangeboren', schreef de beroemde Amerikaanse evolutiebiologe Sarah Blaffer Hrdy. U bent het daarmee eens? Van Schaik: Natuurlijk. Dat stellen we hier in Zürich vast bij onze kleine klauwaapjes, die net zoals wij hun jongen samen opvoeden. Als niemand hen helpt, zorgen de moeders niet meer voor de jongen. Ze laten ze sterven en eten ze zelfs op. Bij de mens bewijzen de vondelingenluiken dat moeders in staat zijn om te scheiden van hun baby's als ze niet genoeg steun denken te hebben. Aan de andere kant zijn mannen van nature in staat om hun nakomelingen mee te voeden en op te voeden. Ze reageren bijvoorbeeld met hormonale veranderingen als er één geboren wordt. Dat weet ik trouwens uit eigen ervaring. Ik heb nu een pasgeboren kleindochter en ik ben er helemaal... Hoe zeg je dat? Verliefd op? Van Schaik: Precies! Maar laten we het zakelijk houden: we weten al heel veel over het leven van jagers en verzamelaars en over de prille matriarchale landbouwsamenlevingen. Je kunt zien dat de hele gemeenschap daar telkens bij betrokken was. De spreuk klinkt misschien wat overdreven, maar ze klopt wel: er is een heel dorp nodig om een kind op te voeden. In eerste instantie heeft vooral de moeder direct contact met haar kind, maar anderen nemen ook een groot deel van de zorg op zich. Dat is vandaag de dag toch niet meer echt het geval? Van Schaik: Omdat de industrialisering dat systeem definitief vernietigd heeft. We hebben een einde gemaakt aan de uitgebreide familie en het principe bedacht van de neolocaliteit: mensen gaan wonen op een plek waar ze niet zijn opgegroeid. Als de man dan naar zijn werk gaat, zoals dat bij ons historisch is gegaan, moet de moeder ineens zonder hulp thuisblijven bij de kinderen. Die speciale arbeidsverdeling is noch een goddelijk, noch een natuurlijk gegeven, ook al hebben religie en wetenschap vrouwen al te lang tot hun moederschap gereduceerd. Als het patriarchaat een biologische oorsprong had, zou het altijd hebben bestaan. Maar in tegenstelling tot onze verre verwanten de apen zijn wij door en door culturele wezens. We hebben een culturele ontwikkeling ondergaan die in duizenden jaren tijd veel belangrijker is geworden dan onze biologische ontwikkeling.Maar als beide geslachten als jagers en verzamelaars nog zo fantastisch samenwerkten en de vrouwen in de begindagen van de landbouwsamenleving zelfs nog de touwtjes in handen hadden, hoe is het patriarchaat dan überhaupt kunnen ontstaan? Van Schaik: Het was zeker niet zomaar een mannelijke samenzwering. Toen de landbouw almaar intensiever en productiever begon te worden, is de verhouding tussen de geslachten uit balans geraakt. Ging dat snel? Van Schaik: Er is archeologisch bewezen dat grond en voorraad op plaatsen waar de oogst almaar beter werd, vaker ten prooi begonnen te vallen aan buitenstaanders. Er ontstond eigendom dat moest worden verdedigd. En verdedigen, oorlog voeren, dat was het terrein van mannen. Zij accumuleerden en monopoliseerden eigendom, en gaven het door aan hun zonen, die op hun beurt moesten thuisblijven om het verdedigen. Tot dan toe hadden de jongens de gemeenschap verlaten om inteelt te vermijden, maar nu moesten de meisjes dus vertrekken. En zij hadden geen familie, geen netwerk op de plaats waar ze terechtkwamen. Ze werden machines die mannelijke erfgenamen moesten produceren.Het was toen al voorbij met de frustratie van de arme werkloze jagers. Van Schaik: Nou ja, de meeste mannen waren zelf verliezers in dit verhaal: al degenen die niet tot de welgestelden behoorden. En die omwenteling is ook niet van de ene op de andere dag gebeurd. Kijk bijvoorbeeld naar Çatalhöyük, die grote pueblo-achtige neolithische nederzetting in Anatolië, waar de huizen en voorraadschuren van alle families even groot waren, en iedereen dus evenveel voedsel had. Het zou lang duren voor die mannen hun idee van privé-eigendom uitbreidden naar concepten als grond en vee... ... en vrouwen. Van Schaik: En tot ze begrepen dat ze zich nu als een pasja konden gedragen, in plaats van prestige te verwerven door joviaal te zijn. Als een jager-verzamelaar zou hebben gezegd dat hij de baas was, hadden ze hem nog uitgelachen. Het heeft enkele duizenden jaren geduurd vooraleer de sociale ongelijkheid despotische proporties begon aan te nemen. En vrouwen soms handelswaar werden. Of zelfs werden geroofd. We zitten op de tijdlijn nu ergens tussen 3000 of 4000 jaar voor Christus? Van Schaik: Zoiets, ja. En toen ontstonden de monotheïstische religies. Werd met de oervrouw, het model voor de Bijbelse Eva, nog altijd de gelukkige vrouw bedoeld die als gelijke van Adam in een soort prehistorische tuin van Eden aan eenvoudige landbouw deed en op klein wild ging jagen? Of was ze al de onderdrukte vrouw? Van Schaik: Het grappige is dat er twee versies van het scheppingsverhaal bestaan. In het eerste zijn Eva en Adam nog op hetzelfde moment en op dezelfde manier geschapen, in het tweede ontstaat de vrouw uit de rib van de man en wordt ze na de zondeval aan hem onderworpen. In alle ernst: het probleem was dat, nadat het patriarchaat al duizenden jaren had bestaan, elk verhaal voor Eva alleen maar slecht kon eindigen. Wat bedoelt u? Van Schaik: Het was een selffulfilling prophecy. Als vrouwen vanaf de geboorte slechte voeding en nauwelijks onderwijs krijgen, hoeft het niet te verwonderen dat ze als volwassenen niet zo sterk zijn als mannen. De kerk heeft daarbij een grote rol gespeeld. Van jongs af aan hebben mensen te horen gekregen dat de ondergeschiktheid van de vrouw door God is bepaald. Zijn woord was heilig. Op die manier vulden ideeën over gender, sociale orde en heersende moraal elkaar perfect aan. En zo bleef het patriarchaat onaantastbaar en boven alle twijfel verheven. Wanneer zal daaraan een einde komen? Van Schaik: Ligt het patriarchaat bij ons niet al op apegapen? Mijn dochter en mijn zoon leven al in een heel andere wereld dan ik, en mijn kleindochter zal zelfs de misogynie van Donald Trump niet meer meemaken. Het toverwoord is onderwijs. In democratieën gaat het razendsnel, en ook op plaatsen waar mensen niet langer het patriarchale gezag van de kerk erkennen als het gaat over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Anders gezegd: de dag is niet meer zo veraf dat de verkiezing van een vrouwelijke vicepresident in de VS geen nieuws meer is. Van Schaik:(lacht) Inderdaad. Als meer landen door vrouwen worden geleid, en meer vrouwen bij de politieke besluitvorming worden betrokken, dan zal dat, zo verwacht ik, beter zijn voor het milieu en het klimaat, voor de sociale interactie. En ja, ook voor de bestrijding van pandemieën.