Onder het ijs van onze poolgebieden ligt een systeem van kanalen en kanaaltjes die het smeltwater van de onderste ijslagen naar de oceaan afvoeren. Meestal gaat het om tunnels met een doorsnede van maximaal enkele tientallen meters. Maar uit onderzoek van glacioloog Reinhard Drews (ULB) en zijn collega...

Onder het ijs van onze poolgebieden ligt een systeem van kanalen en kanaaltjes die het smeltwater van de onderste ijslagen naar de oceaan afvoeren. Meestal gaat het om tunnels met een doorsnede van maximaal enkele tientallen meters. Maar uit onderzoek van glacioloog Reinhard Drews (ULB) en zijn collega's, gepubliceerd in Nature Communications, blijkt dat ze almaar breder worden naarmate ze de oceaan naderen. Daardoor gaat het smeltwater almaar langzamer stromen, zodat er sedimenten afgezet worden op de plaatsen waar het in de oceaan terechtkomt. De sedimentkegels kunnen na duizenden jaren zo hoog als de Eiffeltoren worden. Ze kunnen zelfs sporen in het landschap achterlaten als er ijslagen verdwijnen, zoals in Europa na de ijstijden. Op de Zuidpool ontdekten Drews en co. plaatsen waar de tunnels zo groot zijn dat ze zwakke plekken in het ijs creëren. Dat kan gevolgen hebben wanneer het ijs smelt door de opwarming van de aarde. Gigantische stukken ijs kunnen dan afbreken en gaan drijven. Een studie in Earth System Dynamics verklaart waarom de temperatuurstijging door de klimaatopwarming op de Noordpool veel sterker is dan op de Zuidpool. Omdat de Zuidpool gemiddeld 2500 meter boven de zeespiegel ligt - het is, onder meer door zijn dikke ijslaag, het hoogst gelegen continent op aarde - wordt er minder warme lucht vanaf de evenaar naar getransporteerd. Een wiskundige simulatie bevestigde het: als de Zuidpool niet hoger zou liggen, zou de temperatuur op de beide poolregio's even sterk stijgen.