Het hoeft niet te verbazen dat de natuur er miljarden jaren over gedaan heeft om de eerste wat ingewikkeldere levensvormen te produceren.

Zo groeide de noodzaak om cellen niet simpelweg in tweeën te splitsen, maar dat op een asymmetrische manier te doen, waardoor er verschillende celtypes ontstonden. Hoe meer asymmetrische celdelingen, hoe meer variatie in de cellen in een organisme. Dat vergroot de kans om cellen tot verschillende weefsels en organen te laten uitgroeien.

Onderzoeken hoe dat in zijn werk gaat, is niet eenvoudig. Het wordt vergemakkelijkt door de beschikbaarheid van onder meer gaffelwier: een bruinwiertje dat gemakkelijk te manipuleren is. Plantenbioloog Kenny Bogaert van de Universiteit Gent en zijn collega's beschrijven in Nature Plants hoe het gaffelwiertje zijn eerste asymmetrische deling organiseert. Eerst verandert de bevruchte eicel van vorm, volgens een vooraf bepaalde as. Een van de twee kanten zal daarna de structuur leveren waarmee de wiertjes zich vasthechten; de andere kant zal uitgroeien tot de bladachtige substanties. Externe factoren, zoals de richting van de lichtinval, bepalen welke kant welke functie krijgt.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.