Volgens Sophie Godin-Beekmann, directeur onderzoek van het CNRS (Centre national de la recherche scientique), is het fenomeen vastgesteld, maar nog niet geanalyseerd. Het is niet verontrustend "omdat het om een meteorologisch probleem specifiek voor dit jaar" gaat, zegt ze.

Sinds het midden van de jaren 80 is het gat in de ozonlaag "een seizoensfenomeen in het zuidelijk halfrond", aldus een rapport van het CNRS. CNRS probeert de variaties op langere termijn in kaart te brengen.

Eerst werd het gat opgemeten als tussen 20 en 25 miljoen vierkante kilometer. Sinds de jaren 2000 is het meer variabel met een record in 2006 van 27 miljoen vierkante kilometer, aldus CNRS.

In Antarctica verdwijnt elke lente de "quasi-totaliteit van de ozon tussen 15 en 20 kilometer hoogte. De ozonlaag wordt dan 60 procent minder dik".

(Belga/RR)

Volgens Sophie Godin-Beekmann, directeur onderzoek van het CNRS (Centre national de la recherche scientique), is het fenomeen vastgesteld, maar nog niet geanalyseerd. Het is niet verontrustend "omdat het om een meteorologisch probleem specifiek voor dit jaar" gaat, zegt ze.Sinds het midden van de jaren 80 is het gat in de ozonlaag "een seizoensfenomeen in het zuidelijk halfrond", aldus een rapport van het CNRS. CNRS probeert de variaties op langere termijn in kaart te brengen.Eerst werd het gat opgemeten als tussen 20 en 25 miljoen vierkante kilometer. Sinds de jaren 2000 is het meer variabel met een record in 2006 van 27 miljoen vierkante kilometer, aldus CNRS. In Antarctica verdwijnt elke lente de "quasi-totaliteit van de ozon tussen 15 en 20 kilometer hoogte. De ozonlaag wordt dan 60 procent minder dik".(Belga/RR)