De één is 's morgens met geen stokken uit zijn bed te krijgen, de ander valt 's avonds in de zetel steevast in slaap. Verschillen in dag-en-nachtritme hebben een sterke genetische component. Sommige mensen zijn daardoor geschikt voor ochtendjobs, andere kunnen gemakkelijker nachtdiensten aan. Iemands d...

De één is 's morgens met geen stokken uit zijn bed te krijgen, de ander valt 's avonds in de zetel steevast in slaap. Verschillen in dag-en-nachtritme hebben een sterke genetische component. Sommige mensen zijn daardoor geschikt voor ochtendjobs, andere kunnen gemakkelijker nachtdiensten aan. Iemands dag-en-nachtritme verandert ook in de loop van zijn leven, en ook die verandering heeft een biologische basis. Tieners liggen lang in bed, grootouders zijn vroeg uit de veren. Onderzoek gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society of London B suggereert dat de variatie te maken heeft met voorhistorische gewoonten. Bij de Hadza-stam in Tanzania, een van de weinige mensengroepen die nog als jagers-verzamelaars leven, staat nooit iemand op wacht, zo blijkt, ook al leeft die stam in een omgeving vol gevaren. Door de leeftijdsvariatie in de groep, en daarmee de grote variatie aan individuele slaapgewoonten, is 99,8 procent van de tijd iemand wakker. Dat de jeugd 's nachts langer wakker is, zou dus een evolutionaire achtergrond kunnen hebben. Uit een studie in Cell Metabolism blijkt dan weer dat de activiteit van een groot aantal genen van muizen niet alleen de klassieke 24 uurscyclus vertoont, maar ook een cyclus van 12 uur. Dat was al vastgesteld voor in zee levende dieren, maar die hebben natuurlijk een getij waarmee ze rekening moeten houden. De genen met een extra 12 uurscyclus spelen vooral een rol in de stofwisseling. Het is niet duidelijk of ook de mens zo'n extra activiteitscyclus heeft.