'De mens vindt het zelden genoeg om naar schoonheid te kijken. Hij wil haar bezitten', zei Grand Chief Sir Michael Somare, de toenmalige premier van Papoea-Nieuw-Guinea, in 1979. De quote staat prominent op de openingspagina van het boek De Verendief van Kirk Wallace Johnson. Daarin beschrijft de Amerikaanse auteur een van de vreemdste misdaden van de voorbije decennia: de diefstal van 299 dode vogels uit het befaamde British Museum of Natural History.
...

'De mens vindt het zelden genoeg om naar schoonheid te kijken. Hij wil haar bezitten', zei Grand Chief Sir Michael Somare, de toenmalige premier van Papoea-Nieuw-Guinea, in 1979. De quote staat prominent op de openingspagina van het boek De Verendief van Kirk Wallace Johnson. Daarin beschrijft de Amerikaanse auteur een van de vreemdste misdaden van de voorbije decennia: de diefstal van 299 dode vogels uit het befaamde British Museum of Natural History. Zijn onderzoek voert hem naar een nog vreemdere wereld, die van de hedendaagse versie van de victoriaanse kunst van het 'vliegbinden': de aanmaak van bizarre lokazen voor de zalm- en forelvangst, die lijken op eendagsvliegen. In het Engeland van de negentiende eeuw werd het vliegbinden een aparte kunstvorm, en dat is het nog altijd. Vliegbinders maken doorwrochte combinaties om op te vallen in hun wereldje. Soms gaan er tot 150 aparte stukjes rond een vishaak voor een unieke creatie, goed voor meer dan tien uur verfijnde arbeid onder een groot vergrootglas. Vaak krijgen ze een naam - niet zelden een hoogdravende, genre 'The Champion' en 'The Infallible' ('De Onfeilbare'). Veel van die stukjes zijn vogelveren, omdat men er destijds van overtuigd was dat vissen zich daar makkelijk door laten vangen. Alleen is voor de ware vliegvisaaskunstenaar een gekleurde veer van een kip of een fazant niet voldoende. Zelfs de kleurrijke veren van een ara volstaan niet, want die zijn te makkelijk te verkrijgen door het grote aanbod aan dieren in gevangenschap. Nee, de ware vliegvisaaskunstenaar probeert de zeldzaamste kleurrijke veren te pakken te krijgen om indruk te maken op collega's. Zo ontstond een grotendeels duistere (want tegenwoordig illegale) handel in veren van beschermde vogels. Er wordt dikwijls veel geld voor betaald: de kostprijs van de 'ingrediënten' van een doorwrocht vliegvisaas kunnen oplopen tot vele duizenden euro's. Met zo'n prijs hoeft het niet te verbazen dat de 'kunstwerkjes' zelfs niet meer voor het vissen gebruikt worden. Ze circuleren als trofeeën in een besloten wereldje van vooral mannelijke 'kunstenaars'. Die pronken nu met de mooie veren die mannetjesvogels in de loop van de evolutie ontwikkelden om indruk te maken op vrouwtjes. De quote van de oud-politicus van Papoea-Nieuw-Guinea staat natuurlijk niet voor niets in Kirk Wallace Johnsons boek. Papoea-Nieuw-Guinea is het leefgebied van vogels met bijzonder mooie veren die in het boek een hoofdrol spelen: paradijsvogels. Het feit dat de auteur zijn tweede voornaam, 'Wallace', meeneemt in zijn verhaal, heeft een reden: de eerste blanke die paradijsvogels te velde zag en beschreef, was de Britse avonturier Alfred Russel Wallace, die halfweg de negentiende eeuw samen met Charles Darwin het concept van 'evolutie door natuurlijke selectie' ontdekte. Wallace verzamelde in 1854 paradijsvogels, die hij prepareerde en naar Engeland stuurde, waar ze gekocht werden door verzamelaars en musea. Een nieuwe soort die hij schoot, werd naar hem vernoemd. Hij slaagde er op het einde van zijn acht jaar durende reis zelfs in twee levende paradijsvogels mee naar Engeland te nemen. Ze overleefden een boot- en treinreis van zeven weken. Bijna alle paradijsvogels van Alfred Russel Wallace belandden uiteindelijk in een buitenpost van het British Museum of Natural History in Tring, net benoorden Londen. Het gebouw was een erfenis van de uit de hand gelopen hobby van een lid van de bankiersfamilie Rotschild. Op die plek werd in de nacht van 23 juni 2009 ingebroken. De enige bewaker had het alarm niet zien afgaan toen een ruit werd ingegooid, omdat hij naar een voetbalmatch zat te kijken - natuurhistorische musea staan niet bekend om hun strenge bewaking, want wie is er nu geïnteresseerd in collecties van dode dieren? De volgende dag werd het gebroken glas gevonden, maar niemand merkte iets op wat verdwenen was, dus werd er niet veel aandacht aan geschonken. Tot meer dan een maand later een onderzoeker de balgen (opgevulde lijkjes) van de roodkraagvruchtenkraai uit Zuid-Amerika wilde bekijken. Wat bleek? De lades waarin de vogels hadden moeten liggen, waren leeg, op één vergeten exemplaar na. Er werd alarm geslagen, een onderzoek werd opgestart. De lades van de prachtige blauwe azuurcotinga bleken ook leeg. Van de paradijsvogels waren bijna alle mannetjes weg, inbegrepen vijf exemplaren die nog door Wallace hemzelf waren verzameld - dieren met niet alleen een biologische maar ook een onbetaalbare historische waarde. Het onderzoek klokte af op 299 gestolen balgen van zestien soorten en ondersoorten. Allemaal vogels met speciale en felgekleurde veren, zoals de uitzonderlijk mooie quetzal uit Midden-Amerika. De politie werd ingeschakeld, maar het speurwerk van rechercheur Adele Hopkin en haar collega's leverde niets op. Het belandde op een dood spoor, zeker omdat men niet goed wist wie in vogelbalgen geïnteresseerd kon zijn. Neushoornhoorns, dat kon men begrijpen: die leveren veel geld op in de illegale handel van zogezegd potentieopwekkende en andere dubieuze geneesmiddelen. Maar opgevulde exotische vogels? De dieren zijn niet eens mooi opgezet, ze liggen als een collectie lijkjes dicht tegen elkaar in de lades van museumkasten. Voor het wetenschappelijk onderzoek zijn ze belangrijk om verschuivingen in de verspreiding van soorten te documenteren. Middels DNA-analyse kunnen evolutionaire veranderingen nagegaan worden. Onderzoek van chemische stoffen in de veren kan de toenemende impact van pesticiden aantonen. Maar wetenschappers kunnen de balgen ter plekke bekijken en onderzoeken, ze hoeven ze heus niet mee te nemen. En waarom nam de dief alleen de felgekleurde mannetjes mee, niet de vrouwtjes of de jongen? Het was een raadsel. Tot een Noord-Ierse undercoveragent die ook vliegbinder was eind mei 2010 op een vliegvisbeurs in Nederland het verband legde tussen de diefstal en een bijna volledige azuurcotinga die iemand aanbood. De eigenaar bleek 'm gekocht te hebben van een jonge Amerikaan die een aankomende vedette in de vliegbindkunst was: Edwin Rist. De jongeman, een begenadigd dwarsfluitspeler, woonde op dat ogenblik in Londen. Op 12 november 2010 vielen Adele Hopkin en haar collega's binnen in zijn flat. De toen 21-jarige man bekende bijna meteen dat hij de dader was. Hij had het gedaan omdat hij geld nodig had voor een dure dwarsfluit. Veel moeite had hij zich niet getroost om zijn handeltje te verbergen: hij bood zijn veren gewoon mondjesmaat aan op eBay. Hij deed voor de verkoop ook een beroep op een soort handlanger: Long Nguyen, een Noorse jongeman, kind van Vietnamese bootvluchtelingen, die ook een vliegbinderobsessie had en met Rist bevriend was geraakt. Onder de schuilnaam 'Goku' verkocht hij verschillende ladingen van de buit. Bij zijn ondervraging had hij nog pakketjes veren van gestolen balgen in zijn bezit, die hij na veel aandringen terugstuurde naar het museum in Tring. Daar wisten ze niet goed wat ze ermee aan moesten, want zonder de etiketten met informatie over de herkomst van de balg zijn de veren wetenschappelijk niet veel waard. Rist werd op 8 april 2011 veroordeeld tot amper één jaar voorwaardelijke celstraf, omdat zijn advocaten (onterecht, volgens velen) de rechter konden overtuigen dat hij leed aan het syndroom van Asperger, een autismeachtige gedragsstoornis. Rist speelt momenteel, naar verluidt onder een schuilnaam, dwarsfluit bij een gerenommeerd Duits orkest. Zijn ouders zouden zich dubbel plooien om zo veel mogelijk schade terug te betalen. Maar hoe bepaal je de waarde van een dode koningsparadijsvogel die anderhalve eeuw eerder door de grote Wallace gevangen was?De museumautoriteiten zijn er nog altijd niet van bekomen. Zeker omdat een deel van de buit, meer dan honderd balgen, nooit werd teruggevonden. Die zou meer dan een half miljoen euro waard zijn. Auteur Kirk Wallace Johnson ging op zoek naar de vermiste vogels in het hermetische wereldje van de vliegvisaaskunstenaars. Hij slaagde erin een aantal veren te recupereren, maar ook hij beet zijn tanden stuk op de gesloten gemeenschap. Bijna niemand wilde praten, bijna overal werd hij buitengekeken. Op het einde van het boek gooit hij de handdoek in de ring. Hij kwam niet verder dan het vermoeden dat Rist een échte handlanger had, in de figuur van een van zijn mentors: de Canadees Luc Couturier, die sinds de opheldering van de misdaad van de aardbol lijkt te zijn verdwenen. Ook intrigerend aan het boek is dat er een Belg in wordt genoemd: 'Op 11 november ( 2010 nvdr) kondigde Goku de verkoop aan van een serie "gemengde pakketten" met veren van drie blue-chatterer-soorten (cotinga's, nvdr) en drie ondersoorten van de roodkraagvruchtenkraai. Nadat een Belg, Geert Werbrouck, een order had geplaatst, antwoordde Goku: "Hartelijk dank! Het geld gaat naar een vriend van me :). Ik heb je adres nodig, kun je me dat in een pb'tje sturen." De volgende ochtend vielen Adele Hopkin en haar collega's Edwins flat binnen. Goku plaatste geen posts meer voor veren.' Het kostte wat moeite om de man te vinden, ondanks het feit dat hij een gerespecteerd lid van de internationale vliegbindersvereniging is. Veel websites die naar hem zouden verwijzen, zijn verdwenen: de vliegbinderswereld organiseerde een grote opschoonactie nadat bekend was geworden dat een van haar aanstormende talenten gearresteerd was voor de diefstal. Op de website 'Frankenfly' wordt Geert Werbrouck omschreven als een 'vliegvisser sinds 1968'. Hij was Belgisch kampioen vliegvissen in 1982, en zou zich tegenwoordig toeleggen op het creëren van prachtige vliegaaspatronen. In 2016 verscheen er zelfs een boek met een beschrijving van duizend van zijn creaties en een lessenreeks om ze te leren maken. Uiteindelijk slaagde Knack erin contact met hem te leggen, nadat we zijn profiel vonden op een Facebookgroep van vliegvisaasmakers. We verwezen naar zijn vermelding in het boek van Johnson, en vroegen of we hem daarover mochten spreken. Na twee weken, op Kerstmis, reageerde hij: 'Ik zou liever niet ingaan op Uw vraag. Dit was en blijft een onverkwikkelijke zaak waarmee ik niets maar dan ook niets te maken wil hebben. Ik heb dit boek tot op heden nooit aangekocht en ben ook niet zinnens dat te doen. In eer en geweten kan ik zeggen dat ik tot en met Uw "mail" zelfs niet wist dat ik in dit boek vermeld stond. Ik herhaal: ik betreur als mens en natuurliefhebber - alsook als nog steeds fervente "vliegbinder" - uiteraard de daad van de "dader" alsook deze van Long N'Guyen. Neem het van mij aan: voor mij en vele vrienden uit de "Classic Salmon Flytying" community was dit gebeuren een "shock"... Doch reeds enige jaren en onafgezien van dit boek is deze "affaire" een "afgesloten" hoofdstuk.' Na enig aandringen wilde hij toch nog iets kwijt. Met Couturier, die hij kent als 'een persoon waar je zeldzame veren kon aankopen', heeft hij nooit contact gehad. Hij schreef wel: 'Ik denk... nee ik ben er zeker van... er LOPEN er in ons wereldje anderen rond die wel eens in hun binnenste mogen kijken.' De veertjes die hij kocht, heeft hij 'allicht' nog altijd - hij betaalde er 132 dollar voor. 'Ik vind het heel erg dat ik voor die hoop en al twintig tot vierentwintig veertjes in TOTAAL (stekend in flinterdunne enveloppes) VERMELD werd in dat boek!!! Ik ben nooit gecontacteerd door die auteur of door enige andere organisatie. Ik herhaal nogmaals: ik betreur de daad door RIST alsook door zijn vriend LONG N'GUYEN! Ik wens verder en voortaan met rust te worden gelaten. Ik zal dan ook op geen enkele vraag van Uwentwege nog reageren of antwoorden, en ik hoop dat U mijn standpunt en gevoelens begrijpt.'